‘Verhalen ordenen de chaos’

‘Locatietheater moet vooral ook theater zijn’, zegt de artistiek leider. Meer aandacht dus voor drama op Oerol...

Van onze medewerkster Annette Embrechts

Het is de laatste zondag vóór de start van het tiendaagse Oerol Festival. Op de snelboot van Harlingen naar Terschelling treffen we Joop Mulder. Toevallig. De grote man achter het enige theaterfestival ter wereld dat een eiland als podium heeft, komt net terug van familiebezoek in Bolsward. Mulder is op weg naar zijn huis bij de Brandaris in West-Terschelling. Dit jaar heeft hij voor het eerst sinds vijfentwintig jaar niet de touwtjes in handen van het best bezochte locatietheaterfestival van Europa, dat vanavond van start gaat. Hij heeft er zelfs niets mee van doen. Zijn naam prijkt niet in de programmakrant. Mulder koos voor een sabbatical year. ‘Heerlijk.’ zegt hij, ‘Ik ben dit jaar anderhalf uur op kantoor geweest. Om te zien hoe mooi het was geschilderd.’

In de haven van West schudt hij Jos Thie de hand en verdwijnt. Het laatste wat hij wil is zijn waarnemer voor de voeten lopen. Thie (Scheveningen, 1954), regisseur van onder anderen Abe! (1995), de Heeren van het Veen (2006) en Wachten op Godot (2004, met Peter de Jong en Karel de Rooij), is voor één jaar artistiek leider van Oerol. Geen eilander zoals Mulder – Thie woont nu in het Friese Warga – maar ook geen onbekende voor de Terschellingers. In 1999 maakte hij met zijn gezelschap Tryater Peer Gynt tegen de rand van de Boschplaat. Een voorstelling waarover nu nóg wordt gepraat. Thie vergde veel van het eiland: hij liet in de duinen een compleet gangenstelsel graven door plaatselijke bouwvakkers.

‘Soms vind ik het wel eens lastig, dat ze mij juist daarvan herkennen. Denken ze dat ik weer zo’n spektakel kom regisseren. Nu ben ik echter alleen artistiek leider.’

Toch zou die Peer Gynt van de Noorse toneelschrijver Henrik Ibsen, symbool kunnen staan voor het stempel dat Thie dit jaar op de programmering wil drukken. Het door hem gekozen thema, ‘Sterke Verhalen’, is niet zo maar een kapstok om het affichebeeld en de randprogrammering aan op te hangen. Hij vroeg deelnemende theatermakers zo veel mogelijk een klassieker uit de (toneel)literatuur als uitgangspunt te nemen. Verhalen die tijdloze vragen stellen bij het menselijk bestaan.

‘De mens heeft primair behoefte aan verhalen. Ze ordenen de chaos om ons heen. Minstens zo belangrijk vind ik het aanknopingspunt dat locatietheatermakers hiermee hebben voor een goede spanningsboog. Dat is de achilleshiel van veel buitenvoorstellingen: prachtige beelden, verbluffende techniek, maar dramatisch wil de constructie nog wel eens rammelen. Locatietheater moet vooral ook theater zijn.’

Thie verwijst naar de theateropleidingen: ‘Daar krijgen studenten les in een postmoderne dramaturgie die zich verzet tegen een lineaire, verhalende opbouw. Maar wat heeft dat voor zin als ze niet meer leren wat de functie van een verhaal is? Ik ben opgeleid in de vervreemdingstechnieken van Brecht, maar heb nooit geleerd waarván hij zich vervreemdde. Misschien dat ik daarom Brecht nog niet heb durven gebruiken.’

Klassiekers dus op deze Oerol, maar wel vaak rigoureus bewerkt of vertaald naar de omgeving. Thie: ‘Sterke thema’s, op sterke locaties.’ Op het waddenstrand bij West spreekt hij de jonge Fries Willem Wagenaar. Die maakt voor het eerst iets op locatie. Met zes collegastudenten van een toneelschool in Nieuw-Zeeland speelt Wagenaar Antigone, naar Sofokles en Jean Anouilh. Thie: ‘Bij onze eerste bespreking keken zij in het script, wij naar de horizon. Ik heb hem geadviseerd die immense ruimte te gebruiken. Nu is hij niet meer bang acteurs op honderden meters afstand op een dijk twee vechtende broers te laten spelen.’ Ter plekke laten de Nieuw-Zeelanders zien hoe Polyneikes wordt begraven in de zompig grijze klei van het Terschellinger wad.

Van West voert de tocht naar Oosterend, de allerverste theaterlocatie van Oerol en de allerlaatste boerderij van het waddeneiland: de paardenfokkerij van Daan Pootjes. De Utrechtse theatergroep De Maan repeteert Whoiswhowaswhoistocome, een gezongen en vertelde bewerking – met whiskey en taart – van de roman As I lay Dying van de Amerikaanse schrijver William Faulkner. Zware kost over een verweesde familie die moeder moet begraven. Een houten doodskist hobbelt straks op een Zeeuwse boerenkar over de waddendijk waarachter je bij goed weer Harlingen kunt zien liggen. Thie: ‘Ik heb hen laten zien hoe je met je bron in de rug uit de kleinste dingen op een locatie een verhaal kunt trekken.’

Midden in het bos bij Hoorn staat nieuwkomer Alexandra Broeder te midden van negen eilandkinderen. Ze repeteert Wasteland, een geheimzinnige dropping rond het drama van vermiste kinderen. Theatermaker Jetse Batelaan begeleidt haar. Zojuist hebben ze besloten de climax aan het slot rigoureus om te gooien. Thie: ‘Het bijzondere van theater maken op een afgelegen eiland als Terschelling is de gedwongen ontvankelijkheid: makers leren snel los te laten en nieuwe oplossingen te verzinnen.’ Batelaan zelf denkt ondertussen al na over het project dat hij voor Oerol 2008 gaat maken. Ook Robert Wilson komt direct na het festival naar Terschelling om iets voor de volgende editie te bedenken. Thie: ‘Ik ben benieuwd naar de klik die zo’n visueel ingestelde theatermaker maakt met dit eiland.’

Thie heeft meer oude rotten uitgenodigd dit festival bij te wonen. Internationale beroemdheden uit het mensencircus bijvoorbeeld. ‘Circus op locatie, dat zie ik een vlucht maken.’ Waar het hem vooral om te doen is: uitwisseling tussen ervaren regisseurs en jong talent.

Zijn jongste zoon, 16 jaar, speelt toevallig dit jaar op Oerol, in Metamorfosen van Productiehuis ’n Meeuw. Eenmaal weer in de haven van West toetert hij naar zijn vrouw Froukje. Ze hoort hem niet. ‘Je moet niet denken dat deze Oerol een familie-aangelegenheid is. Zij doet haar eigen ding hier met MBO-scholieren.’

Meer over