InterviewStefan de Walle

‘Tweede Hans is een koningsdrama van de gewone man’

In de serie Tweede Hans speelt Stefan de Walle een man die zijn leven opnieuw moet zien vorm te geven na tegenslag. Iets wat de acteur ook uit zijn eigen leven herkent. ‘Dingen waarvan ik aanvankelijk dacht dat het hoofdzaken waren, bleken bijzaken.’

Abel Bormans
Stefan de Walle Beeld Ivo van der Bent
Stefan de WalleBeeld Ivo van der Bent

‘Stefan de Walle blinkt uit in oudemannenrollen’, zei journalist Bram de Graaf: compliment of belediging?

‘Ik begrijp niet zo goed wat hij daarmee bedoelt. Ik ben natuurlijk ‘de adviseur van Sinterklaas’. Maar mijn rollen in bijvoorbeeld de film De marathon, het toneelstuk Gif of de serie Tweede Hans zijn niet per se oude mannen. Wel krijgen ze allemaal een groot verlies te incasseren. Zulke verliezen zijn inderdaad onderdeel van het ouder worden.

Tweede Hans gaat over een man die enorm gelukkig is op zijn werk in een tuincentrum. Hij is een man van de oude stempel. Hij houdt ervan koffie te drinken met zijn collega’s, te ouwehoeren. Hij heeft veel aandacht voor zijn klanten. Af en toe gaat hij zelfs thuis bij ze langs. Ook heeft hij een gelukkig huwelijk met Marleen, gespeeld door Jacqueline Blom. Ze hebben zo hun vaste ritueeltjes.

‘Dan komt er een reorganisatie op zijn werk. Hans wordt door zijn baas, met wie hij al jaren een goede verstandhouding heeft, op zijn kantoor geroepen. Ze hebben een offer you can’t refuse voor hem, zeggen ze. Van het ene op het andere moment wordt hij zo zijn pensioen ingerommeld. Daarmee pakken ze hem zijn hele identiteit af: zijn zingeving, structuur. Er ontstaat een grote leegte, die hij op een andere manier moet zien te vullen. Dat lukt aanvankelijk helemaal niet.

‘Net als De marathon, waarbij Martin van Waardenberg eveneens aan het script schreef, is het een tragikomedie. Het is net als het gewone leven. Dat is ook niet altijd lachen, gieren, brullen. Maar het is evenmin alleen maar ellende. Tweede Hans is een koningsdrama van de gewone man. De val en opkomst van Hans.

‘Veel mensen herkennen zich erin. We maken in het leven allemaal verlies mee. Overlijdensgevallen, ziekte, een scheiding. Ik kan me goed met Hans identificeren. Dat je het gevoel hebt dat alles waaraan je zekerheid ontleent opeens wegvalt. Dat de wereld vergaat, maar dat je er uiteindelijk achter komt dat er toch meer is.’

Een scheiding: verlieservaring of nieuwe kans?

‘Je krijgt een lel om je oren. Je verliest zekerheid en vanzelfsprekendheden. Dingen waarvan ik aanvankelijk dacht dat het hoofdzaken waren, bleken na mijn scheiding bijzaken. Wat precies, daarover laat ik me liever niet uit. Maar je verliest mensen en vriendschappen.

‘Het mooie van zo’n ingrijpende gebeurtenis is dat de leegte zich ook weer vult met nieuwe dingen. Er komen andere mensen, contacten en een nieuwe partner voor terug. Je leeft, laat ik het zo zeggen. Je kabbelt niet zomaar verder. Het heeft me ook veel gebracht.’

Acteren als jonge hond of acteren op leeftijd?

‘Ik ben nu 56. Er zijn ook voordelen aan ouder worden. Vroeger was ik voor een optreden vaak overgeconcentreerd. Ik herinner me mijn eerste grote zaalvoorstelling, Macbeth. Na de pauze moest ik direct een emotionele scène spelen. Ik was me daarvoor helemaal aan het opladen. Diep aan het ademhalen. Het werkte blokkerend. Ik ben geduldiger nu en heb meer zelfvertrouwen gekregen. Je moet er gewoon zijn, ademen en vertellen: dan komt het goed.’

