Taalgebruik!Woord van de week

Veel sijzen lijken op apparaten

Dialect, jargon, straattaal of neologisme – elke week ontwaart de Volkskrant een opvallend woord. Met de lente barst ook het gezellige gekwinkeleer weer los. Horen we daar een fietspompje?

Janna Reinsma

Amsterdammers hebben geen groot vogelvocabulaire. Een vogel is een sijs. Kan-ie zwemmen? Dan is het een drijfsijs. Papegaai? Praatsijs.

Toen mijn vriend en ik een tijdje geleden van Amsterdam naar Haarlem verhuisden, naar een huis met een tuin (!) in een rustige buurt, werden we opeens elke ochtend wakker van een oorverdovend luid zingende sijs. Het werd tijd onze blik te verruimen, we gingen op vogelles. We abonneerden ons op een onlinecursus van de Vogelbescherming en kregen elke week een link met tekst, filmpjes en audio om vogels te leren herkennen.

‘Luister’, zegt mijn vriend nu soms. ‘Een fietspompje.’ Zo wordt de nitwit namelijk opgevoed: met duidelijke vergelijkingen. Een koolmees klinkt als een fietspomp.

Online ontdek ik nog veel meer duidelijke taal. Een meerkoet klinkt als een springende gloeilamp, een winterkoning als een wekker en een roodborst als een nat scheidsrechtersfluitje (ik verzin dit niet).

Ik werp ook weer eens een blik op de heerlijke site Beleef de Lente, en gluur naar binnen in de nestkast van een kerkuil die zich aan het coifferen is. Het is leuk een vogelvoyeur te zijn, maar een vogel als vogel zien: zover ben ik nog niet. Wanneer er twee verrassend lange benen uit de zachte witte bol tevoorschijn komen, zie ik een landingsgestel.

En als ik nog even doorklik naar de slechtvalk, kijk ik opeens met deze roofvogel mee over Amsterdam, vanaf het dak van het Rijksmuseum. Ik zie de stad waar ik geboren en getogen ben, over de schouders van een slechtvalk, via een webcam. Dat het live is (‘510 mensen kijken nu’) maakt het extra betoverend en vervreemdend. Wie is hier nu de Amsterdammer en wie de vreemde sijs?

Lees hier alle afleveringen van alle rubrieken van de pagina Taalgebruik! uit de Volkskrant.

Meer over