Van Gogh toont omstreden collectie van Gachet

'De tuin' is echt, meent het Van Gogh Museum. Maar een 'research project' kan geen kwaad. De kenner: 'Die fout zou Vincent nooit maken.'..

Eén Van Gogh-schilderij uit de collectie van dr. Gachet bezit het Van Gogh Museum in Amsterdam. De zoon van Gachet schonk De tuin van het gesticht in Saint-Rémy in 1954 aan het museum. Sindsdien heeft het zowel in Nederland voor commotie gezorgd. Is het doek echt of onecht?

De zoon van Van Gogh, Willem, twijfelde in 1954 zozeer aan de authenticiteit van de schenking, dat hij ogenblikkelijk een onderzoek gelastte. 'Onecht' luidde de conclusie, en het doek werd verbannen naar depot. Pas begin jaren tachtig besloot men anders. De Tuin mocht op zaal.

'Toch is daarna het rumoer alleen maar heviger geworden', zegt Louis van Tilborgh, conservator schilderijen in het Van Gogh Museum. Daarom heeft het museum de afgelopen maanden verftechnisch, stilistisch en röntgenologisch onderzoek naar het doek gedaan. Dinsdag werden in het restauratie-atelier in Amsterdam de resultaten gepresenteerd. Twee schilderijen stonden op de ezel: een onbetwiste Tuin uit het museum Folkwang in Essen, en de betwiste, uit Amsterdam. De conclusie kwam niet als een verrassing: ook De Tuin uit Amsterdam is echt. Ze is een 'variant' op de 'studie' uit Essen.

Anders dan critici altijd beweren, is De Tuin niet pas in 1954 opgedoken, toen Gachet jr. het doek aan het Van Gogh Museum schonk. Het bestaan van het schilderij, zo stelde Van Tilborgh, wordt al tussen 1900 en 1903 bevestigd. Dan namelijk schildert de dochter van de buurman van Gachet een kopie van De Tuin. Ook de Van Gogh-kenner Julius Meier-Graefe noemt het schilderij in zijn overzichtswerk van 1904.

Alleen heet het doek bij Meier-Graefe een olijfboomgaard. 'Een logische vergissing', aldus Van Tilborgh. 'Meier-Graefe zag de grijs geschilderde cipressen in de tuin aan voor olijfbomen, waarschijnlijk ook omdat op de achterkant van het schilderij een kaartje met die naam geplakt zat.'

Van Gogh-restauratrice Ella Hendriks toonde vervolgens precies aan waarom het schilderij vanwege de gebruikte pigmenten, het handschrift, de bespanning, het soort linnen en de opbouw van de verfstreek typisch voor Van Goghs periode in Saint-Rémy was. Strijklicht-foto's lieten onder meer zien hoe virtuoos de penseelstreek van Van Gogh was, en hoe moeilijk na te maken.

Met deze kennis in het achterhoofd werden de schilderijen uit Essen en Amsterdam vervolgens compositorisch vergeleken. De Tuin uit Essen, zo stelde Van Tilborgh, maakt een wat slordige indruk, met een 'tikkeltje willekeurig kleurgebruik'. In vergelijking daarmee is het doek uit Amsterdam minder gedetailleerd, strenger van opzet, systematisch donker van kleur en strak gestileerd. Het is een voorbeeld van de 'masculiene en assertieve schilderwijze' die Van Gogh volgens brieven uit 1889 nastreefde. Bovendien wijst de compositie erop dat het doek uit Amsterdam een latere, beredeneerde 'variant' is van het doek uit Essen. Die rationaliteit heeft volgens Van Tilborgh het wantrouwen jegens het doek in de hand gewerkt. 'Het past niet in het geliefkoosde beeld van Van Gogh als spontaan schilder.'

Meer over