Tussen jonkvrouwen en sekreten

In het Groningse stadje Bourtange herleeft af en toe de geschiedenis. Karin Sitalsing en fotograaf Marcel van den Bergh wagen zich in de kruitdampen van de Tachtigjarige Oorlog....

Karin Sitalsing en Marcel van den Bergh

Dampende paarden stuiven door de straten. Musketten knallen, kanonnen bulderen. Bij een tentenkamp brandt een kampvuur. De zware kruitlucht en dikke rook kruipen in je kleren en je haren.

Het is 1640 in de vesting Bourtange, in Oost-Groningen, op de grens met Duitsland. Jaarlijks wordt daar de slag om Bourtange gespeeld; vorig jaar gesitueerd in een Napoleontisch decor, dit keer, op 2 en 3 mei, speelt de slag zich af ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog. Uit de hele wereld komen geschiedenisfreaks ervoor naar Bourtange. Met indrukwekkende, handgemaakte kostuums, met wapentuig en keukengerei, met tenten. Alles aan de re-enactment is historisch verantwoord, tot en met de knoopjes op de kostuums toe. Alles, behalve de slag zelf. Want die heeft in werkelijkheid nooit plaatsgevonden, geeft directeur Margriet van Klinken toe.

Ze weet nog hoe ze als klein meisje in Bourtange liep, verzonken in de wereld van ridders en jonkvrouwen. Prachtig vond ze het. ‘En nu loop ik elk weekend zélf in zo’n 17de-eeuwse jurk.’

De vijfhoekige vesting ziet er spectaculair uit. Vanaf een van de vijf bastions heb je perfect zicht op de omgeving, de bruggen, de poorten, indrukwekkende kanonnen en de sekreten: toilethuisjes boven het water. Nee, die zijn niet meer in gebruik, maar dat is misschien een idee voor de toekomst, lacht Van Klinken. ‘Ik denk dat kinderen het heel leuk zouden vinden om iets in het water te horen plonzen.’

De directeur stapt trots door haar vesting, maakt een praatje met een bewoner die in zijn moestuin staat te wieden. De eerste toeristen druppelen binnen: oudere stellen op stevig schoeisel, een schoolklas.

De vesting heeft tien gekasseide straatjes, met namen als Kruitstraat en Batterijenstraat, die uitkomen op het vijfhoekige marktplein dat is omzoomd door lindebomen. De commanderie – inderdaad: vroeger de commandantswoning, is nu een winkel voor curiosa en ‘Oud-Hollandsch’ snoep. Het convooimeestershuis verkoopt cadeaus, kleding en woonaccessoires.

Het mag nu een schattig stadje zijn – vroeger was Bourtange een belangrijke vesting. Willem van Oranje gaf in 1580 opdracht een schans met bastions aan te leggen op een zandrug in het moeras op de grens met Duitsland. Zo’n zandrug werd een tange genoemd, en in dit geval werd de tange onderhouden door boeren – vandaar de naam. De vesting maakte deel uit van een linie vestingen langs de grens. Bourtange was een grote, omdat de zandrug daar maar liefst twee karrensporen breed was. Maar, zoals dat gaat: de gevechtstechniek ontwikkelde zich en de vesting verloor haar betekenis. In 1851 werd zij opgeheven, Bourtange werd een agrarisch dorp.

Rond de jaren zestig van de vorige eeuw kampte het dorp met leegloop. De gemeente Vlagtwedde besloot de vesting te reconstrueren om het leven er terug te brengen. De huidige vesting is gebaseerd op de situatie in 1742. In dat jaar was de vesting op z’n grootst.

Hier en daar staat een woning – in de vesting wonen nog zo’n vijftig mensen, onder wie Henk Hebers, sinds 1975. ‘Toeristen denken vaak: als je door de poort stapt, dan loop je een museum in’, zegt hij. ‘Maar het is voor ons wel een heel leefbaar museum. De vesting is gewoon een leefbaar dorp. Iedereen die hier woont heeft wel iets met het militaire gevoel.’

Zijn ouders kwamen er tijdens de reconstructie van de vesting wonen, omdat zijn vader er een horecazaak wilde beginnen. Henk nam de zaak over en verhuisde kort geleden naar een boerderij net buiten de vesting. Zijn jongste zoon zal het restaurant – ’s Land’s Huys – voortzetten.

Is het niet raar om in een museum te wonen? ‘Ach, iedereen die er woont, is eraan gewend. In het begin kwamen er wel wat klachten van bewoners over de kanonskogels. Dat de schilderijen naar beneden vielen en zo. Toen hebben we de kanonnen de andere kant op gezet. Als ze een keer op andere dan de gezette tijden gaan schieten, kondigen ze dat netjes aan.’

Ook op de dagen dat er geen veldslag wordt nagespeeld is er leven in Bourtange. De vesting is sowieso altijd open om doorheen te slenteren, want het is openbare ruimte. De vier musea zijn open: de filmzaal, de voormalige soldatenbarak, het synagogaal museum en de kapiteinswoning. Daar zijn vondsten te zien – kanonskogels, een spaarvarken – en is onder meer de slaapzaal van een militair nagebouwd. Elke zondag zijn er demonstraties kanonschieten. Er komt een voorjaarsmarkt, een paaswandeling, in juni komt het NK Wielrennen dwars door de vesting. En dan kan er nog gelogeerd, gekanood, gesurvivald en getrouwd worden.

Het militaire verleden staat in schril contrast met de vredige uitstraling die het vestingstadje heeft op een van de eerste mooie dagen van het jaar. Mussen en mezen vliegen af en aan. Net als je, op een bankje in de zon, mijmert over lang vervlogen tijden, komt er een vrachtwagentje van de vuildienst voorrijden. Nou ja. Vroeger was niet alles beter, zullen we maar zeggen.

Meer over