Verfrissende Bach die tegen een stootje kan

Mustonen..

amsterdam Wat wordt er eigenlijk weinig Bach gespeeld. Dat valt des te meer op nu de ZaterdagMatinee een heel seizoen lang regelmatig aandacht schenkt aan de componist der componisten. Gezongen wordt Bach natuurlijk wel – kijk maar naar de jaarlijks terugkerende Matthäus- en Weihnachtsrituelen. Maar de gewone speelmuziek van Bach, concerten, sonates, klaviermuziek, die hoor je niet zo dikwijls meer, of je moet naar een orgelconcert gaan.

Dat is natuurlijk nog steeds een uitvloeisel van de historische uitvoeringspraktijk, die het voor gewone orkesten nagenoeg onmogelijk maakte om muziek uit het barok- en klassieke tijdperk uit te voeren. Intussen heeft de gangbare orkestpraktijk de Beethovens en Mozarts weer binnengehaald, maar Bach is voorbehouden aan de specialisten van de Bachvereniging, het Combattimento Consort en de andere barokorkesten.

Het was met andere woorden een verfrissende ervaring om te horen hoe de Radio Kamer Filharmonie zaterdag zijn programma opende met Bachs Derde orkestsuite, zomaar midden op het podium van het Concertgebouw en in combinatie met twee eigentijdse Finnen en een pianoconcert van Mozart.

Olli Mustonen, een van die Finnen, die bij dit concert aantrad in de drievuldige hoedanigheid van dirigent, componist en pianist, loodste zijn equipe voortvarend door de delen van Bachs Suite, met een zwiepende slag die doorklonk in de articulatie. Maar Bach kan tegen een stootje.

Vervolgens zakte het programma in elkaar. Dat was allereerst te wijten aan het Tripelconcert dat Mustonen tien jaar geleden op 31-jarige leeftijd componeerde en waarin te horen is dat hij toen in elk geval nog te pril was om aan de invloeden van Vivaldi, Bach en Rameau een eigen draai te geven. Zonnig klonk deze Nederlandse première nog wel, dankzij het vrij stringent volgehouden majeurkarakter en het lustig gefiedel van de violisten Pekka Kuusisto, Candida Thompson en Elisabeth Perry.

Iets meer urgentie klonk door in ...durch einen Spiegel... uit 1977 van Mustonens oudere landgenoot Joonas Kokkonen, waarin de majeurdrieklanken onbekommerder buiten de vaste toonladderstramienen mochten treden. Het Bach-motief (Duits voor de toonopvolging bes-a-c-b) zorgde voor een verbindende schakel met de rest van het programma, dat met Mozarts pianoconcert KV 491 weinig opwekkend aan zijn eind kwam.

Waar Mustonen als componist te weinig identiteit toont, drukt hij bij Mozart al te nadrukkelijk zijn eigen stempel. Hij is een kundig pianist, die vast en zeker fraai parelend kan spelen en in elk geval een vertolking neerzet die flink uitsteekt boven het maaiveld. Maar net als in zijn directiestijl neigt hij naar het extreme. Met zijn geaffecteerde, gemaniëreerde articulatie reduceert Mustonen het glooiende landschap van Mozart, met zijn kleurnuances, tot geëtste lijnen en harde zwart-wit-tinten.

Frits van der Waa

Meer over