Drama

Valse wals

Gevangen in het eigen leven

Toneel en film zijn in Nederland nauwelijks met elkaar verbonden. Filmmakers zijn zelden in het theater te vinden, en lopen daar graag mee te koop, terwijl toneelregisseurs slechts sporadisch een uitstap naar de film maken. Het is veelzeggend dat toneelstukken veel minder vaak tot scenario worden omgebouwd dan romans - ook al hebben Maria Goos en Gerben Hellinga bewezen hoe effectief beide disciplines in elkaar geschoven kunnen worden.

Valse wals, een samensmelting van het theaterdrieluik Valse Wals (1998), Bankstel (2000), en Zucht (2002) van muziektheatergezelschap Orkater - is een voorbeeld van een geslaagd pact tussen toneel en film. Regisseur Mark de Cloe heeft niet geprobeerd van het oorspronkelijke uitgangspunt een realistisch drama te maken. Integendeel. De Cloe benadrukt in Valse wals de kunstmatigheid van het toneel met filmische middelen. De acteurs Ria Marks en Titus Tiel Groenestege, die zonder woorden hun verhaal doen, bevinden zich voortdurend in een verhevigde werkelijkheid, waar alledaagse handelingen door herhaling of uitvergroting een grotesk karakter krijgen. De camera deint, de tijd gaat met zichzelf op de loop, waardoor personages soms binnenkomen terwijl ze nog niet weg zijn, verhevigde emoties vinden hun neerslag in versnelde beelden.


Valse wals toont in een uur het liefdesleven van een man en een vrouw. De film begint in een havencafé, waar de vrouw werkt als serveerster. In die landerige omgeving van natte jassen en drank ontmoet zij op een dag een stoere kerel. De aantrekkingskracht is wederzijds. Al snel danst het paar een hitsige wals.


Net als De Cloes vorige project Boy Meets Girls Stories gaat Valse wals over de liefde. Over hoe een ontmoeting tussen twee personen de perceptie kan kantelen, en alles in het teken kan komen te staan van die ander. Alleen gaat het nu niet om de zoete kant van verliefdheid. Valse wals gaat vooral over de teloorgang van de liefde, over hoe passie en vuur na verloop van tijd routine worden.


In het middengedeelte van de film zitten de man en de vrouw op een bank. Hij zapt en schreeuwt zo nu en dan een onverstaanbare kreet; zij doet vooral haar best wakker te blijven.


De lamlendigheid van deze relatie wordt gedemonstreerd op het moment dat de man zijn vrouw een flesje bier in de hand drukt. Zij schrikt verheugd wakker, doet net alsof ze ook gespannen naar de televisie zit te kijken, en neemt een slokje.


Helaas. Het pijpje is leeg. De aanreiking was niets minder dan een bevel: er moet zo snel mogelijk nieuw bier uit de keuken worden aangesleept.


Dit soort dwingende beelden maakt van deze geschiedenis een ontroerende ervaring. Dit zijn twee mensen, gevangen in hun eigen leven.


Die gevangenschap krijgt extra kracht doordat De Cloe de personages vastzet in slechts een handvol locaties: een huiskamer, een verkeersweg, een metrostation, en een strand vormen het decor van hun onmachtige poging de nooduitgang naar het volle leven te vinden. Aan het slot lopen ze met papieren zakken door een wereld die zij niet meer als de hunne herkennen. Het is allemaal door hun vingers geglipt.


Valse wals werpt een weinig rooskleurige blik op de liefde. Een lange relatie wordt teruggebracht tot een comedy of errors. Ongebruikelijk in de Nederlandse traditie van huis-, tuin- en keukenrealisme is de stijl, die wordt bepaald door de uitbundige mimiek en gestiek van Ria Marks en Titus Tiel Groenestege, de vindingrijke cameravoering van Mick van Rossum en Richard van Oosterhout, en vooral de melancholieke muziek van Rainer Hense.


Verfilmd toneel bestaat doorgaans uit een veredelde registratie. Valse wals bewijst dat het ook anders kan. Verfilmd toneel blijft verfilmd toneel. Maar wie het realisme durft los te laten, kan ook daarvan een boeiende, visueel interessante vertoning maken.


Meer over