Variëren op Van Scorels maagd met krullenkindje

Toen Jan van Scorel (1495-1562) in 1525 eindelijk terugkeerde naar Nederland, had hij alle ervaringen opgedaan die voor een man van zijn tijd weggelegd waren....

Adrianus VI maakte graag gebruik van de diensten van de jonge kunstenaar, die hij tot conservator van zijn beeldencollectie benoemde, als opvolger van Rafaël. De jongen uit het Hollandse duindorp Schoorl was een kosmopoliet geworden.

Na de dood van Adrianus besloot Van Scorel dat de tijd gekomen was om naar huis te gaan. In Utrecht, waar hij zich vestigde, moet hij als een man van aanzien zijn ontvangen. Een kunstenaar die de bijbelse landschappen zou kunnen schilderen zoals hij ze met eigen ogen had gezien, die op vertrouwelijke voet had gestaan met de plaatsbekleder van Christus op aarde - aan zo'n man werden graag opdrachten verleend. Die mocht de prestigieuze altaarstukken schilderen, en portretten maken van alle Jeruzalemgangers van de stad.

Een kunstenaar was in die tijd - net als veel van zijn huidige collega's - vooral ook ondernemer. Een succesvol schilder kreeg veel meer opdrachten dan hij aankon. Dus nam hij leerlingen in dienst, die een deel van het werk voor hem opknapten. De meester zette de grote lijnen uit, bepaalde compositie, materiaalgebruik en kleurstelling, schilderde desnoods de details. In de werkplaats werd het grove werk gedaan.

Van Scorel moet in zijn glorietijd aan het hoofd hebben gestaan van een schilderfabriekje, waarin volgens zijn richtlijnen werd gewerkt. Die werkplaats stond eerst in Haarlem, maar beleefde zijn toptijd van 1535 tot 1545 in Utrecht. Van Scorel huurde ruimte bij om al zijn personeel onder te brengen en hij heeft moeten woekeren met zijn tijd, omdat hij - als oprecht renaissancemens - ook nog een praktijk als ingenieur onderhield. Dijkenbouw, drooglegging en baggerwerk hadden zijn bijzondere aandacht.

In 1995 werd een Maria met kind van een onbekende zestiende-eeuwse meester aangeboden op een veiling in Stockholm. Daarop is een Maria vereeuwigd die met geloken ogen omzichtig het linkerbeentje van haar putti-achtige baby optilt, die lodderig van onder een verwaaid kuifje kijkt. De compositie vertoonde opvallende overeenkomsten met een paneel uit het bezit van het Rotterdamse museum Boijmans Van Beuningen. Dat leek weer als twee druppels water op twee andere Maria met kind-schilderijen, die al geruime tijd spoorloos zijn, maar waarvan wel foto's bewaard zijn gebleven. En dan was er - inmiddels in privébezit - nog een drieluik met op het middenpaneel andermaal een vrijwel identieke Maria met kind.

Dat paneel uit Stockholm is door het Centraal Museum in Utrecht aangekocht. Onderzoek wees uit dat het hier om de oer-Van Scorel gaat. Alle andere Maria's worden toegeschreven aan kopiisten of aan Van Scorels werkplaats, wat betekent dat de meester waarschijnlijk slechts een oogje in het zeil hield bij de productie.

Op een kleine expositie in het Centraal Museum zijn die schilderijen (en fotografische afbeeldingen) nu te zien, samen met twee andere Madonna-concepten van Van Scorel die kennelijk ook veel weerklank vonden. De ene reeks is die van een Madonna met bloemen. De wilde rozen van het origineel (sinds 1958 in het bezit van het museum) veranderen in volgende versies in veldbloemen, narcissen en onbestemde snijbloemen. De compositie blijft in grote lijnen dezelfde. Maar waar op het origineel de maagd en haar krullenkindje een liefdevolle blik uitwisselen, daar sturen de kopiisten de ogen van het kindeke de andere kant op, de wijde wereld in.

Mooier nog is de derde reeks, een Maria met kind uit het bezit van het Kartinaja Museum in Tambov, nabij Sint-Petersburg. Het kind staat op de knie van zijn moeder en reikt naar iets wat voor ons onzichtbaar blijft. Maria ondersteunt hem en kijkt mee, alsof ze hem wil aanmoedigen om de wereld te verkennen. Waar ze naar reiken is sinds 1986 bekend. Vanwege de tentoonstelling Kunst voor de Beeldenstorm in het Amsterdamse Rijksmuseum werd deze Maria met Kind verenigd met het portret van een bezorgd kijkende man uit de Gemäldegalerie in Berlijn, dat naar men nu aanneemt van origine de andere helft van het tweeluik vormt.

Op de kopie van dit schilderij, die in Philadelphia hangt, zijn op de achtergrond enkele engelen neergedaald, en is een man met ezel de compositie binnengewandeld. De liefdevolle blik van Maria is hier wat aangescherpt. Een goed concept kan heel wat variatie verdragen.

Meer over