AnalyseBasics

Van elk stuk het ultieme exemplaar: deze Nederlandse ondernemers maken de perfecte basics

Lotte Vink en Kasper Brandi Petersen  Beeld Eva Roefs
Lotte Vink en Kasper Brandi PetersenBeeld Eva Roefs

Voor hen niet elk halfjaar een geheel nieuwe collectie, maar een langzaam groeiende kledinglijn vol stukken die tot in detail zijn uitgedacht. Deze vijf perfectionisten blijven sleutelen aan de beste basics.

De innovator

Lotte Vink (33) is mede-oprichter van LabFresh, dat in 2017 begon met een vlek- en geurwerend overhemd en inmiddels ook T-shirts, sweaters, polo’s en broeken verkoopt.

Lotte Vink kent haar Deense vriend Kasper Brandi Petersen van zijn start-up waar zij voor werkte: The Cloakroom, een kledingbox voor mannen. Toen die werd gekocht door de concurrent, vonden ze het tijd voor wat nieuws. Vink: ‘We zijn onderzoek gaan doen naar innovaties in de modewereld.’ Ze vonden er opvallend weinig, en dan nog het meest in de hoek van de sportkleding. ‘Het is zo gek: onze televisies worden steeds scherper, onze telefoons kunnen steeds meer, maar wat elke dag de hele dag om ons lichaam zit, is al decennia nagenoeg hetzelfde.’

Vink en Petersen besloten kleding op de markt te brengen met vlek-, geur- én kreukwerende eigenschappen. ‘We hebben bestaande technieken doorontwikkeld tot onze eigen unieke combinatie van textielbehandelingen.’ Begin 2017 lanceerden ze een crowdfunding voor hun eerste kledingstuk: een overhemd. Op de eerste campagnebeelden gooit Vink een glas wijn over het hemd van Petersen, dat de vloeistof afstoot. Binnen een maand haalden ze meer dan 100 duizend euro op. ‘Wij vinden dat je in deze tijd meer mag verwachten van je kleding. Veel mensen bleken het met ons eens te zijn.’

Waarom als eerste een overhemd? ‘Dat is toch het kledingstuk waar de meeste frustraties bij komen kijken. Het kreukt, je ziet snel zweetplekken, het is moeilijk fris te houden.’ Het perfecte overhemd is een combinatie van technologie, pasvorm en kwaliteit tot in de kleinste details. ‘Zo zijn onze knoopjes er op zo’n manier opgenaaid dat ze in principe nooit losraken.’ Volgens Vink is het volkomen logisch dat na het overhemd ook andere items volgden: ‘Als je eenmaal fan bent van wat wij doen, wil je het voor ál je kleding. Daarom blijven we langzaam doorontwikkelen met wat wij lifeproof menswear noemen.’

De veteraan

Vincent van der Weijden (43) begon in 2020 zijn leermerk Alter Ego, nadat hij vijftien jaar Goosecraft, een van ’s lands grootste leermerken, had gerund.

Vincent van der Weijden  Beeld Eva Roefs
Vincent van der WeijdenBeeld Eva Roefs

Leren jassen zijn er in allerlei soorten, daarover kan Vincent van der Weijden alles vertellen. Toen hij vijftien jaar geleden samen met zijn inmiddels ex-zakenpartner leermerk Goosecraft oprichtte, kocht je een leren jas nog bij de leerspeciaalzaak. Of, als je geluk had, trof je er eentje aan in een collectie van een goed merk. ‘Wij wilden de leren jas een vast gegeven maken in de collecties van betere winkels en warenhuizen.’

Want een leren jack is een basisstuk in ieders garderobe, aldus Van der Weijden. ‘In de tijd dat we Goosecraft begonnen stond het echt bekend als iets voor mensen met een stoere stijl. Dat is inmiddels wel anders, ook al zien sommige mensen het nog steeds zo. Want echt, er is voor iedereen een exemplaar, of het nou een biker, perfecto, teddy, lammy, bomber, shearling of een ander model is.’

Sinds hij een jaar geleden Alter Ego begon, merkt hij dat vooral de motorjasjes en perfecto’s – motorjacks met een schuine rits – goed verkopen. ‘Die taps toelopende pasvorm valt op veel lichaamsvormen mooi.’ De pasvorm is een van de belangrijkste elementen van een goed jack. Samen met een hoge kwaliteit leer natuurlijk. En dan de details: ‘De ritsen, knopen, voering, afwerking, die maken een samenspel dat moet kloppen.’

