klassieke muziek

Van Louis Andriessens invloedrijke oeuvre zal de muziekwereld nog lang de naschokken voelen

May, de laatste compositie van de op 1 juli 2021 overleden Louis Andriessen (82), roept een sterk ‘einde van een tijdperk’-gevoel op. De reeds zieke componist beluisterde de live-uitvoering op de radio, in de zorginstelling waar hij woonde.

Louis Andriessen in 1978. Beeld Hollandse Hoogte / Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid
Louis Andriessen in 1978.Beeld Hollandse Hoogte / Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid

Een nieuwe lente en een nieuw geluid:

Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit,

Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht

In een oud stadje, langs de watergracht.

Het zijn die regels van Herman Gorter, uit zijn gedicht Mei, die Louis Andriessen uitkoos toen hij werkte aan zijn laatste compositie. Andriessen was door het Orkest van de Achttiende Eeuw gevraagd om een requiem te schrijven voor Frans Brüggen, de in 2014 overleden oprichter van dat orkest die eerder naam had gemaakt als blokfluitist. Ze waren vrienden geweest.

Hoewel katholiek opgevoed, paste de tekst van het requiem niet – natúúrlijk niet – bij Andriessen, die allerminst een outsider was (daarvoor was de collectieve bewondering te groot), maar wel altijd iets rebels behield en de traditionele vormen meed. In Mei zat de verwijzing naar de fluit, verder bood de tekst alle handvatten om uit de band te springen.

De Andriessen met wie Andriessen beroemd was geworden, was er een van strakheid, puls, ironie, maar duidelijkheid van klank: de connectie tussen de eerste en de laatste noot was evident. De late Andriessen was vrijer, fragmentarischer soms. In May – het werd toch een Engelse vertaling – schreef hij zelfs fermates, het teken dat een noot langer mag worden aangehouden.

Hij begon in 2018 aan de compositie. In april 2019 betrok Andriessen, die met Alzheimer kampte, zijn oud-leerling Martijn Padding erbij: die was zijn klankbord geworden en hielp hem met de voltooiing, de instrumentatie. Die zou sowieso anders zijn dan voor Andriessen gebruikelijk was: Andriessen was van het hardvochtige koper en de basgitaar, een orkest op historisch instrumentarium was nieuw voor hem. ‘Louis was op driekwart van May’, zei Padding in december in de Volkskrant. ‘In de pianopartituur, zeg maar het staketsel van de compositie, had hij de noten tot in detail opgeschreven.’

Louis Andriessen in 1966. Beeld Hollandse Hoogte / Maria Austria Instituut
Louis Andriessen in 1966.Beeld Hollandse Hoogte / Maria Austria Instituut

De première zou plaatsvinden in het Holland Festival, in de zomer van 2020. Dat ging wegens corona niet door. Met de gezondheid van de componist ging het minder en minder, dus moest het stuk wel snel worden gespeeld. Dan kon hij het misschien nog horen.

Op 5 december voerden Cappella Amsterdam en het Orkest van de Achttiende Eeuw het stuk uit in de ZaterdagMatinee in het Concertgebouw in Amsterdam, voor de microfoons van Radio 4. Er zat vrijwel niemand in de zaal. De componist luisterde samen met zijn vrouw in de zorginstelling waar hij naartoe was verhuisd.

Zelden had een radio-uitzending zo’n ‘einde van een tijdperk’-gevoel. En nu? Tijd voor een nieuw geluid. Maar, zoals Frits van der Waa al in zijn recensie van May schreef: van dit invloedrijke oeuvre zal de muziekwereld nog lang de naschokken voelen.

Meer over