‘Ik speel nu in het theaterstuk Gif, dat gaat over twee ouders – gespeeld door Carine Crutzen en mij – die een kindje verloren hebben, scheiden en elkaar dan na tien jaar weer ontmoeten. Naarmate je meer levenservaring hebt en meer verlies hebt meegemaakt, kun je je beter inleven in zo’n rol.

‘Dat betekent niet dat het ook eenvoudig is om te doen. Je brandt altijd wel iets van jezelf op. Carine en ik voelen ons erg verantwoordelijk. Er zitten veel mensen in de zaal die iets ergs hebben meegemaakt. Als je dat een aantal dagen achter elkaar speelt, zoals nu, is dat wel vermoeiend.’

null Beeld Ivo van der Bent
Beeld Ivo van der Bent

Acteur of timmerman?

‘Op de lagere school had ik rondom de Cito-toets een gesprek met de hoofddocent. Hij vroeg: ‘Wat wil je later worden?’ Acteur, zei ik. ‘Maar als dat nou niet lukt?’ Ik wil gewoon acteur worden, zei ik. ‘Maar daar heb je havo voor nodig!’ Opnieuw zei ik dat ik vastbesloten was om acteur te worden. ‘Maar als het nou echt niet lukt?’ Nou, doe dan maar timmerman, zei ik.’ Lachend: ‘Toen kreeg ik het advies om naar de technische school te gaan.

‘Dat heb ik niet gedaan. Ik wilde altijd al acteren. Als mijn moeder of vader vroeger kwaad op me was, wist ik de angel eruit te halen met een kwinkslag of door een gekke kop te trekken. Ik redde me uit zulke situaties door een rol te spelen. Ook kreeg ik mensen aan het lachen door me uit te sloven. Bij de eindmusical op de lagere school merkte ik dat ik me heerlijk voelde op het toneel. Nadat ik staatsexamen had gedaan om mijn havo te halen ben ik uiteindelijk naar de toneelschool in Arnhem gegaan. Een docent introduceerde mij vervolgens bij het Ro Theater waar ik tot mijn stomme verbazing een vast contract kreeg.’

Kees in Flodder: duw in je rug of blok aan je been?

‘Geen van beide. Het Flodder-publiek was doorgaans niet het publiek dat ook de theaters bezocht. Dus daar had ik in mijn toneelwerk helemaal geen last van. Ik denk wel dat ik aanvankelijk in mijn televisiewerk misschien andersoortige rollen misliep. Ik kan me voorstellen dat als je een aantal jaren met zo’n figuurtje op de televisie bent, mensen denken: dat soort rollen speelt hij. Dat is later wel verdwenen. Godzijdank is het niet zo dat iedereen me alleen met Flodder associeert.

‘Ik zie het ook niet als een doorbraak. Tussen al het serieuze toneelwerk door was het ontzettend leuk om te doen. Het was een soort apenkooi. Hele zomers hebben we daar op de set in Almere doorgebracht. Met Lou Landré, die Sjakie speelde, en Coen van Vrijberghe de Coningh, Johnnie, god hebbe zijn ziel, hadden we de grootste lol.

‘Coen overleed in 1997 plotseling waar ik bij was. Ik denk nog regelmatig aan hem. Er hangt in mijn huis een grote foto van hem op de trap. En nog een boven in mijn werkkamer. We zagen elkaar in die zomers vaker dan we onze toenmalige partners zagen. Op het laatst hadden we echt het idee: we gaan zorgen dat we elkaar buiten de zomers ook vaker zien. Dat heeft helaas niet zo mogen zijn.

