Van bijna Felliniaanse schoonheid, maar ritmisch niet briljant

Heftig thema, goed gedanst. Helaas zijn veel scènes net te lang.

Mirjam van der Linden
Talk to the Demon van Wim Vandekeybus Beeld Danny Willems
Talk to the Demon van Wim VandekeybusBeeld Danny Willems

Het is een gruwelijk moment, meteen aan het begin van de voorstelling. Er staan twee kinderen op het toneel en wij volwassenen moeten kiezen met wie we door willen. En ondanks de voelbare weerzin spelen de meesten het spel mee. Het blanke jochie Luke (9) mag blijven, het donkere meisje Chisom (8) druipt af. Het is een wreedheid die we vooral kennen van kinderen of volwassenen onderling. In deze verhouding is ze extra pijnlijk, benadrukt ze dat een kind geldt als de belichaming van de onschuld.

Maar of die kinderlijke onschuld wel zo onschuldig is, daarover gaat de rest van Talk to the Demon van de Vlaamse choreograaf Wim Vandekeybus. Die is al ruim 25 jaar spraakmakend met zijn dans, die zowel fysiek als mentaal heftig is. Hij neemt risico's, zoekt grenzen op, onderzoekt de donkere kant in onszelf, de chaos, de waan, de pijn, en verbeeldt dat alles wild associatief. Zo ook in Talk to the Demon, een lange surreële trip door het hoofd van een kind, waarbij noties van goed en kwaad flink worden gehusseld. Tekst heeft nog nooit eerder zo'n belangrijke rol gespeeld, wellicht een voorschot op de speelfilm die Vandekeybus aan het maken is. Dat er geen muziek is, alleen geluiden door de performers, creëert een intieme, kale concentratie.

Met links van hen een roestige muur, halen de volwassen dansers pesterijen uit. Daarin lijken ze onbesuisde kinderen op het schoolplein. Maar dan worden stenen gegooid, komt een lichaam ondersteboven te hangen, zijn er stokslagen. En vraag je je met een schok af naar wie je kijkt: naar volwassenen die hun boosaardigheid niet onder controle hebben of naar kinderen zoals ze werkelijk, nog ongepolijst, zijn? Het is een intrigerend dubbelspel.

Hierna zijn de echte kinderen, de helden van deze productie, in charge. Chisom keert terug, niet als slachtoffer, maar als scherpzinnig commentator, die voorstelling en publiek bekritiseert. Luke laat zijn demonen tot leven komen. Zijn 'moeder', danseres Elena Fokina, is een monster met een harig gezicht, zijn 'vader', acteur Jerry Killick, blijkt een verrader die hem zwartmaakt ten faveure van de verstoten Chisom. De rest moet opdraven als paard of koe. Zijn kinderlijk oprechte vragen over het leven - hou je van me, wanneer ga ik dood? - worden ontwijkend beantwoord en geleidelijk verdwijnt het laatste restje onschuld. Met een verstikkende choreografie in elastieken touwen, een eindeloze monoloog over oorlog en trieste clowns in een schemerig circus.

Talk to the Demon is lef, gekte, van een bijna Felliniaanse schoonheid. Goed gespeeld, goed gedanst. Helaas is er die ene grote vreselijke 'maar', die zeker aan het eind van een recensie hard aankomt: ritmisch is de voorstelling niet briljant, veel scènes zijn simpelweg te lang, waardoor hun zuigende kracht verloren gaat.

Vandekeybus lijkt soms wel blind verliefd op zijn eigen beelden. In zijn hoofd galopperen die waarschijnlijk nog een heel eind verder. Maar daar zijn wij dan niet meer bij.

undefined

Meer over