beter leven

Van pastorie tot B&B: wij gidsen u langs Friese pastorieën die een nieuw leven kregen

Bed and Breakfast De Postoari op Terschelling Beeld Marie Wanders
Bed and Breakfast De Postoari op TerschellingBeeld Marie Wanders

Toen God van het platteland verdween, verloren de tochtige en onherbergzame onderkomens van pastoors en dominees hun publieke functie. De monumentale pastorieën doen het goed als bed and breakfast. V ging in Friesland eens kijken.

Oud is bepaald geen aanbeveling, Amerikaanse presidenten en sterke drank uitgezonderd. Een boek dat niet voor niets The Old Rectory heet, voegt daaraan de pastorie toe.

Oud zijn ze eigenlijk per definitie, de pastorieën; eeuwenlang woon- en werkplaats van pastoors en dominees. Indrukwekkende panden zijn het en dat was ook de bedoeling: daarmee drukten ze de belangrijke rol van een zielenherder uit. Maar de zielen ontdekten in de loop van de vorige eeuw dat ze het ook best zonder herder redden. En zo belandde de pastorie op de goddeloze markt van vraag en aanbod.

The Old Rectory beschrijft die ontwikkeling in Groot-Brittannië. Van de 13 duizend pastorieën die een eeuw geleden in bedrijf waren, zijn er zo’n achthonderd over. Aanvankelijk kwam de Church of England moeilijk van zijn pastorieën af. Achterstallig onderhoud was een struikelblok bij de verkoop. Nu geldt de pastorie als het toppunt van Engels buitenleven: ruim, elegant en cucumber sandwiches on the lawn. De toevoeging ‘oud’ dient slechts het plattelandsgeluk te accentueren.

Eenzelfde ontwikkeling speelde zich af in Nederland. Ook hier golden pastorieën lange tijd als tochtig en onherbergzaam. Dat is veranderd in rustiek en karakteristiek. Wie een pastorie koopt, koopt een pand met een verhaal.

Nergens is de opgang van pastorieën beter af te lezen dan aan het particuliere hotel. Als het internet niet liegt, zijn zeker dertig bed and breakfasts gevestigd in een vroegere pastorie. Niet verwonderlijk. Een B&B wil zich graag onderscheiden. Dat kan met een dak dat iets te vertellen heeft. Daarom staan zowat al die B&B’s zich voor op hun huisvesting. Acht doen dat door zich ‘De Oude Pastorie’ te noemen.

Je zou als fietser een reusachtige om kunnen maken door heel Nederland en elke nacht uitrusten in religieus erfgoed. Maar dit wordt een ommetje door Friesland, dat samen met Gelderland en Noord-Brabant koploper is in de combinatie van B&B en pastorie. Daarmee is ook meteen duidelijk dat katholieken en protestanten elkaar niet ontlopen met het opdoeken van pastorieën.

Pastorie in Jelsum. Beeld Marie Wanders
Pastorie in Jelsum.Beeld Marie Wanders

Jelsum

Een paar kilometer ten noorden van Leeuwarden heeft een handvol huizen zich verschanst op een terp die Jelsum heet. De attractie van dit dorp, 184 inwoners groot, is Dekema State, ooit een weelderig vluchtoord voor de gelijknamige familie uit het nabije Leeuwarden. Binnen is dat verleden vastgelegd in een museum, buiten is de mooiste oprijlaan van Nederland te bewonderen.

Pal voor de ingang van Dekema State staat de pastorie waar het echtpaar Veenstra sinds 2020 twee kamers (Súdwesten en Súdeast) en een tuinhuis (Túnhúske) uitbaat voor 75 tot 100 euro per nacht. De start was vals (corona), maar de inhaalrace is inmiddels ingezet.

Op een zaterdagmorgen in 2013 zagen de Veenstra’s de voormalige pastorie van de Sint-Genovevakerk te koop staan in de krant. Ze waren, net als de Dekema’s destijds, het drukke Leeuwarden beu en op zoek naar een boerderij in de omgeving. Maar was een pastorie niet veel mooier? De volgende dag kapten Sandra en Lourens Veenstra zich een weg door de klimop rondom het huis. Maandag lag bij de makelaar een bod dat niet geweigerd kon worden.