‘Je wordt ongelooflijk op het feit gedrukt dat het leven in een vingerknip voorbij kan zijn. En hoe banaal en wreed dat is. Dat zo’n lief mens zomaar uit je leven verdwijnt.’

null Beeld Ivo van der Bent
Beeld Ivo van der Bent

De hoofdrol in De marathon: wel of niet het hoogtepunt uit je carrière?

‘Ik ben er in elk geval heel trots op. Het is mijn enige echte hoofdrol in een speelfilm. Ik kon me zo goed in die Gerard inleven. Hij heeft uitgezaaide slokdarmkanker, maar denkt: ik ga godverdorie mijn gezin en vrienden goed achterlaten. Ik ga die marathon lopen, die weddenschap winnen en één keer iets groots bereiken in mijn leven. Het is zo’n rijk geschreven script.

‘De familie van mijn moeder uit Den Haag was een beetje als de mensen in de film. Een gebakkie bij de verjaardag. Een biertje op tafel. Borrelhappen, gezelligheid. Het hele milieu was heel herkenbaar voor me.

‘Het is net als Tweede Hans een verhaal over de grote kleine man. Waar je op de sociale ladder staat, maakt allemaal niet zo veel uit. We maken allemaal evenzeer mooie momenten als klotedingen mee. Prachtig, om het verhaal van Gerard te mogen vertellen.’

Teamspeler of de show stelen?

‘Teamspeler. Misschien wel een beetje te veel. Ik hou heel erg van samen iets maken. De ander laten excelleren. En ik heb moeite om ruzie te maken. Ik ben nog steeds een beetje dat jongetje dat via een omweg zorgt dat hij zijn zin krijgt.

‘Onder de regie van Erik Vos speelden we eens De Kersentuin van Tsjechov. Ik was Lopachin, een van de grotere rollen. Erik zei tegen me: ‘Je hebt wel je verantwoordelijkheid als protagonist. Die moet je nemen!’ Hij vond dat ik niet te voorzichtig moest zijn, maar de boel moest opschudden. Hij heeft me toen wel aan het denken gezet.’

De toneelwereld: seksistisch of geëmancipeerd?

‘Jacqueline Blom, mijn tegenspeler in Tweede Hans, zei in de Volkskrant dat ze de theaterwereld ‘één grote seksistische wereld’ vindt. Ze wilde daarmee denk ik een extra zwaai geven aan de discussie en bewustwording hierover in onze sector en dat is goed, natuurlijk. Ze heeft gelukkig ook gezegd dat ze het tegelijk een geweldige wereld vindt. Ik denk dat overal waar machtsverhoudingen spelen er sprake kan zijn van seksisme of ongewenst gedrag en dat moet natuurlijk niet kunnen. Zelf heb ik het minder ervaren. Dat komt waarschijnlijk in ieder geval voor een deel omdat ik een man ben. Inmiddels kijk ik hier onder invloed van het maatschappelijke debat rond #MeToo en andere kwesties anders naar.’

De dramaserie Tweede Hans is elke week te zien op vrijdag om 21:30 uur op NPO 1. De eerste van in totaal tien afleveringen was vrijdag 29/4.

Gif, geproduceerd door Korthals Stuurman Theaterproducties, is t/m 21/6 te zien in het theater.

Stefan de Walle

1965 Geboren in Den Haag

1989 Studeert af aan de Toneelschool in Arnhem

1993 Debuteert op televisie als Kees Flodder, in de populaire tv-serie Flodder

2001 Maakt de overstap van het Ro Theater naar het Nationale Toneel

2011-heden Volgt acteur Bram van der Vlugt op als de belangrijkste ‘adviseur’ van Sinterklaas

2012 Hoofdrol als Gerard in De marathon

2021 Speelt Otto Frank in de film Mijn beste vriend Anne Frank

2022 Speelt Hans in serie Tweede Hans

2022 Speelt theatervoorstelling Gif

Stefan de Walle won twee Arlecchino’s en werd twee keer genomineerd voor een Louis d’Or. Voor zijn hoofdrol in De Marathon ontving hij nominaties voor een Gouden Kalf en een Rembrandt Award.