Verliefd op een geit, en toch geloofwaardig

De relatie tussen mens en dier. Het is het thema van de komende boekenweek – Tjielp Tjielp, de literaire zoo.

Maar eigenlijk gaat het in dit even vervreemdende als absurde toneelstuk helemaal niet over de liefde tussen de mannelijke hoofdpersoon en een lieftallige geit, maar tussen mensen onderling. Net als in Virginia Woolf voeren de man en de vrouw in dit stuk een huwelijksoorlog op het scherp van de snede.

Tussen gevechtshandeling en wapenstilstand pakt Albee verbaal op hoog niveau uit. Het levert bij tijd en wijle een adembenemende tweestrijd op, en in deze regie van Mirjam Koen bij het Onafhankelijk Toneel ook een fascinerend acteursduel.

Hoofdpersoon Martin (Bert Luppes) is een succesvol architect, net 50 jaar geworden. Gelukkig getrouwd bovendien met Stevie (Ria Eimers) en vader van een 17-jarige zoon (Joost Bolt) die weliswaar net heeft ontdekt dat hij homo is, maar die veel van zijn ouders houdt.

Totdat Martin aan een goede vriend (Willem de Wolf) opbiecht dat hij verliefd is geworden, op een geit. Tijdens zomaar een rondritje door het boerenland zag hij haar ineens staan, in een weiland: de witte geit met de aandoenlijk lange hangoren en die intens trouwe ogen. En hij noemde haar Sylvia, want liefde moet immers een naam hebben. En met Sylvia bouwt hij een intense relatie op, ook seksueel.

Vanuit dit op zijn minst originele gegeven gooit Albee alle zekerheden in het ogenschijnlijk harmonieuze gezinsleven overhoop. De bekentenissen van Martin leiden tot een golf van ongeloof, verontwaardiging en woede.

En intussen blijft de vraag: hoe oprecht kan liefde zijn? En welke duistere krachten zijn in staat een mens zo totaal uit het lood te slaan? De geit staat in dit geval voor ongekende passie, voor onbekende gevoelens.

Albee doet dat alles uit de doeken in een sterk geconstrueerd toneelstuk. Alleen tegen het eind vliegt hij behoorlijk uit de bocht. Dan gaat het ook ineens nog over incest, en wordt de fysieke aantrekkingskracht van een baby behandeld. Daarnaar wil je eigenlijk niet kijken, en ook niet luisteren, simpelweg omdat het te genant is.

Gelukkig heeft Mirjam Koen in haar regie elke vorm van realisme vermeden. Het stuk speelt zich af in een tamelijk abstract decor waarin een huisje op palen staat, en op de voorgrond een lange rij eettafels met daarop serviesgoed en bestek. Dat geeft Ria Eimers de kans om zo af en toe een bord aan diggelen te smijten, als de emoties haar te machtig worden.

Eimers bouwt haar rol prachtig op: haar spel is een indrukwekkende mengeling van verwondering, verbijstering, woede en vertwijfeling. En gelukkig ook van humor op zijn tijd.

Mooi rolletje ook van de jonge Joost Bolt als zoon Billy, het kind van de rekening. Op hem projecteert Albee het egoïsme van deze zogenaamd wellevende volwassenen.

Bert Luppes speelt als de getroebleerde Martin in dit ontregelende stuk intussen een van de moeilijkste, maar ook beste rollen uit zijn carrière. Want zie dat maar eens geloofwaardig over het voetlicht te krijgen: de alles verterende liefde voor een geit. Luppes schakelt voortdurend tussen allerlei uiteenlopende gemoedsstemmingen – hij kruipt fluisterend in zijn schulp, en stapt daar bulderend weer uit. Hij geneert zich, en verdedigt zich in een grandioos gespeeld demasqué. Totdat ook hij moet berusten in de wetenschap dat liefde zich niet laat dwingen, en zekerheden niet meer bestaan. Luppes laat dat allemaal zien in heel erg goed, mooi en zuiver toneelspel.

Meer over