Zijn eigen perfecte versie is een goed getailleerd motorjack. ‘Het liefst van heel stijf leer. Ik kocht mijn ultieme versie vintage in Los Angeles. Ik heb een heel archief aan inspiratie, met meer dan honderd jassen. Als het echt te dol wordt geef ik een jas weg.’ Een goed jasje moet, volgens Van der Weijden, door de jaren heen een tweede huid worden van de drager. ‘Hoe vaker je het draagt, hoe beter het gaat zitten.’

De ervaringsdeskundige

Steven Vrendenbarg (38) is creatief directeur bij Mr Marvis, dat hij samen met David Sipkens (36, algemeen directeur) en Aafke Tuin (40, hoofdontwerper) oprichtte.

David Sipkens (li) en Steven Vrendenbarg. Beeld Eva Roefs
David Sipkens (li) en Steven Vrendenbarg.Beeld Eva Roefs

Het was elk jaar weer een vermoeiende zoektocht: die van Steven Vrendenbarg naar een goede korte broek. ‘Voor veel dingen, zoals schoenen of T-shirts, wist ik waar ik moest zijn voor de perfecte versie. Voor shorts niet. Dan deed ik een heel rondje door de stad en kocht ik uiteindelijk wel iets, maar daar was ik nooit echt tevreden mee.’

Hij is, naar eigen zeggen, de eerste man die besloot die onvrede te zien als een kans om een broekenmerk te beginnen. Dat deed hij samen met studievriend David Sipkens en vriendin en ontwerper Aafke Tuin. Het idee ontstond in 2014; het duurde twee jaar eer Mr Marvis was geboren. ‘We begonnen met twee lappen stof, en zijn vanuit daar gaan modelleren.’ Er kwam een dozijn prototypen voorbij, die Vrendenbarg en Sipkens zelf droegen en testten, tot de broek naar tevredenheid was.

Er zijn tal van aspecten die de ‘Original’ tot de beste short maken: zacht katoen met een lichte stretch, elastiek aan de zijkanten van de broekband, een pijp met precies de juiste lengte en breedte. En dan nog de details, zoals een verborgen zakje met rits in de rechterzak. ‘Zo heb je nooit dat je sleutels uit je zak vallen.’

Een Mr Marvis-model verandert nooit meer als het eenmaal in de winkel ligt. ‘Dat vond ik zelf altijd zo storend: had ik iets gevonden, was het een volgend seizoen weer nét anders. Dat willen we onze klanten niet aandoen.’ Na het lanceren van de Original zag het team ineens overal mogelijkheden: ‘Was ik aan het sporten, vroegen mensen waarom mijn sportbroekje niet van Mr Marvis was. En ik wíst inmiddels dat we ook dat goed zouden kunnen.’ De collectie bestaat nu uit zes korte broeken en twee lange, van zwem- tot thuiswerkbroek. ‘En daar blijft het niet bij. Zeker op het gebied van lange broeken kun je nog veel verwachten. We hebben ook net een nieuwe winkel in de duurste winkelstraat van Amsterdam. Een beetje brutaal, dat past bij ons.’

De pionier

Simone van Trojen (51) begon in 2006 LaDress met een doorknoopjurk voor elke gelegenheid.

Simone van Trojen  Beeld Eva Roefs
Simone van TrojenBeeld Eva Roefs

Simone van Trojen werkt nog in het bedrijfsleven, voedt twee peuters op én probeert haar sociale leven te onderhouden als ze in 2006 bedenkt dat het toch zo handig zou zijn als ze één jurk kon vinden die voor al haar rollen en allerlei gelegenheden zou passen. ‘Dat ik zo van werk door kon naar een etentje, maar me ook nog makkelijk kon bewegen in de buurt van de kinderen.’

In haar hoofd had ze hem al helemaal uitgetekend: ‘Een tijdloos, leeftijdloos exemplaar, van een wat dikkere stof met een beetje stretch. Een doorknoopjurk met een klokrok tot op de knie, een klein kraagje en een ceintuur om de taille. Die je ook nog eens niet hoefde te strijken en makkelijk kon wassen.’

