Vermeend als ster op filmfestival, paarser kan niet

Een feest moest de openingsavond van 'Het Nederlands Film Festival van de Eeuw' worden, en een feest werd het. Niet het Gouden Kalf voor filmproducent Matthijs van Heijningen ('Ik ga door tot ik een Oscar krijg.') of de Prijs van de Stad Utrecht voor regisseur Martin Koolhoven (voor Suzy Q.)...

Van onze verslaggever Ronald Ockhuysen

'Ook in het nieuwe belastingstelsel zal het mogelijk zijn onder gunstige fiscale omstandigheden in films te investeren', vertelde Vermeend zijn gehoor tijdens een jolige toespraak. 'Er komt een nieuw financieel arrangement waarmee de fiscale voordelen in het stelsel worden ingebouwd.'

'De opbeurende woorden' (directeur Jacques van Heijningen) maakten een einde aan de onrust die binnen de filmwereld was ontstaan nadat het nieuwe belastingstelsel openbaar was gemaakt. 'Onterechte onrust', sprak Vermeend geruststellend. Om aansluitend te onderstrepen dat sinds de invoering van de fiscale voordelen, een halfjaar geleden, 'de Nederlandse belastingbetaler de grootste aandeelhouder' van de Nederlandse film is geworden.

'Zes films zijn inmiddels goedgekeurd, en daarmee is in totaal 100 miljoen gulden aan productiekosten verbonden. En er liggen nog veertien films te wachten op goedkeuring, zodat het bedrag snel zal oplopen.'

Een staatssecretaris van Financiën als ster van het festival - paarser kunnen de jaren negentig niet worden. Vermeend was er, zei hij, beduusd van. 'Ik vind het buitengewoon verrassend dat ik hier het woord mag voeren.' Een hoogtepunt in een loopbaan, had staatssecretaris Van der Ploeg van Cultuur hem al verteld. 'Maar dan moest ik wel', zei Rick, 'een zak geld meenemen.'

Een staatsman die de mond vol heeft van speelfilmindustrie en werkgelegenheid - niet vaak zullen de aanwezige producenten in de zaal zo opgewekt een film tegemoet zijn gegaan als woensdagavond. Ook al wisten zij dat de openingsfilm, Unter den Palmen van Miriam Kruishoop, niet is gemaakt om na afloop een polonaise in te zetten.

Unter den Palmen werd tot opening van het festival gekozen nadat The Delivery van Roel Reiné niet door het Nederlands Film Festival kon worden bemachtigd - Reiné en producent Thijs Bayens gaven de voorkeur aan Film by the Sea in Vlissingen, dat vorige week plaatsvond.

Keepersgeluk, mag scheidend festivaldirecteur Jacques van Heijningen dat gerust noemen. Want nu opende het festival met een kunstzinnige film, waarmee op gepaste wijze werd aangetoond dat film behalve 'financiering', en 'industrie' ook een kunst is, die niet per definitie het publiek hoeft te behagen.

Unter den Palmen is een intrigerend werk, van een regisseur die aan huis-tuin-en-keuken-drama voorbijgaat en eigenzinnig, vol vuur, zoekt naar een eigen handschrift.

De Duits- en Engelstalige film - 'dat wordt geen pretje', klonk het vooraf in de foyer - gaat over een crimineel stel (Helmut Berger en Sheri Hagen) dat op rooftocht is in Rotterdam, de stad die door cameraman Rogier Stoffers wordt teruggebracht tot een blauw, strak decor, waarin mensen ontbreken en de wijde omgeving oogt als een landschap waar altijd een snijdende wind waait.

In dit barre land ontspint zich een spel tussen mensen die meedogenloos zijn in hun streven om alleen hun eigen leven van glans te voorzien. Een sinister spel, dat gaandeweg aan venijn verliest, omdat de 28-jarige Kruishoop als beeldenmaker en schepper van sferen meer in haar mars heeft dan als scenarioschrijver - al lijkt die handicap, gezien de vorderingen die zij maakte na Vive Elle, een kwestie van tijd.

Kruishoops cynische kijk op menselijke relaties is niet de enige film waarin de moerstaal van het Nederlands Film Festival wordt afgezworen. Sterker: de expansiedrift van de producenten, de jubelstemming rondom de fiscale voordelen en het denken in markten en doelgroepen, leiden tot een klimaat waarin zoiets als de eigen taal zonder omhaal kan worden weggepoetst. Wie een nieuwe Nederlandse film maakt, noemt hem Rent-A-Friend, Do not disturb, An Amsterdam Tale of Papa's Song.

In Een vrouw van het Noorden van Frans Weisz zijn (beroerd) Engels en Italiaans de voertaal, en in The Delivery, in het hoofdprogramma te zien, spreken de hoofdrolspelers een hutspot van talen en accenten terwijl ze door Europa scheuren - met als gevolg dat de film hart en ziel ontbeert.

Het kan anders, bewijst Ron Termaat, die Lef in een Amsterdamse wijk en op een Hollands strand opnam, met Nederlands-sprekende personages die dromen over het maken van een film en over elkaar.

Termaats liefdesgeschiedenis is een innemende onderneming - niet bijzonder, want opnieuw spelend met de grens tussen fictie en werkelijkheid, maar wel goed voor anderhalf uur stijlvol vermaak. Vooral Alice Reys maakt indruk: achter de stoere tronie van een moderne meid dringen onzekerheid en angst zich op.

Lef is het werk van filmmakers met een passionele liefde voor hun vak. Zij maakten een film die uitstraalt dat hij gemaakt moest worden - desnoods tegen de klippen op.

Regisseur Casper Verbrugge is evenmin bevangen door het virus van de internationale markt, en zoekt zijn heil, naar beproefd recept, bij de vaderlandse literatuur. Somberman's actie, naar de novelle van Remco Campert, is een degelijk drama waarin Camperts tragikomische universum werd vertaald naar een werkelijkheid waarin het vuur van idealen bijna is gedoofd. Die achtergrond geeft de film een zware ondertoon, waarmee de humor in het scenario nogal eens botst.

Wat opvalt is Verbrugge's spelregie - Serge Henri Valcke zal niet snel opnieuw zo'n breekbare, subtiel geacteerde sul neerzetten, die zijn huis op driehoog in Amsterdam niet meer uit durft omdat gespuis op straat uit is op 'zinloos geweld'. Inderdaad. Ook de buitenlander die Somberman's actie ziet, zal begrijpen waarom de oude baas zo bang is.

Meer over