Twee broers die elkaar bergtoppen schenken

In het prozagedicht De vliegende berg beschrijft de Oostenrijkse auteur Christoph Ransmayr (1954) de beklimming van drie onbekende reuzen in de Transhimalaya, met de poëtische namen Cha-Ri, Te-Ri en Puau-Ri (oftewel Vogelberg, Winterberg, Vliegende berg) door twee onafscheidelijke en rivaliserende broeders....

Gert-Jan van Dijk

De beklimming verloopt voorspoedig, zij het meer solitair dan solidair. De beruchte Yeti (alias Dhjemo), beter bekend als De Verschrikkelijke Sneeuwman, houdt zich bij de beklimming van zijn territorium afzijdig, wellicht doordat de broers zijn rijk, de toppen van de Wolkenberg, niet schenden of doordat ze een geit als zoenoffer brengen.

In zijn verhaal heeft Ransmayr kundig talloze reminiscenties aan de Iers/Britse onafhankelijkheidsstrijd vervlochten, die corresponderen met de militaire annexatie van Tibet door China.

Vader, een fervent voorvechter van de Ierse vrijheidsstrijd, loopt in de optocht mee als ‘Captain Daddy’, terwijl moeder Shano als verpleegster bloed- en schaafwonden verbindt. De bijbehorende muts (Balaklava) past zowel de zoon in Tibet als de vader tijdens de mars op St. Patricks’ Day in Ierland. In hun keuken hangt een unieke landkaart met de Ierse Diaspora uitgebeeld door punaises. De sneeuw op de door Laim geconsulteerde beeldschermen roept de Tibetaanse vrieskou op. En de op Ierse manifestaties meegedragen rododendronlintjes doen denken aan boeddhistische gebedsformules op windvaantjes.

Er is een liefdesgeschiedenis, tussen de robuuste ik-verteller en de Tibetaanse schone Nyema, die de rivaliteit tussen de beide broers in de kou doet verdwijnen. De een is de ander zo dankbaar voor het leggen van contact met Nyema dat hij verzaakt bij de beklimming van de top. Zoveel hoffelijkheid en adeldom kan de ander niet over zijn kant laten gaan. Daarom schenkt hij bij wijze van tegenprestatie de voortop van de volgende berg.

Toch blijft de apotheose een groot vraagteken: ‘Soms heb ik het gevoel / dat ik uit nog een andere droom/ en uit nog een moet ontwaken/ om eindelijk aan te komen waar ik werkelijk ben.’ Gert-Jan van Dijk

Meer over