Van Veens toverstaf werkt nog steeds

Dit jaar speelt Herman van Veen niet alleen in het Cultureel Centrum De Nobelaer in Etten-Leur en het Amicitia Theater in Sneek, maar ook in Parijs, Praag en Zuid-Afrika....

Patrick van den Hanenberg

Van Veen heeft veel bij het oude gelaten. Gedurende het grootste deel van de avond is hij nog steeds het toonbeeld van minimalisme met maximaal resultaat. Als hij een oud liedje van Willem Wilmink zingt over vrouwenborsten, beweegt hij zijn armen subtiel achter zijn hoofd om daar een denkbeeldige knoop te leggen. Daarna zwabbert hij even met zijn armen ter hoogte van de knieën. Zulke gebaren worden nooit plat, maar krijgen zelfs een lieflijk poëtische lading.

Hij wekt oude grappen weer tot leven, vertelt een sprookje, zingt een liedje, en bij de pauze gaat keurig het gordijn dicht. Het is zo vanzelfsprekend dat je pas achteraf beseft dat je getuige bent geweest van een hypnose-sessie.

Vrijwel alles is terloops en daardoor wordt het krankzinnige normaal. Als opeens een baby van bijna drie meter het podium opwaggelt, kijkt niemand daar van op. Ook gebleven zijn de zeer amusante Utrechtse volksverhalen, de schrijnende joodse verhalen en natuurlijk de politieke uithalen. Niet geforceerd om duidelijk te maken dat hij de krant leest en deugt, maar om een idiote situatie te beschrijven. Het is allemaal typisch Herman van Veen, maar het blijft boeien.

De grote verandering zit in de muzikale kleur. Tientallen jaren werd het Van Veen-geluid gedomineerd door de piano van Erik van der Wurff en de saxofoon van Nard Reijnders. Daar is sinds enkele jaren de gitaar van Edith Leerkes bijgekomen (voormalig Amsterdams Gitaar Trio), die met haar fascinerend lenige linker wijsvinger een enorm bereik heeft. De sfeer wordt door haar nog lyrischer. In deze nieuwe show trekt zij het initiatief naar zich toe, zonder dat de andere muzikanten in de hoek worden geduwd.

Herman van Veen heeft zich nooit iets aangetrokken van trends. Hij is een autonome artiest, die altijd al stand up comedian is geweest, die altijd al chansonnier is geweest, en de springerige clown, en de dromer en de realist.

Overal waar hij komt, tikt hij even met zijn toverstaf tegen een voorbijganger of tegen een theatermuur, en er gebeurt een klein wonder. Toen hij als klein jongetje tegen zijn moeder zei dat hij naar China ging, vond zijn moeder dat goed: 'Maar zorg wel dat je voor het eten weer thuis bent.' Dat was toen voor Van Veen geen enkel probleem. Hij doet het nog steeds.

Meer over