Pastorie Dekema State in Jelsum.  Beeld Marie Wanders
Pastorie Dekema State in Jelsum.Beeld Marie Wanders

In de ontbijtruimte herinnert het schilderij Jezus in de tempel aan wat ze vroeger was: de spreekkamer van de dominee. De Veenstra’s zijn al de derde particuliere eigenaar sinds God uit Jelsum verdween. Anders dan de vorige eigenaren hebben Sandra en Lourens Veenstra hun best gedaan om iets van de vroegere sfeer terug te brengen. De achtertuin is een klein park, waar het goed peinzen is tussen grazende schapen.

‘Nergens in Nederland zijn pastorieën zo prominent en herkenbaar aanwezig als in de vele pittoreske dorpen op het Friese en Groningse platteland.’ Bouwhistoricus Albert Reinstra windt er geen doekjes om in zijn bijdrage aan De protestantse pastorie in Noord-Nederland.

Kantelpunt in dat boek is natuurlijk de reformatie. Maar in het noorden zijn ook pastorieën te vinden waarin pastoors nog over de zieltjes waakten. In Groningen heette zo’n middeleeuwse pastorie een weem. Ze zien eruit als oude hoeves en dat past ook wel: pastoors en dominees dienden hun eigen boontjes te doppen.

Pastorie in Jelsum.  Beeld Marie Wanders
Pastorie in Jelsum.Beeld Marie Wanders

In Warffum staat een mooi gerenoveerd exemplaar, daterend uit 1260, daarmee een van de oudste huizen op het Groningse platteland. In Westeremden heeft schilder Henk Helmantel zijn atelier/museum/woning teruggebracht tot de weem die het ooit was.

Maar het clichébeeld van de pastorie is het statige herenhuis van een eeuwwisseling geleden. De deur bevindt zich in het midden. De majestueuze gang leidt naar kamers aan weerszijden. Terwijl pastorieën in katholiek Nederland aansluiten op de kerk ernaast, staan die in protestants Nederland er vaak los van. Ook opvallend: pastoor en huishoudster waren in de regel ruimer behuisd dan de dominee met zijn gezin.

De Piet Paaltjens Pastorie in Foudgum.  Beeld Marie Wanders
De Piet Paaltjens Pastorie in Foudgum.Beeld Marie Wanders

Foudgum

De volgende aanlegplaats is Foudgum. Om de route van 25 kilometer in stijl af te leggen, is een omweg via Leeuwarden gewenst. Startpunt wordt dan het borstbeeld van Piet Paaltjens aan de Westerplantage. Vervolgens eindigt de Piet Paaltjens Route langs de Dokkumer Ee bij de Piet Paaltjens Pastorie in Foudgum.

Wonderbaarlijk hoe een 19de-eeuwse dichter die zijn verdriet uitdrukte in een vergeetwoord als schreien zo fanatiek in leven wordt gehouden. Overal waar Paaltjens een voetstap achterliet, om te beginnen in zijn geboorteplaats Leeuwarden, wordt hij uitgebreid herinnerd. Bij de ingang van de Mariakerk in Foudgum gebeurt dat met een ingenieus sculptuur van een opengeslagen boek en een gebroken hart.

In zijn werkelijke gedaante, van François Haverschmidt, werkte Paaltjens drie jaar lang als dominee in het dorp bij Dokkum. In de aanpalende pastorie moet het leven tenhemelschreiend zijn geweest. ‘Hij toefde in de holle pastorie alleen, soms even mistroostig als de dienstbode, die voor domineestafel moest zorgen.’ Citaat uit een aan Piet Paaltjens gewijde website.

null Beeld Marie Wanders
Beeld Marie Wanders

Toen het pand in 2002 in de verkoop kwam, begon het hart van Henk Olivier harder te kloppen. Olivier kent de pastorie al van zijn dagelijkse gang op de fiets naar school. Het hart van zijn vriendin Yfke Blom had een aanloopje nodig. Zij hechtte aan de nieuwbouw van Dokkum.

Maar nu noemt Blom huis en tuin liefkozend een cottage, het Engelse woord voor plattelandsgeluk. Na de grondige opknapbeurt fungeren tuinhuis en ‘Piet Paaltjens Kamer’ voor 100 en 110 euro als bêd en brochje, zoals dat in het Fries heet.

