Van knipwerk tot snelle 3D-film

Een caleidoscoop aan animatiefilms van Nederlandse makers moet duidelijk maken dat Nederland een serieuze speler is in het internationale animatieveld.

Je verwacht hem niet, bij een tentoonstelling over animatie in Nederland, en eigenlijk was je het beest ook een beetje vergeten. Maar als Loekie de Leeuw je vanuit een vitrine in het Noordbrabants Museum met die asjemenou-ogen aanstaart, weet je het wel weer.

Dit reclameleeuwtje was decennialang en heel hardnekkig (van 1972 tot 2004!) het toonbeeld van de Nederlandse animatie. En kenmerkend voor die kunstvorm: dat het animatie was, ontging de meeste televisiekijkers. Loekie was er gewoon, als huisvriend, banjerde met muis (Piep) en eend (Guusje) door de reclameblokken. Dat er iets als een geestelijk vader was (Joop Geesink), die elk vijfsecondenfilmpje in een poppenstudio nauwkeurig had vormgeven – nooit bij stilgestaan.

Zo vergaat het veel animatie. Neem de fraaie en in vloeiende bewegingen vormgegeven leader voor de VPRO-serie In Europa van Geert Mak, van Studio Rosto A.D., of de reclamefilm van Nuon genaamd Glassworks die de tv-kijker in 35 seconden moest aansporen energie te gaan besparen. De films dienen een doel, en zullen niet snel als op zichzelf staand creatief werk worden beoordeeld.

Op de tentoonstelling De Fantasiefabriek in het Noordbrabants Museum in Den Bosch is een wereld van Nederlandse animatie opengelegd, waardoor het mogelijk is ook de toegepaste kunst in deze discipline eens op waarde te schatten. De Nederlandse animatie is groot en iets om trots op te zijn, is de boodschap van de samenstellers die non-stop vanaf een beeldscherm of vijftig wordt uitgezonden.

Dus zien we natuurlijk de Oscarwinnende film Father and Daughter uit 2000 van Michael Dudok de Wit, en een andere bekroonde held: de in Nederland woonachtige Deen Børge Ring van wie Anna & Bella wordt gedraaid, een ontroerende animatie over twee oude zussen die bij een glas wijn herinneringen ophalen aan hun jeugd. Klaar voor een Oscar lijkt de Vlaming Danny DeVent, die een aangrijpend mooie korte film maakte over een eerste zwemles van een 4-jarig jongetje, dat wegraakt van de badmeester en uiteindelijk moederziel alleen op zijn zwembandjes door het vijftigmeterbad dobbert.

De techniek gebruikt voor De Zwemles is wonderlijk, moderne 2D-computeranimatie die aandoet als ouderwets handwerk: het lijkt of de animator geknipte laagjes karton over elkaar heeft geschoven en beeldje voor beeldje gefotografeerd.

Krachtpatser op technisch gebied is de Haagse animator Floris Kaayk. Van hem is een meterslange maquette opgesteld in het museum, een platgebombardeerde stad, verstikt onder een laag wit poeder. Op een video naast dit Dresden-’45-achtige oord speelt een tv een making-of van Kaayks project The Origens of Creatures (binnenkort in première) en zien we hoe een camera als een stofzuigerslang door de stad wordt bewogen.

In De Fantasiefabriek wandel je langs alle denkbare animatietechnieken. Storyboards van Loekie de Leeuw hangen naast poppenhuisdecors en kleimannetjes, bij de ingang van het museum staat zelfs een tafel met flipboekjes: oeranimatie en nog steeds leuk. En radicaal anders dan bijvoorbeeld het maquettegepeuter van Kaayk is Big Buck Bunny van de Nederlandse computergraphic-docent Sacha Goedegebure, een komedie over een dik konijn dat wraak neemt op drie irritante knaagdieren. De film in de snelst denkbare 3D-computeranimatie lijkt haast geproduceerd door de Amerikaanse Blue Sky studio’s, de producent van Ice Age 1, 2, 3, zo ragfijn is de animatie en zo natuurlijk ruisen de haren van het konijn in de wind.

Goh, dat wij dat ook kunnen, denk je even. En begrijpelijk dat de ogen van de in zitzakken opgestelde kinderen in de filmzaal vastsmelten aan deze Hollandse konijnenhumor.

Meer over