Uien-tv, waarbij het verdriet soms met een voorhamer de huiskamer in geramd wordt. Moet dat altijd?

In de carrousel van de therapietelevisie vloeien de tranen rijkelijk. Kan het ook zonder?

Er was een nieuw programma. Het heette Ouders uit de kast. Het ging over kinderen wier ouders op latere leeftijd uit de kast kwamen. Zoals Marcel, vader van Melanie, Kimberley en Denise, die vroeger wekelijks langs het voetbalveld stond en nu was vertrokken, opgegaan in zijn nieuwe leven.

Denise had al eens een brief aan hun vader geschreven.

Die brief werd voorgelezen.

En ja hoor, daar waren de tranen al.

10 minuten later, andere zender. Eerste aflevering van een nieuw seizoen DNA Onbekend, waarin mensen op zoek gaan naar hun biologische ouders onder leiding van Caroline Tensen, die met een begripvolle glimlach op het gezicht vastberaden richting de traan ploegt door vragen te stellen als 'Heb je daar spijt van?', 'Dit doet je wel wat, hè?' en 'Wat doet nou het meeste pijn?'

Gisteren waren het Rita en Pascal, wier levens vol onzekerheid over de identiteit van hun vaders door Caroline tot de schil werden uitgeperst.

Nou, huilen natuurlijk.

Je vraagt je weleens af waarom mensen meedoen aan dit soort dingen. Waarom ze zich vrijwillig als vaatdoekjes laten uitwringen door een redactie die net zo lang goochelt met de uitslag van hun dna-testje alsof het een Postcode-straatprijs is, tot ze het alleen al van de spanning laten lopen. Waarom ze al hun familiegeheimen, ruzies, onzekerheden en diepste zieleroerselen ruilen voor 40 minuten tv en een kleine kans op verbetering.

Wanhoop, vermoedelijk. De camera als breekijzer voor dat wat je met je blote handen niet open krijgt. Om het contact met vader Marcel te herstellen, schreven Denise, Kimberley en Melanie een brief. Die brief las Marcel voor. Op camera, dus honderd procent traangarantie. Het was alsof het verdriet met een voorhamer de huiskamer in geramd moest worden, omdat we thuis anders misschien niet zouden begrijpen hoe naar het was. De traan als ultieme uitleg. Uien-tv.

Vaak worden deelnemers aan dit soort programma's geprezen, omdat ze zich kwetsbaar opstellen. Je zou ze ook roekeloos kunnen noemen. En het komt zelden voor dat tv-makers die roekeloosheid afremmen, of toch tenminste in goede banen leiden. Ondanks alle eventuele goede bedoelingen bij zo'n programma over familieruzies, of verslavingen, of coming-outs, of verdwenen ouders, of echtgenotes van klussers, of mensen met schulden; het resultaat is eigenlijk altijd min of meer gelijk. Het is de lopende band van de therapietelevisie, waar iedereen wanhopig opgaat en uitgehuild en dankbaar weer afkomt.

Ik dacht aan Je zal het maar hebben, dat vorige week aan zijn zeventiende seizoen begon. Dinsdag waren Carlijn en Arnoud te gast. Carlijn heeft borderline, Arnoud (onder meer) het Moebius-syndroom. Er werd niet gehuild, en echt niet omdat Arnoud als gevolg van zijn ziekte niet in staat was emotie te tonen, maar omdat het een prettig, lief, opgewekt programma is over ontzettend verdrietige dingen. Kan gewoon. Daar hoeft echt geen ui aan te pas te komen.

Meer over