Veeleisende ritmesectie stuwt Borstlap omhoog

Muziek: Michiel Borstlap, Ernst Glerum en Han Bennink. Gehoord: Bimhuis, Amsterdam, 1 mei..

Als het bedoeld was als vuurproef, dan werd die glansrijk doorstaan. Pianist Michiel Borstlap is een van de meest spraakmakende Nederlandse jazzpianisten van de laatste tijd, dankzij een populair sextet en de onder veel belangstelling gelanceerde jazzrockgroep White House. En bovendien natuurlijk dankzij zijn in de Verenigde Staten bekroonde compositie Memory of Enchantment, die Herbie Hancock en Wayne Shorter gaan opnemen voor hun binnenkort te verschijnen duo-cd.

Het leek het Bimhuis daarom een aardig idee de jonge musicus eens te confronteren met een van de beste, maar ook veeleisendste ritmesecties van ons land: bassist Ernst Glerum en slagwerker Han Bennink, die sinds jaar en dag samen de motor vormen van het ICP Orkest. Het werd een lang, enerverend concert vol hoogtepunten, waarin scheidslijnen tussen scholen, stijlen en generaties irrelevant bleken, en er samen muziek werd gemaakt.

De ritmesectie is zo veeleisend omdat ze, vooral in de persoon van Bennink, geen genoegen neemt met volgzaam begeleiden. Zeker bij een gelegenheid als deze, een voorlopig eenmalige samenwerking waarvoor niet werd gerepeteerd, eist de drummer met zijn harde, dominante stijl het recht op om de richting van de muziek mede te bepalen. In sterke persoonlijkheden brengt hij daarmee het beste boven wat ze te bieden hebben, ongeveer zoals het explosieve karakter van bassist Charles Mingus moet hebben gedaan. Wie niet mee kan komen, wordt genadeloos weggevaagd. Wie wel iets te melden heeft, krijgt in Han Bennink de meest stimulerende en intense partner die je je voor kunt stellen.

Borstlap genoot, het publiek genoot mee. Na een paar minuten aftasten werd er gemeenschappelijk terrein gevonden: tempoloze erupties, vaak in vraag-en-antwoordvorm, waaruit ritmische figuren ontstonden die vervolgens werden meegevoerd op die verende swing waar Bennink zo sterk in is. Op deze ondergrond ontstond dan een speels gevecht om het thema, met schijnbewegingen, sprints, tackles en af en toe het scoren na een geslaagde solistische actie.

Het dwong de pianist tot zijn meest percussieve spel, en het was niet verwonderlijk dat er vier van die typisch hamerende Thelonious Monk-stukken uit de associaties opdoken. Borstlap heeft al eerder bewezen Monks werk goed aan te voelen, en zijn improvisatie in I Mean You was volledig in stijl, zonder in imitaties te vervallen. Hij bekeek de ogenschijnlijk simpele maar eindeloos intrigerende thema's van alle kanten, en belichtte een deel van de variatiemogelijkheden met veelzeggende stiltes, herhalingen met lichte verschuivingen, kruidige dissonanten en suggestieve omspelingen.

Glerums solide bas had in dit alles de rol van bemiddelaar en katalysator, nu weer de een, dan weer de ander steunend, om onopvallend eenheid aan te brengen in de stormachtige gedachtenwisseling. En in zijn eigen solo's liet hij meer dan eens horen één van de mooist strijkende bassisten in de Nederlandse jazz te zijn. Samen met Borstlap zorgde hij voor de meest ingetogen passages van het concert, die van Bennink niet te lang mochten duren - hij deinsde er niet voor terug om tijdens een rustig moment een koffer vol percussierommel kletterend leeg te storten.

Maar zijn theatrale acts waren deze avond schaars, en niet bedoeld om te storen en te treiteren. Een duidelijk teken van respect voor een muzikale gebeurtenis, die hopelijk een vervolg krijgt.

Frank van Herk

Meer over