Tweeslachtig concert van pionier kosmische pop

Voordat Klaus Schulze in de Rabozaal van de Amsterdamse Melkweg achter zijn klavieren plaatsneemt, wil hij even weten wanneer hij voor het laatst in Nederland heeft gespeeld. In 1985, zo komt het antwoord uit het publiek.

Van onze medewerker Gijsbert Kamer

Klaus Schulze (62) was toen volstrekt uit de mode. Zijn beste werk – door het tijdschrift voor moderne muziek The Wire deze maand nog een pioniersrol toegedicht binnen de Kosmische muziek – dateert uit de jaren zeventig. De herwaardering die volgde – zijn elektronische soundscapes zouden door talloze house- en ambientproducers genoemd worden als belangrijke inspiratiebron – nog een jaar of zes op zich laten wachten.

24 jaar later is zijn status erkend en kijkt niemand meer op van een artiest die zich een paar uur achter toetsenborden verstopt en in zijn eentje het geluid van een compleet orkest simuleert. Jammer eigenlijk dat hij zich niet wat vaker laat zien, want juist wanneer hij zich laat gaan in breed uitgesponnen stukken elektronische muziek, die hij ook echt live speelt, klinkt het spannend.

Schulze laat zich vergezellen door Lisa Gerrard, de vrouw met het sacrale stemgeluid, ooit zangeres van het gotische Dead Can Dance. Schulze wenkt steeds even wanneer ze op mag komen, en houdt zich in om haar alle ruimte te geven voor haar zangkunst.

Hierdoor heeft het concert ook iets tweeslachtigs: net als je er lekker in lijkt te komen, moet er weer een partijtje gezongen worden. Maar je kunt het ook anders opvatten: mooie zang, maar wat een eindeloos geneuzel van die toetsenist.

Voor beide meningen viel veel te zeggen, en bijzonder was het wel, na vierentwintig jaar weer een van de grondleggers van de elektronische muziek in Nederland aan het werk te zien.

Meer over