Van Tuijl slaat plank mis met nieuwe zomeropstelling

Het lijkt wel of het Stedelijk Museum het erom doet. Zijn er net een aantal tentoonstellingen gepasseerd die in het tijdelijke gebouw aan het IJ het gevoel gaven dat er toch echt een hele museumstaf aan het werk was - het overzicht dat Carel Blotcamp samenstelde, de thematentoonstelling Populism -,...

De Zomeropstelling` is terug, dat was het goede nieuws. Nieuw aangetreden directeur Gijs van Tuijl is door de depots gegaan om, los van de waan van de dag, weer eens fris inzicht te geven in de collectie. Bock mit Inhalt is de melige naam, ontleend aan een schilderij van Walter Dahn. De zomerse gewoonte begon onder directeur Edy de Wilde en werd vooral bekend door Rudi Fuchs, die de wildste combinaties verzon, dwars door stromingen en jaartallen heen, om kunstwerken in dialoog` met elkaar te laten gaan.

Nu heeft van Tuijl de ruimte, noch het licht, noch de staf en noch het inzicht om van zo`n zomeropstelling meer te maken dan een haastig boeketje kunst. Het dan toch willen doen is geen goed nieuws, maar een vergissing.

En dat gaat niet over de werken zelf. Natuurlijk is het prettig om te zien dat het Stedelijk Museum zo`n prachtig beeld als dat van Jan Fabre in zijn bezit heeft - een imker, geheel opgebouwd uit juweelkevers. Of het beklemmende Painting, Eating, Smoking van Philip Guston, een schilderij dat onmiddellijk doet verlangen naar meer van deze in- en inmelancholieke schilder, zijn tijd ver vooruit. Er zijn twee prachtige kinderportretten van Kiki Lamers, er is filigrijn porselein van Borek Sipek. Er is een uitgebreide collectie animaties van Max Kisman - die van de VPRO-filmpjes uit de begindagen van de computer, met veel humor en liefde gemaakt. Er is de witte structuur van Schoonhoven, langzaam verouderend maar onverminderd helder. En dat heeft allemaal net zo weinig met elkaar te maken als de tang en het varken.

Er is wel geprobeerd inhoudelijk wat verband te leggen. De tentoonstelling ging, ook al zo armoedig, in drie etappes open, zodat de hele opstelling feitelijk pas aan het einde van de zomer compleet was en nog geen maand in zijn geheel te zien is. Elk deel heeft een eigen thema. De eerste is de dood en vergankelijkheid. Het tweede deel gaat over vorm en materiaal in modernisme en postmodernisme in kunst en vormgeving (dat is al bijna geen thema meer) en het derde over onschuld, seksualiteit en geweld; existentiële vraagstukken.

Waar komt die keuze vandaan? Zijn dat thema`s die nu weer actueel zijn? Lijnen die nu pas duidelijk worden? De onbeholpen zaalteksten, half en half proberend de toeschouwer kunsthistorisch bij te spijkeren, geven geen uitsluitsel. Op de website kun je ter voorbereiding een filmpje bekijken van de expositie, gemaakt door een cameraman die nog niet weet dat niets zichtbaar is als de camera langs de wanden scheert.

Het enige positieve dat de bezoeker met veel moeite uit dit allegaartje wringt, is het inzicht dat de realistische tendensen in de schilderkunst, waar de afgelopen jaren zoveel over gesproken wordt, in feite al in de jaren zestig begonnen zijn. Het Stedelijk heeft het in huis en van Tuijl heeft er oog voor. Zo is er het verrassend vroege schilderij London By Night van Robert Kitaj uit 1964 en de genoemde Philip Guston. Achter en onder het strenge minimalisme en conceptualisme ging een generatie kunstenaars schuil die de mens en de zichtbare wereld altijd trouw is gebleven. Maak daar eens een mooie zomeropstelling van.

Meer over