Na een lange zoektocht langs stoffen en ateliers stuitte ze, na zeventig prototypes, op Leny Rief-Hofs. ‘Zij werkte als patronenmaker in de couture en zei: oké, ik wil wel dit ene ding voor je doen. Vijftien jaar later werken we nog steeds samen.’ Ook nieuw voor die tijd: Van Trojen besloot haar jurken online te verkopen. ‘Zelf had ik nooit tijd om te winkelen. Dit leek me makkelijk voor de drukke vrouwen die ik wilde aanspreken.’

Het is niet bij dat ene kledingstuk gebleven. ‘Van één item voor iedere gelegenheid is LaDress een merk geworden met voor elke gelegenheid een outfit. Maar de basis is nog steeds hetzelfde: we willen vrouwen ontzorgen en laten stralen. Of dat nou met een strak pak is of in een strandjurkje.’ Het merk heeft nog steeds een lijn ‘essentials’ met vaste modellen die langer meegaan. Zoals de Caroline, een jurk op de knie met boothals en tailleceintuur. ‘Die zijn altijd verkrijgbaar in zwart, marineblauw en ecru. Per seizoen maken we ze in nieuwe kleuren.’

De Diane, zoals het allereerste model naar de actrice Keaton heette, zit daar op het moment niet tussen. ‘Mode evolueert daarin toch, bijvoorbeeld qua roklengtes en pasvorm. Al had ik haar laatst weer aan, en iedereen vond hem prachtig staan. Dus misschien brengen we haar wel terug.’

De minimalist

Maxime Cartens (30) lanceerde in 2015 haar merk Teym. De insteek: van elk kledingstuk één perfecte versie.

Maxime Cartens  Beeld Eva Roefs
Maxime CartensBeeld Eva Roefs

Maxime Cartens werkte als ontwerper bij Karl Lagerfeld. Maar ze was dat modesysteem een beetje zat: ‘Altijd maar weer nieuwe dingen bedenken en meer verkopen.’ Ze zegde haar baan op om het anders aan te pakken. ‘Ik wilde de perfecte parka op de markt brengen – die kon ik zelf niet vinden – en dan in één keer goed. Dus niet tien stuks laten maken in Nederland, maar echt een grotere productie bij een gespecialiseerde fabriek. Zodat ik de hoogste kwaliteit kon bieden voor een toegankelijke prijs.’

Waar grote merken veel stuks in één collectie opnemen, en daardoor niet eindeloos aan elk item kunnen sleutelen, doet Cartens gemiddeld een jaar over het ontwerpen van een kledingstuk. ‘De filosofie van Teym is: we bouwen langzaam aan een complete garderobe, met van elk item de perfecte versie. Waar veel merken elk seizoen iets toevoegen aan een jas, bijvoorbeeld een ander kraagje of een glitterlogo, haal ik juist veel weg om tot de essentie te komen.’ Gemiddeld, weet Cartens van haar fabrikanten, laten merken twee samples maken; zij vaak wel zes.

In 2019 kwam Teym met een T-shirt. Een simpel kledingstuk, zou je denken. ‘Maar juist omdat het ontwerp zo basic is, moet je het technisch zó goed doen. Het is echt millimeterwerk.’ Cartens’ aanpak is vaak rondvragen aan familie en vrienden: hoe ziet jouw perfecte versie eruit? ‘Van daaruit kom ik vaak tot een aantal voorwaarden, die ik dan combineer met wat ik zelf belangrijk vind.’

Voor een T-shirt zit dat hem vooral in de stof. ‘Veel shirts vallen na een paar keer wassen vrij plat op het lichaam, dat staat niet zo mooi. Daarom heb ik gekozen voor een ribjersey, dat glooit meer mee en behoudt beter zijn vorm.’ Ook belangrijk: dat het kraagje goed blijft. ‘Het mag absoluut niet gaan lubberen. Ons kraagje is zo gebreid dat het een beetje elastisch is.’

Van winterjas tot laars en trainingspak: de Teym-garderobe is na zes jaar al aardig compleet. ‘De nadruk ligt inmiddels iets meer op winterse kledingstukken. Daarom ga ik me nu richten op zomeritems. En op onderstukken, die heb ik ook relatief weinig. Maar alles in Teym-tempo, want ik breng pas iets uit als ik er tevreden mee ben.’

Meer over