Verkeerd verbonden in Rio de Janeiro

Vraag inwoners van Rio de Janeiro of zij voor privatisering van staatsbedrijven zijn. De helft zegt gegarandeerd 'nee'. Vraag een inwoner van Rio of hij voor privatisering van het telefoonbedrijf is....

Het tot stand brengen van een verbinding is een queeste. Dode lijnen, krakende lijnen, lijnen waarop onbekenden binnendringen, wegvallende lijnen en altijd bezette lijnen. Dat is het menu van ellende dat Telerj, het telefoonbedrijf van de deelstaat, zijn abonnees voorschotelt. Op de uiterst populaire anti-Telerj website uiten klanten hun frustraties. Enkele weken geleden hield het anti-Telerj front zijn eerste demonstratie op de Avenida Atlantica, de strandboulevard in Copacabana.

Het is geenszins folkloristisch gekrakeel. Zelfs de minister van Telecommunicatie noemde het telefoonbedrijf van Rio de Janeiro de tweede nationale schandvlek. ( De eerste is de armoede.) Er zijn enkele digitale centrales in Rio, maar meer dan 200 duizend lijnen lopen via stokoude mechanische centrales met ijzer- en koperdraad waar sinds de jaren dertig niets meer aan is gebeurd. Dat is de voornaamste oorzaak van het leed.

Het enige dat ten voordele van Telerj gezegd kan worden, is dat het leed min of meer gelijkelijk over rijk en minder rijk is verdeeld. Neem mijn vrienden Rainer en Brigitte. Ze hebben een kast van een huis, een zwembad, uitzicht over bergen en personeel bij de vleet. Maar vlot telefonisch contact met de buitenwereld lukt uitsluitend 's nachts. Overdag is de lijn dood. Of er zijn piep- en fluittonen die nog het meest doen denken aan een recital van twintigste-eeuwse muziek. Als er wel verbinding is, praat de halve buurt mee.

Zelf ben ik bevoorrecht. Ik heb regelmatig een kiestoon. En slechts een op de drie gesprekken eindigt plotseling in een diepe stilte. Caiu a linha, heet dat dan in abonneejargon. De lijn is weggevallen. Caiu errado, verkeerd verbonden, komt vaker voor. Al twee weken probeer ik een collega te bellen, maar steevast kom ik terecht bij een andere vriendelijke jongeman .

Alleen als het regent, krijg ik de volle laag. Dan rinkelt de telefoon aan een stuk door en ontvang ik gesprekken voor een kliniek, een kapsalon en het Amerikaanse consulaat. Dat levert absurdistische dialogen op. 'Is Sergio ook daar?' 'Hier woont geen Sergio.' 'Wanneer is hij terug?' 'Maar hier woont geen Sergio. U bent verkeerd verbonden.' 'Maar Sergio van de kapsalon.' 'Dit is geen kapsalon.' 'Maar is dit geen 205. . .' 'Nee, dit is 205. . .' 'Aah, dus ik ben verkeerd verbonden.'

Soms lijkt het op regelrechte sabotage. Enkele maanden geleden ben ik bijna tien dagen uit de lucht geweest. Er bleef een doodse stilte als ik de hoorn opnam en dus besloot ik bij de buren de storingsdienst te bellen. Niks. In gesprek.

Drie dagen lang bleef de storingsdienst in gesprek tot ik op een vrijdagnacht om half twee in een telefooncel op straat opeens beet had. Een korzelige telefoniste noteerde mijn klachten. In maximaal 72 uur zou het defect zijn verholpen. Maar die 72 uur gingen pas in op maandagochtend. Vrijdag was de lijn nog steeds dood. Toen ik strijd lustig weer belde, kreeg ik meteen gehoor. Nee, ik moest nog even geduld hebben. Het technisch personeel was in staking, zei de telefoniste. Het enige voordeel van zo'n martelgang is dat je aardig kunt meebieden op verjaardagen en feesten.

Schrijver Joao Ubaldo Ribeiro doet in zijn zondagse column regelmatig een boekje open over zijn telefoonleed. Volgens Ribeiro opereert er binnen Telerj een vijfde colonne. Die geheime strijders maken ons leven tot een hel. Misschien wel omdat ze willen privatiseren. Of misschien omdat ze juist niet willen privatiseren. Maar een samenzwering is het, volgens Ribeiro.

Ineke Holtwijk

Meer over