Van der Naalt is sukkelaar die eigen meligheid ontwikkelt

Wallebakken door Reinder van der Naalt. Concertgebouw Haarlem. Tournee. Boem Beng Kabam! door Mark van de Veerdonk. Theater Bellevue Amsterdam t/m 21 december....

De boekenmarkt wordt al een tijdje geteisterd door de (auto)biografie-rage. En dan niet alleen van belangrijke staatslieden of artiesten. Ook krabbelaars uit de tweede en derde linie gaan ervan uit dat de wereld zit te wachten op hun levensverhaal.

De manager van Reinder van der Naalt valt de cabaretier dagelijks lastig met het verzoek ook maar eens wat gebeurtenissen uit zijn leven op te schrijven. Van der Naalt is blij dat zijn zalen redelijk gevuld zijn en dat zijn buurman hem zelfs herkent, maar hij gruwt van de terreur van opgeblazen biografieën. Hij heeft de boekjes in zijn kast en weet dat ze niets voorstellen: Gert en Hermien, Relus ter Beek, Willem Duys, en Tineke.

Toch bezwijkt Van der Naalt voor de druk van zijn manager. In twee keer drie kwartier scharrelt de cabaretier wat levensanekdoten bij elkaar. En inderdaad: niet kopen dat boek, want dat leven is nauwelijks de moeite waard. Maar wel naar de voorstelling Wallebakken gaan, want Van der Naalt kan over onbelangrijke gebeurtenissen smakelijk vertellen.

De stijl van Van der Naalt schurkt tegen die van Herman Finkers aan, zonder echt het niveau van de Almelose grappenmaker te halen. Als hij in sloom Gronings uitweidt over zijn gevecht met een wegwerpfototoestel, klinkt ook het gestoethaspel van de jonge Brigitte Kaandorp door. Maar toch heeft Van der Naalt wel een eigen meligheid ontwikkeld: een zelfverzekerde sukkelaar.

Van der Naalt is een van de laatste vertegenwoordigers van de lulligheid, die in de eerste plaats een plezierig potje vermaak willen voorschotelen. Maar juist in dat genre is het moeilijk om, zeker in je eentje, de aandacht een hele avond vast te houden. Bij Van der Naalt zitten de beste grappen in de eerste helft, enuiteindelijk redt hij het net.

Mark van de Veerdonk zakt in zijn tweede helft wél finaal door het ijs. Dan blijkt het fundament waarop hij de voorstelling Boem Beng Kabam! heeft gebouwd veel te zwak.

Met overgevoelige oren kan het bestaan een hel zijn. Als je het schiften van de melk, en het trillen van het puddinkje hoort, wordt het angstig. Mark van de Veerdonk is in de bioscoop tijdens het lied Maria uit West Side Story verwekt. Door deze ervaring is hij akoestisch gestoord en heeft hij een fonografisch geheugen. Hij pikt alle geluiden op, en die klinken in zijn hoofd zes keer versterkt. Boem Beng Kabam! is een aanklacht tegen de constante herrie, de opdringerigheid van geluid.

Zijn vorige programma Odysseus op Kostschool was een slim spel met filmbeelden. Nu heeft Van de Veerdonk alle technische middelen gebruikt om een enorme variatie aan geluid te produceren. Van een subtiele hartslag tot een oorverdovende oerknal.

De eerste helft is behoorlijk verrassend en geestig, ook al vertelt Van de Veerdonk een baarmoederverhaal, dat de afgelopen 25 jaar toch zeker 17 keer op het cabaretpodium is verteld. Dat deel wordt afgesloten met een indrukwekkende roffel op de trom.

En dan begaat Van de Veerdonk de fout om de eerste helft nog eens over te doen. Maar dan met langdradige geluidsvoorbeelden, een draak van een Kuifje-verhaal, grappen zonder clou, opnieuw een stemvervormer, en weer een drumsolo toe. Drie kwartier te veel geluid: Van de Veerdonk onderbouwt zijn stelling wel op een hele ongelukkige manier.

Patrick van den Hanenberg

Meer over