Als de pastorie een pand met een verhaal is, is dat in Foudgum het exclusieve verhaal van Haverschmidt/ Paaltjens. In de hal herinneren een lessenaar en een oud exemplaar van Snikjes en grimlachjes aan de beroemdste bewoner van het pand. ’s Avonds wordt het moede hoofd te ruste gelegd op een Piet Paaltjens-kussen.

Wel menigmaal zei de melkboer
Des morgens tot zijn meid
‘De stoep is weer nat.’ Och, hij wist niet
Dat er ’s nachts op die stoep was geschreid

Het historisch belang van pastorieën wordt vooral gezocht in de driehoek met kerk en kerkhof. Dat nogal slordig wordt omgesprongen met dit onderdeel van het erfgoed is duidelijk, maar niemand weet hoe slordig. Vast staat dat pastorieën harder dan kerken worden getroffen door de ontkerkelijking. Ze gaan meestal het eerst in de verkoop.

De Protestantse kerk, verenigd in PKN, meldt dat bijna 58 procent van de 1.488 predikanten nog een eigen ambtswoning heeft. Maar dat kan dus ook een huurhuis zijn, terwijl pastorieën door de parochie beschikbaar worden gesteld. De Nederlandse Katholieke kerk tast helemaal in het duister. Het overkoepelende aartsbisdom in Utrecht verwijst naar de afzonderlijke bisdommen en die verwijzen weer naar de afzonderlijke parochiën.

Yfke Blom bij de Piet Paaltjens Pastorie.  Beeld Marie Wanders
Yfke Blom bij de Piet Paaltjens Pastorie.Beeld Marie Wanders

Een eigen rondvraag in het Rotterdamse bisdom leert dat 21 van de 104 pastorieën nog hun oorspronkelijke functie hebben. Een aantal pastorieën dient nu als secretariaat van de parochie. De rest van het pand wordt verhuurd. Van de verkochte pastorieën zijn sommige nog min of meer openbaar, als hospice of uitvaartonderneming. Maar de meeste zijn aan de samenleving onttrokken en privébezit geworden.

In The Old Rectory wordt schande gesproken van de uitverkoop. ‘De kerk trekt zich op die manier terug uit het sociale leven.’ Behalve ambtswoning biedt de pastorie ook onderdak aan kleine bijeenkomsten, een persoonlijk gesprek en zoiets als catechese.

Kerk & Co is een adviesbureau dat kerkbesturen bijstaat in het beheer van hun vastgoed. Directeur Chris Schaapman spreekt over de pastorie als tafelzilver dat ondoordacht van de hand wordt gedaan. Ook in termen van vastgoed is de samenhang met de kerk zo groot dat afzonderlijke verkoop meestal afgeraden wordt.

In Someren-Eind, een dorp bij Eindhoven, kwam de hele gemeenschap in het geweer toen de pastorie een paar jaar geleden te koop werd gezet. Initiatiefnemer Ricus Looijmans: ‘Voor je het weet, tovert een projectontwikkelaar de hele achtertuin om in een appartementencomplex.’

Honderd inwoners brachten een bedrag bijeen waarmee de pastorie voor de samenleving werd gered. De ene helft van het jaar gaat het pand door het leven als ‘Herberg De Pastorie’. Van de opbrengst worden in de andere helft van het jaar workshops en andere activiteiten georganiseerd voor de inwoners.

De Postoari op Terschelling.  Beeld Marie Wanders
De Postoari op Terschelling.Beeld Marie Wanders

Hoorn

Vroeg uit de veren voor een fietstocht door landschap dat vlakker is dan vlak. Alleen kerktorens doorklieven de horizon van het Friesche Wad. Opwindend wordt het niet, op de ruim 40 kilometer lange weg naar Harlingen en de veerboot naar Terschelling, of het zou de ontdekking moeten zijn dat Wijnaldum niet alleen de naam van een bekende voetballer is.

Van de aanlegsteiger op West-Terschelling is het nog eens 10 kilometer naar De Postoari in Hoorn. Als je dat uitspreekt zoals eigenaar Flang Cupido het doet, klinkt dat op een of andere manier toch als pastorie. Cupido beheerst dan ook het Aasters, een dialect dat op het oosten van Terschelling wordt gesproken en de oorsprong van het Fries zou vormen. ‘Dus eigenlijk hoort Friesland bij Terschelling en niet andersom’. Zo, dat wilde Flang Cupido even gezegd hebben.

null Beeld Marie Wanders
Beeld Marie Wanders

Willemijn Steentjes en hij kochten de oude pastorie in 2008 en klopten het bouwstof nog van hun kleren toen dominee Wiersma een jaar later de officiële opening verrichtte als bed and breakfast. Cupido, die al enige faam had verworven met zijn strandtent Heartbreak Hotel, wilde met De Postoari terug naar zijn Terschellingse jeugd, naar de tijd dat toeristen nog badgasten heetten.

