Venetië krijgt een slang aan de kade, of een champignon

Venetië is een stad, maar waar kunnen we dat eigenlijk nou aan zien? Ver kijken kan haast niet, zelfs de kleinste steeg loopt niet recht....

ERIC VAN DEN BERG

Van onze verslaggever

Eric van den Berg

AMSTERDAM

'Zo stil, zo gedempt', vindt Ben van Berkel de Noord-Italiaanse stad. De laatste zeven jaar is de architect er on and off 's winters heengegaan, om er te werken, om er te zíjn. Gewoon, twee weekjes, naar de stad waar 'het water zo prachtig domineert'.

Venetië moet je lezen, bocht na bocht, hoek na hoek, kanaal na kanaal. Van Berkel (41) is noch geïnteresseerd in de decoratie, noch in de klassieke thema's, het gaat hem om de 'rijkheid'. De natuur bepaalt hoe de stad is of zich ontwikkelt, geen plek lijkt op een andere.

Voor deze 'intense' stad wilde de bedenker van de Erasmusbrug wel een prominent gebouw ('ook een soort brug') ontwerpen: l'Instituto Universitario di Architettura di Venezia (IUAV), de nieuwe behuizing van de architectuurfaculteit van de universiteit van Venetië.

Vijfhonderd architecten dongen mee in de prijsvraag, Van Berkel is doorgedrongen tot de laatste tien. En dat tussen allemaal Italianen, een Spanjaard (Eric Miralles) en een Duitser. Deze laatste, Karl Amann, werkt bij een ander bureau uit Amsterdam, No w here, dat eveneens nog in de race zit, maar deze inzending is toch weer half-Italiaans: Karl Amann werkt samen met Giuseppe Mantia, die in Venetië heeft gestudeerd en gewerkt.

Organisch mogen we geen van de 'Amsterdamse' ontwerpen noemen, maar dat van Van Berkel lijkt op een champignon en dat van No w here op een slang. 'Caleidoscopisch' is voor Van Berkel een betere omschrijving van het gebouw dat moet verrijzen aan de zuidkant van Venetië, aan het Giudecca-kanaal, tussen de oude stad en het havengebied. De sneldienst van Piazza Roma naar het San Marco-plein komt er langs, en als de nieuwe kade klaar is, zal hij ook aanleggen bij het architectuurinstituut.

Venetië wil het San Basilio-district, waar nu nog een oud koelhuis en vervallen pakhuizen staan en cruiseschepen aanleggen bij te kleine terminals, opknappen. Het nieuwe instituut, niet al te ver van het gebied waar elke vier jaar de Architectuur Biënnale wordt gehouden, speelt in die plannen een belangrijke rol.

Een modern palazzo gaat het worden, als Van Berkel aan het eind van het jaar met de eer gaat strijken, van allerlei soorten beton en - 'dat vinden die Italianen wel leuk, lokale traditie' - Venetiaans glas. Zo'n gebouw dat aan de buitenkant een gesloten façade is ('een trots paard aan het water'), maar als je eenmaal middenin op de patio staat, blijkt alles open. Vanaf deze plek - ook toegankelijk voor zon, regen en sneeuw - is het hele gebouw te zien, is alles bereikbaar. 'Breathless is wat je moet denken, ademloos klinkt een beetje dom.'

Het binnenplein is bij Van Berkel de voet van de champignon, de koker met trappen en liften is de steel, vloer, wand en plafond lopen in elkaar over. De drie verdiepingen met twee lezingzalen, leslokalen, kantoren voor de professoren en de administratie vormen de hoed die vrij boven de begane grond hangt. Beneden komt een café-restaurant, open voor iedereen, de link met de kade. 'Het is een gebouw dat je moet ontdekken. Eerst naar binnen gaan, dan begint het pas.'

Het gebouw moet bij de stad horen: dit deel van het Basilio-district ligt er nu nog een beetje verloren bij, over enkele jaren komen hier stromen mensen langs - dan is er een promenade, en wellicht een strand. No w here (nowhere of now here, 'het is niet belangrijk waar we werken') heeft zich in zijn ontwerp ook gestort op de rest van de kade. Uitgangspunt, maar niet meer dan een metafoor: de veranderende waterstanden in de Venetiaanse lagune.

In het architectuurinstituut van No w here (The turn of the Tides) zal dat enkel in het restaurant tastbaar zijn. Het terras komt aan het water, als een trap verdwijnt het in het kanaal - een kopje espresso bij een almaar veranderend getijde. Ook dit restaurant is toegankelijk voor iedereen. Karl Amann (31): 'Dit instituut moet open zijn. Vaak wordt gezegd dat wat wordt geleerd op de universiteit niets heeft te maken met de werkelijkheid. Dat is niet waar. Laat het maar zien.' De openheid is soms letterlijk bedoeld: de open bakstenen muur laat 33,9 procent licht door.

Het IUAV van Amann en Mantia, die beiden een postdoctoraal onderzoek hebben gedaan aan het Berlage Instituut in Amsterdam, is daarom ook geïntegreerd in de kade, zelfs gekoppeld aan de pakhuizen ernaast. De bezoeker begeeft zich door het gebouw zoals een auto zich in een parkeergarage omhoog werkt: door een langzaam oplopende gang, een slang die zich om de zalen en lokalen heen kronkelt. Op het dak komt een tuin ('of een strand desnoods, ze geven graag buiten les'), op de eerste verdieping een 'brug' naar het aanpalende gebouw; de corridor loopt door, van loods naar loods.

Amann, afgestudeerd aan de kunstacademie van Stuttgart, denkt in 'lagen', in veranderingen en 'vibraties' (vandaar de waterstanden). Niet alleen voor het gebouw zelf, ook voor het hele kadegebied. Waarom zou er geen bioscoop naast een architectuurinstituut kunnen staan, of een sportcomplex. Verderop parkeerruimte voor zevenhonderd auto's (San Basilio blijft bereikbaar over de weg). 'Grote evenementen moeten hier ook mogelijk zijn. Jongeren moeten nu naar Mestre, op het vasteland, voor een party.'

Aan dit idee zal de stad nog even moeten wennen. Sinds het optreden in 1989 van Pink Floyd op het San Marco-plein verkeert Venetië in een shock; de rommel die toen werd achtergelaten, de scheuren in gevels en monumenten, dat niet nog eens!

'In Venetië heerst een oppositie tegen alles wat nieuw is', zegt Van Berkel. Zelfs Le Corbusier is het niet gelukt het ziekenhuis uit te breiden met een nieuwe vleugel. 'Maar dit instituut zou een breuk met het verleden kunnen betekenen, een statement.'

En ook Amann weet het: 'Er zijn weinig moderne gebouwen. Wat eigentijds is, staat buiten de echte stad. Venetië blijft natuurlijk een theme park.'

Meer over