Twee oude mannen op hun paar vierkante meter huiskamer

THEATER..

Karl had in een mooi rokkostuum op de begrafenis van zijn vrouw willen verschijnen, maar zijn pak was acht dagen te laat klaar. Nu lijkt hij gekleed voor een bal waar hij nooit heen zal gaan. Overmoedig nodigt hij zijn broer uit voor een dansje. Onwennig staan de mannen tegenover elkaar, Karl geeft aanwijzingen, Robert protesteert, en uiteindelijk verzetten ze geen stap.

Die twee bijna dansende mannen zorgen voor een van de mooiste momenten uit Schijn Bedriegt van Thomas Bernhard. Een stuk over de onafwendbare ouderdom en de manier waarop twee broers zich daarin schikken terwijl ze zich om beurten verliezen in filosofisch getinte, poëtisch-humoristische bespiegelingen.

Tweemaal in de week komen ze bij elkaar op bezoek, Karl de equilibrist, de jongleur die op het toppunt van zijn carrière 23 borden tegelijk in de lucht kon houden, en Robert de acteur. Ze rouwen om het verlies van Mathilde, Karls vrouw. Robert eist ook zijn deel van haar genegenheid op. Tot ergernis van Karl, die niet kan verkroppen dat ze haar weekendhuisje heeft nagelaten aan Robert.

Dat de wereld van oude mensen kleiner wordt is in de regie van Willibrord Keesen letterlijk genomen. Karl zit op een paar vierkante meter ingeklemd tussen de spullen. Zijn minihuiskamer beslaat de helft van een ronddraaiend plateau, aan de achterkant bivakkeert zijn broer Robert in net zo'n mini-interieur. Dat draaitoneeltje is vooral een grap. Soms gaat de boel alleen draaien om ons in een flits te laten zien hoe de ijdele Robert zweet voor de gezichtsbruiner.

Waar ze maar kunnen, zetten de twee broers goedmoedige valstrikken voor elkaar op, en kijken ze gespannen of en hoe de ander die weet te vermijden. Als variété-artiest scheldt Karl op het toneel, op pompeuze acteurs die niet begrijpen wat ze zelf zeggen. In één moeite door schimpt hij daarmee op zijn broer, die ervan droomt nog eenmaal King Lear te spelen.

Hoe opgeblazen een acteur kan zijn, laat Reinout Bussemaker prachtig zien. Hij zet een breedborstige praalhans neer: met zijn opgespoten blonde kapsel, zijn gebruinde gezicht en vooral zijn bestudeerde gebaren, is hij het volstrekte tegendeel van zijn meer intellectuele broer. Lichtvoetig, en met veel terloopse humor gespeeld door Wim Bouwens.

Terwijl Bouwens dicht bij zichzelf blijft, heeft Bussemaker zich de groteske motoriek van een clown eigen gemaakt. Op sommige momenten speelt hij te vet, maar als hij wat terugneemt en Bouwens in de juiste toonsoort reageert, is hun spel een prachtig samengaan van clownerie en naturel. We zien hun jeugd - de spelers zijn aanzienlijk jonger dan hun personages - en stellen ons tegelijkertijd hun ouderdom voor.

Bernhards tekst floreert onder deze gedurfde speelstijl. Vaak tonen makers te veel respect voor zijn poëtische spervuur. Deze acteurs laten er een heel regiment grapjes, gebaren en mimiek op los, waardoor de tekst aan helderheid en humor wint. Hoe paradoxaal dat ook klinkt, zeker in de mond van Wim Bouwens krijgt Bernhards gekunstelde taal hier iets zeldzaam vanzelfsprekends.

Meer over