Uitvinder van de interactieve kraakdoos

Muzikant Waisvisz (1949 - 2008) was een improvisator met een onnavolgbaar gevoel voor timing.

Al vanaf het ogenblik dat hij als jongetje de kortegolfontvangers van zijn vader open sloopte, stelde Michel Waisvisz zich de vraag hoe je elektronica aaibaar kunt maken. Het vinden van antwoorden op die vraag werd een levensdoel waaraan hij meer dan dertig jaar werkte, tot een slopende ziekte daar begin dit jaar een eind aan maakte.

De naam van Waisvisz, die donderdag op 58-jarige leeftijd overleed, is nog altijd synoniem met zijn eerste en bekendste uitvinding, gelanceerd aan het begin van de jaren zeventig: de kraakdoos. Een kistje ter grootte van een sigarendoosje, voorzien van batterijen en met metalen contactplaatjes erbovenop. Geen vachtje, maar toch aaibaar.

Kern van het apparaat is een instabiele schakeling, die onder invloed van druk, temperatuur en vochtigheid van de vingers variabele geluiden produceert, onvoorspelbaar, maar onmiskenbaar interactief.

Die wisselwerking was waar Waisvisz naar streefde en dat had alles te maken met de musicus die hij was, niet zozeer een componist, maar allereerst een improvisator met een even onnavolgbaar als onweerlegbaar gevoel voor timing. [‘Ik geloof dat de snelheid die met flipperen wordt bereikt nog altijd veel groter is dan die van het in taal geformuleerde denken’, zei hij ooit. ‘Daarom moet je een instrument bouwen dat een sterke motorische binding met je lichaam heeft. Want dat hoge tempo is belangrijk, als je daar niet snel genoeg in bent, verlies je al zo veel.’

Waisvisz vond vele, vooral theatrale toepassingen voor zijn kraakdoos. Hij serveerde thee in een kraakservies en liet dansers bewegen op een kraakvloer. Van meet af aan was hij nauw verbonden met STEIM, de Amsterdamse Studio voor Elektro-Instrumentale Muziek, die hij vanaf 1981 als directeur leidde en waar het ontwikkelen van techniek met een mensvriendelijk karakter en een optimale flexibiliteit nog altijd het centrale uitgangspunt is.

Waisvisz droeg daar met zijn vindingrijkheid het nodige aan bij: hij ontwierp instrumenten als Het Web, en De Handen, waarmee hij zelfs orkestrale synthetische geluidsmassa’s kneedbaar kon maken. Ook ontwikkelde hij software, zoals het programma LiSa (Live- Sampling).

Zijn faam was aanzienlijk groter dan men in eigen land wist.

In de loop der jaren werkte hij samen met tal van musici in binnen- en buitenland, maar omdat hij zijn muziek allereerst beschouwde als live performance en als sinds het eind van de jaren zeventig geen registraties meer maakte, is er als klinkende nalatenschap nu bitter weinig bewaard gebleven van zijn werk. Een schrale troost: STEIM heeft de kraakdoos weer in productie genomen.

Meer over