Behalve strand en zee had Terschelling in die tijd weinig vermaak te bieden. Dus hielp de badgast zijn gastheer bij het werk op het land of ging mee naar zee om een avondmaal te vangen. Steentjes en Cupido proberen iets soortgelijks met hun gasten te bewerkstelligen. Met elkaar het wad op, met elkaar in gesprek komen tijdens het ontbijt. Steentjes: ‘Soms moeten we een handje helpen.’ Cupido: ‘Alles is goed, zolang het maar niet over politiek of religie gaat.’

Je moet het niet mooier maken dan het is, zeggen ze er meteen bij. Maar een pastorie is wel een verhaal dat je doorgeeft. Dus hebben ze hun vier kamers (in prijs variërend van 125 tot 140 euro) vernoemd naar predikanten die hier hun ambt uitoefenden. Steentjes: ‘Het is het vastleggen van de geschiedenis.’

Zicht op de kerk vanuit de Postoari. Beeld Marie Wanders
Zicht op de kerk vanuit de Postoari.Beeld Marie Wanders

De geschiedenis van onze eigen pastorie in Zuidbuurt, een buurtschap van het Zuid-Hollandse Zoeterwoude, begint in 1879. Dat jaar betrok pastoor Van Grossel de nieuwe pastorie die hij naast de Sint Jan Onthoofdingskerk had laten bouwen. ‘De Kast’, werd onze pastorie genoemd, een bijnaam die schoonmaaksters hadden verzonnen. De reden laat zich raden.

Van Grossel leed volgens de overlevering aan grootheidswaanzin met zijn ideaal van een Amsterdams grachtenhuis, inclusief trapgevels. Het plezier was van korte duur. Bisschop Bottemanne, toevallig zijn voorganger in Zoeterwoude, plaatste Van Grossel over naar een achterafkerk in Amsterdam.

Kerk & Co zal niet in de buurt zijn geweest toen het bestuur van de parochie HH Petrus en Paulus in de herfst van 2017 besloot de pastorie te verkopen. Een fractie van de kast was op dat moment nog in gebruik als secretariaat en als tijdelijke opvang voor statushouders.

Ruim een jaar en een hoop administratieve rompslomp later mochten wij ons eigenaar noemen van de ene helft. De andere helft wordt bewoond door een bevriend gezin. De tuin is in collectief beheer. De interne doorgang naar de kerk is dichtgemetseld.

En zo kon het gebeuren het dat ik deze woorden schrijf in wat vroeger de werkkamer was van pastoor Bert van der Plas. Van zijn bureau keek Van der Plas uit op zijn weelderige achtertuin, de groenten die hij er kweekte en daarachter het kerkhof waar hij zelf in 2013 is bijgezet in het graf van de pastoors van de Sint Jan.

Ik weet inmiddels een hoop over Bert van der Plas. Dat hij enorm geliefd was. Dat hij op Swiebertje leek, een tv-figuur van lang geleden. Dat hij net als Swiebertje ondeugend kon zijn. Dat hij graag ging jagen in de omringende weilanden. Dat hij graag zijn eigen gang ging, ook in de geloofsleer. ‘Moet ik homofielen en lesbiennes gaan weren? De groeten!’, stond in 2007 boven het afscheidsinterview met hem in het Leidsch Dagblad.

Soms voelt het alsof we de pastorie hebben afgepakt van de gemeenschap. Openbaar is zomaar privé geworden. De eerste maanden liep een oude man nietsvermoedend door onze achtertuin. Het was zijn gebruikelijke route naar het kerkhof. Inmiddels weet hij dat die weg naar het graf van zijn vrouw afgesloten is.

(We gingen hier in 2018 met z’n tienen wonen. Maar plattelandsgeluk is niet iedereen gegeven. Binnenkort zijn we met de helft over. De buren openen een bed & breakfast.)

Meer over