Van kunst weet je al snel te veel

Voor deelname aan het debat over de vernieling van Barnett Newman's 'Cathedra', is een grondige kennis van zaken vereist, zo luidt de gangbare opvatting....

OP HET eerste oog is het wat droevig dat een discussie over de waarde van het werk van de schilder Barnett Newman (1905-1970) oplaait bij gelegenheid van de vernieling van zijn schilderijen met het befaamde stanleymes. Maar nu deze toch gevoerd wordt, is het goed de zaak in het juiste perspectief te zien.

Eén belangrijk element is hierbij tot nog toe niet uit de (monochrome) verf gekomen: het specifieke belang dat Barnett Newman heeft voor ons land. Algemeen wordt immers aangenomen dat deze de kunst van onze wereldberoemde landgenoot Piet Mondriaan heeft vervolmaakt. Newman wordt in de kunsthistorie dan ook wel gezien als de kroonprins van Mondriaan.

Dit schept dus een speciale band met ons land, zoiets als met het Oranjehuis. Hieruit valt wellicht ook de grote aandacht van het Stedelijk Museum voor deze schilder te verklaren. Ik vraag me dan ook af of men in de consternatie wel de volle omvang beseft van de ramp die ons opnieuw door het stanleymes heeft getroffen.

De bekende kunstcritica Janneke Wesseling veronderstelt dat de agressie tegen het werk van Newman te maken heeft met het feit dat je over dat soort kunst eerst moet lezen voor je snapt waar het over gaat. Hiermee ben ik het eens: zonder er iets over gelezen te hebben zou je denken dat het werk van Newman weinig voorstelt. Op naar de bibliotheek dus.

Dat heb ik gedaan, en op verzoek van een aantal Amsterdamse kunstenaars en leraren aan kunstacademies schreef ik ter gelegenheid van de grote Mondriaantentoonstelling in 1994 een handzaam boekje, waarin ik nader inging op de ideeën van Mondriaan en ook van zijn navolger Barnett Newman. Want: zonder Mondriaan was er geen Newman geweest, zo stellen de kenners, en zonder kennis van de ideeën die deze grote kunstenaars bewogen snap je er niks van.

Daarom had ik eens de moeite genomen na te gaan welke ideeën dit zijn, en waar deze vandaan komen.

Om hier maar met een enkel voorbeeld te volstaan: de zich christosoof noemende, door niemand meer serieus genomen schrijver van pseudowetenschappelijke werkjes Schoenmaekers, buurman van Mondriaan in zijn Larense periode (1915-1919), vond dat er drie kleuren waren waarin je mocht schilderen: geel, blauw en rood (L.M. Schoenmaekers, Het Nieuwe Wereldbeeld).

Mondriaan pikte dit op, en schilderde voortaan alleen nog maar deze drie kleuren. En dus pikte Newman dit op en schilderde zijn beroemde Who is afraid of Red, Yellow and Blue (eerder ook al slachtoffer van het stanleymes).

Had Mondriaan indertijd de Baghwan als buurman gehad, dan hadden we nu voor een monochroom oranje in katzwijm gelegen.

Mondriaan ontleende zijn verheven gedachten verder voornamelijk aan een inmiddels wat in diskrediet geraakte beweging wegens banden met het fascisme - het futurisme. Maar dit is - omwille van de onbezoedelde nagedachtenis van de meester - onder het tapijt van de geschiedenis geveegd. Dat laat onverlet dat Mondriaan uitsluitend rechthoeken schilderde, omdat rondingen in verband werden gebracht met het vrouwelijke. En daar wilde hij niet aan.

Maar: zo goed moet je nou ook weer niet lezen om dat soort kunst te begrijpen, dat wordt door de religieuze beweging van dat wereldje dan weer weinig op prijs gesteld.

Dit ervoer ik toen het Mondriaanhuis zo dapper was mij uit te nodigen voor een discussie. Alle gevraagde opponenten uit dat wereldje, onder wie de conservator van het Haags Gemeentemuseum, weigerden en dreigden zelfs alle medewerking aan het Mondriaanhuis op te zeggen als ik werd uitgenodigd.

Nog maar luttele jaren geleden, in de verwachting van de triomf van de Mondriaanoverzichtstentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum, kon je zelfs een pakje sigaretten kopen met Mondriaanmotieven. De tabaksindustrie telde nog grif een ton neer voor een reclame-actie. Maar toen die tentoonstelling een flop werd, weigerden ze nog langer royalties te betalen - wat veel werk voor advocaten opleverde - en ging de (in Amsterdam gevestigde) Europese vertegenwoordiger van de erven van Mondriaan op de fles.

Die jongens van de tabaksindustrie hebben een fijne neus voor dat soort dingen. Het kleine clubje incrowd dat zichzelf nog steeds als elite ziet, kan nog een tijdlang volhouden dat het grote publiek er nu eenmaal niets van snapt, maar zal zich in toenemende mate moeten verweren tegen een artistiek ontwikkelde groep die het maar al te goed snapt.

Een nieuwsfeit dat nu minder de aandacht trok dan de vernieling van Cathedra, is dat Goldreyer (de man met de verfroller, weet u nog) 100.000 dollar opstreek als afkoopsom voor de hem aangedane belediging (twijfel over de deugdelijkheid van zijn reparatie van Who is afraid...). Je hoefde er geen advocaat voor te zijn om te voorspellen dat het proces tegen hem hier op zou uitdraaien: niet te bewijzen dat Barnett Newman er door de verfroller minder op geworden was.

Nu de kleren van keizer Fuchs scheuren beginnen te vertonen, wordt het feest. Voor advocaten, wel te verstaan. Zoals altijd aan het eind van een tijdperk wanneer voormalige geloofsgenoten elkaar in de haren gaan vliegen. Bijvoorbeeld als een onverlaat het volgens de dader nieuw geschapen kunstwerk bestaande uit de in stukken gesneden Newman op zijn beurt weer vernielt.

Jammer alleen dat - zoals Rudi Fuchs heeft aangekondigd - de restaurateur dit keer die van het Stedelijk zelf zal zijn. Ik wist nog een goeie.

Bob van der Goen is advocaat.

Meer over