Verloren strijd van held tegen onfatsoenlijkheid

Ignatius is wereldvreemd. Hij kan niet tegen de massa, hij woont nog thuis bij zijn moeder, de deur komt hij nauwelijks uit....

In die situatie komt verandering als moeder licht beschonken een huis binnenrijdt. De schade brengt het gezinnetje zodanig in financiële nood dat Ignatius moet gaan werken. Maar hoe trots hij ook zegt dat hij 'verbonden is aan de levensmiddelenindustrie' terwijl hij in een piratenpak hotdogs verkoopt, in het arbeidsproces maakt hij zich telkens onmogelijk.

Vier uur lang volgen we de avonturen van deze steeds aandoenlijker wordende held, die telkens het ongeluk over zich afroept. Net zoals de schrijver van Een samenzwering van idioten, John Kennedy Toole, die voor zijn manuscript geen uitgever vond en op 32-jarige leeftijd zelfmoord pleegde. Ironisch genoeg kreeg zijn moeder in 1980 het boek wel gepubliceerd en prompt kreeg het de Pullitzerprijs.

De bewerking die Theu Boermans ervan maakte, is in zijn regie een schilderachtige voorstelling geworden. Een satire op het huidige tijdsgewricht. Want al ademt het verhaal ook de geest van de jaren zeventig, in grote trekken is de weerzin van Ignatius om te leven en zijn strijd voor een smaakvolle, fatsoenlijke wereld nog altijd herkenbaar.

In de grote gecapitonneerde ruimte waar zelfs de tafels zijn gestoffeerd heerst de zachte beschutting van een baarmoeder. Boven het bed waarin de zoon zich verschuilt, prijkt een enorme vagina. Daaruit komt telkens zijn vriendin en ooit bedgenote Myrna tevoorschijn, een onvermoeibare activiste. Ze houdt niet op hem te bemoederen en schrijft hem brieven die groot op het doek worden geprojecteerd.

Voortdurend zien we grote-stadsfiguren passeren: nichten, dealers, kroeglopers en politie-agenten. Op het speelvlak verhuist de handeling soepel van de keukentafel waar moeder haar pijn verzacht met muskaatwijn, naar een bar, de luxe huiskamer van Ignatius' baas en het kantoor met de stramme juffrouw Trixie, een hilarische rol van Tijn Docter.

Over de hele linie wordt er met verve gespeeld, vooral door Iwan Walhain als Ignatius en Anneke Blok in de moederrol. Zij maakt de tweestrijd tussen zorg en afkeer tot in de kleinste nuance voelbaar. Walhain maakt van de dikke Ignatius een goedwillende, broeierige jongen die zijn levensangst verbergt onder prachtige archaïsche taalerupties.

De regisseur trekt heel wat uit de kast. Telkens verschijnen de spelers in een andere outfit met een keur aan pruiken en kostuums. In een bijna Brechtiaans aandoende voorstelling waarin een man vecht voor een betere wereld, maar het leven zelf uit de weg gaat. Dat hij niet zoals zijn schepper jammerlijk aan zijn eind komt, is verrassend. Lief knuffelig eindigen al de figuren twee aan twee. Of dat ook de tijdgeest is, weet ik niet. Troostrijk is het wel, in deze donkere dagen.

Meer over