Uniek woongebied maar afgesneden

De nieuwe wijk op de plek van de chocoladefabriek heeft allure. Nu de verbindingen nog.

Door Hilde de Haan

De weeë geur van de cacaobranderij is al zo’n vijftien jaar uit Haarlem verdwenen. Maar de herinnering aan de verdwenen chocoladefabriek leeft nog op de plek waar Droste ruim honderd jaar geleden zijn firma vestigde.

Sinds kort staat daar een gloednieuwe woonwijk en zelfs de wipkip – op een ronde ondergrond – refereert aan de befaamde chocoladeflik. Zo zijn er straatnamen die naar het verleden verwijzen (Drosteboulevard) en oude tegeltableaus die in de nieuwe gevels zijn opgenomen. Afgedankte fabrieksmachines staan te pronken op straat. Bovendien zijn, tussen de nieuwe huizen, twee oude fabrieksgebouwen blijven staan.

De kubusvormige silo (architect W. Ph. van Harreveld, 1959) staat het dichtst bij de oude stad, en is daarom door Max van Aerschot opgehoogd tot een woontoren die al vanuit het stadshart aandacht trekt. Grootser nog is de vroegere branderij, uit 1920 van architect J. J. van Noppen. Dit is een statig Rijksmonument, dat langs de waterkant is gesierd met een tegeltableau van de Drosteverpleegster. Het is nu een appartementengebouw (Braaksma & Roos) waarin ook café-restaurant Chocoase zit, met een terras dat zowel de Spaarnekade als een flink deel van een plein beslaat.

Haarlem heeft zich hier een groots doel gesteld: de binnenstad vergroten. Geen sinecure, want hoewel het Droste-terrein hemelsbreed inderdaad vlak bij het stadshart ligt, is het een wereld apart. Het wordt zowel door een drukke verkeersweg en een spoortracé, als door het Spaarne volledig afgesneden van de binnenstad. In dit geïsoleerde gebied vinden wel veel veranderingen plaats. Zo heeft het energiebedrijf al eerder die locatie verlaten. De leeggekomen gebouwen zoals het Meterhuis en de Lichtfabriek zijn nu populair in het Haarlemse uitgaansleven.

Een andere oude fabriek, Figee, wordt binnenkort een verzamelgebouw voor kleine bedrijven. En dan is er nog de Thorbeckebuurt, ten oosten van het Drosteterrein – ooit neergezet voor fabrieksarbeiders maar onlangs helemaal herbouwd.

De nieuwe Drostebuurt kreeg een belangrijke taak: tussen dit zooitje ongeregeld binnenstedelijke allure brengen. Daarop is hoog ingezet en dat doel ligt nu ook binnen bereik. Hier loont zich de grote rol die oude fabrieksgebouwen spelen. Zij geven de woonwijk een uniek karakter dat de landschapsinrichters van bureau Alle Hosper nog eens stevig hebben versterkt; door die fabrieksmachines buiten te zetten, en alle bestrating een industriële uitstraling te geven.

Verlekkerd moeten zij hier hebben gekozen voor gitzwarte koperslaksplittegels in combinatie met granietkeitjes, en dat bij megahoge straatlantaarns en mooi ontworpen bielzenbanken. Het wachten is alleen nog op hun tere, vriendelijke ginkgoboompjes.

DKV bepaalde de stedenbouw: alle straten zijn vrijwel autovrij, parkeren is weggewerkt in overdekte binnenhoven en alle woningen hebben in plaats van tuinen dakterrassen en balkons. Alle huizenblokken zijn bovendien zo neergezet dat er overal doorzichten zijn naar het Spaarne.

Hierdoor is inderdaad een prachtig stedelijk gebied ontstaan waar alle uitzicht is uitgebuit en op allerlei plekken dat reusachtige schip van de middeleeuwse Bavokerk opduikt, en zijn verrassende nabijheid in volle glorie toont.

Op de architectuur is wel wat aan te merken. De architecten van de vijf nieuwe woonblokken (Faro en A & I) hebben duidelijk geworsteld met het gevraagde binnenstadskarakter. De ramen aan de straatkant zijn vaak te groot, de entrees te onpersoonlijk, kortom: het zijn nog te zeer vinexvormpjes. Maar het belangrijkste deden ze goed: zo zijn mooie materialen gebruikt, uitzichten uitgebuit en er is duidelijke samenhang.

En toch is het nog maar de vraag of de levendigheid van een binnenstad ooit werkelijk in deze buurt zal bruisen. Aan de geïsoleerde positie die het Droste-terrein heeft, is namelijk nog niets veranderd. De plannen voor betere verbindingen (een doorgaande fietsroute, minder verkeersbarrières, een extra brug of desnoods een pontje) liggen klaar. Maar zover is nog niet.

Hier wreekt zich de akelige gewoonte die in veel Nederlandse steden geldt, om met de aanleg van broodnodige infrastructuur te treuzelen. Haarlem heeft op dit gebied een beroerde reputatie. Geringe daadkracht is hier echter funest en dreigt zelfs deze mooie Drostebuurt te degraderen tot een veredelde vinexwijk.

Meer over