Ver van huis in de zoete zegekar

Twee jaar na zijn dood in 1955 verscheen James Agee’s enige, autobiografische roman.In de nu verschenen ‘gerestaureerde’ versie blijkt het bewonderde boek nog beter....

De naam James Agee (1909-1955) is vooral verbonden aan het legendarische non-fictiewerk Let Us Now Praise Famous Men (1941), waarin Agee en fotograaf Walker Evans een indringend portret schetsten van drie families straatarme blanke pachtboeren in de Zuidelijke Verenigde Staten. Door zijn onconventionele literair-journalistieke benadering en het opvoeren van zichzelf als personage in zijn verhaal, legde Agee met dit boek de grondslagen voor het New Journalism.

Hoe klassiek de status van Let Us Now Praise Famous Men inmiddels ook mag zijn (in 1991 verscheen de Nederlandse vertaling, Laat ons nu vermaarde mannen prijzen, bij uitgeverij Bert Bakker), in het jaar van verschijnen werd het slechts door een groepje sympathiserende vakgenoten op waarde geschat en na een verkoop van slechts 600 exemplaren verramsjt. Pas bij de heruitgave in 1960 omarmde een breder gezelschap van critici en lezers het boek.

Zoals aan dit non-fictiewerk al viel af te lezen, lag Agees ambitie veel meer in de literatuur dan in de journalistiek, al verdiende hij met dat laatste zijn brood. Twee jaar nadat hij was afgestudeerd aan Harvard University, publiceerde Agee de dichtbundel Permit Me Voyage (1934) en niet lang daarna begon hij aan een roman. Aan dit boek zou hij de rest van zijn korte leven blijven werken, voortdurend herschrijvend en herschikkend.

Toen Agee, mateloos roker en drinker, op 45-jarige leeftijd in een New Yorkse taxi op weg naar de dokter aan een hartaanval overleed, trof men in zijn nalatenschap een titelloos, bijna voltooid en tamelijk chaotisch handgeschreven manuscript. Uit dit geheel stelde Agees beschermeling David McDowell de indrukwekkende roman A Death in the Family (1957) samen, die een jaar na verschijning met de Pulitzer Prize voor fictie werd bekroond.

Het onverbloemd autobiografische boek beschreef de dood door een auto-ongeluk van vader Jay Agee, goeddeels – maar niet uitsluitend – bezien vanuit het perspectief van zijn zesjarige zoontje Rufus (zoals Agee als kind werd genoemd). Deze verhaallijn werd afgewisseld met flashbacks uit Rufus’ vroegste jeugd.

In de loop der jaren heeft de roman bijna dezelfde klassieke status verkregen als Famous Men, maar volgens sommige letterkundigen was het op geen stukken na het boek dat Agee eigenlijk had willen publiceren. Op zoek naar de oorspronkelijke roman, ploegde wetenschapper Michael A. Lofaro jarenlang door alle manuscriptvarianten, ontcijferde bijna onleesbare aanwijzingen, las onvoltooide brieven van Agee en stelde uiteindelijk een zogeheten ‘gerestaureerde versie’ van het boek samen, die nu in Nederlandse vertaling is verschenen.

Hoewel de kern van de roman nog steeds wordt gevormd door het ongeval van dat Agees vader in mei 1916 overkwam met zijn ‘Tin Lizzy’ (T-Ford), zijn de verschillen met de oude versie opmerkelijk. Om te beginnen wordt het verhaal nu in chronologische volgorde verteld, verder heeft Lofaro ruim tien in de oude versie ontbrekende hoofdstukken teruggeplaatst en heeft hij alle personages weer hun aan de werkelijkheid ontleende namen gegeven. Bovendien laat hij het boek voorafgaan door de inleiding die Agee ervoor had bestemd: een hallucinatoire, van schuldgevoel jegens zijn vader doortrokken nachtmerrie die Rufus op middelbare leeftijd heeft, en niet het (overigens wonderschone) verhaal ‘Knoxville: Summer 1915’ waarmee McDowell de roman liet openen.

Het resultaat: Een sterfgeval in de familie is een nóg beter boek geworden. Zo blijkt het naar achteren schuiven van het ongeval van Rufus’ vader een geweldig spanningsverhogend effect te hebben. Alleen al door de titel van het boek ligt de aanstaande dood van Jay van meet af aan in het verhaal besloten, maar juist dat geeft alle observaties van de jonge Rufus een extra lading.

Die observaties en de wijze waarop Agee ze in de taal weergeeft zijn afwisselend vertederend en hilarisch, dikwijls op het briljante af. Agee kruipt in de huid van een kind vanuit het bewustzijn van de latere volwassene en slaagt er zo in om – afwisselend in volwassen en kinderlijk taaleigen – een natuurgetrouw en overtuigend beeld van de kinderlijke beleving weer te geven.

Soms leidt dat tot zorgvuldig poëtisch taalgebruik, zoals wanneer de kleine Rufus bang is in het donker: ‘Duisternis kwam wel heel dichtbij. Het kind werd zijn adem gewaar als de tochtstroom van een ijsberg. Zijn verschrikkelijke blik boorde zich zo diep in de kinderziel, dat de jongen zeker wist nooit meer te zullen bewegen of ademhalen.’

Op andere momenten geeft Agee de kinderbeleving weer via herkenbare misverstanden, bijvoorbeeld als Rufus’ samen met zijn opa naar een schilderij kijkt dat de vlucht van Jozef, Maria en Jezus naar Egypte uitbeeldt. ‘ ‘Donker als in een gipte,’ zei opa, en op het schilderij was het donker.’

En hier geeft Agee Rufus’ bespiegelingen weer als zijn moeder de spiritual ‘Swing low, sweet chariot’ zingt: ‘Een zegekar was een soort prachtige wagen want het was te ver lopen naar huis, heel, heel ver, en de zegekar was ook zoet, alleen begreep hij niet hoe een wagen zoet kon zijn, maar het was toch zo.’

Behalve een overtuigende weergave van de belevingswereld van de jonge Rufus, vormt deze passage (waarvan hier slechts een flard is weergegeven) ook een navrante verwijzing naar de gebeurtenis vier jaar later, als vader Jay zich van verre naar huis spoedt in zijn eigen, pas verworven zegekar. Het is slechts één van de diverse signalen van een onafwendbaar noodlot die Agee in het boek heeft verwerkt en die het boek een tergende spanning geven.

Naast trefzeker taalgebruik (koffie ‘geurend naar heldhaftigheid en godslastering’) en een solide compositie, imponeert Een sterfgeval in de familie met name door knappe karakterisering van de personages. Dikwijls worden ze van binnenuit beschreven: het naïeve, door menigeen voor de gek gehouden jongetje Rufus, zijn zorgzame, diepreligieuze moeder Laura, zijn ambitieuze en onbesuisde vader Jay, de inwonende grootouders, de lolbroek van een oom, de demente betovergrootmoeder, de beschermende zwarte vroedvrouw en de hypocriete en vreeswekkende pastoor Robertson... Samen vormen ze meer dan een dwarsdoorsnede van een Zuidelijk gemeenschap – ze zijn een universum in miniatuur.

James Agee was een nog groter schrijver dan we al dachten.

Meer over