WakkerlandsJan Kuitenbrouwer

Trump, Wilders en Baudet heten ‘klimaatsceptici’. Maar past die term ze wel?

null Beeld

Meepraten voor beginners: Jan Kuitenbrouwer schrijft het woordenboek van de verbale burgeroorlog die we het ‘openbaar debat’ noemen. Deze week, onder de ‘S’: Scepsis.

De eerstbekende uitspraak van Donald Trump over de klimaatcrisis was: ‘Het is een —> hoax!’ Geert Wilders over klimaatbeleid: ‘Het is totale kolder’. Thierry Baudet: ‘Kap met die hysterie.’ Trump, Wilders en Baudet heten —> ‘klimaatsceptici’. Maar zijn zij dit wel?

Scepsis - naar het Griekse ’skeptikos’, bedachtzaam, en ‘sképsis’, onderzoek - is gezond, leren we. Sceptici slikken niet alles voor zoete koek, zijn geneigd tot twijfel en staan open voor nieuwe feiten. De sceptische beweging, in Nederland vertegenwoordigd door de Stichting Skepsis (’Lid van de Europese Raad van Skeptische Organisaties’), strijdt tegen bijgeloof en kwakzalverij. Eerst zien, dan geloven.

Maar is ‘scepsis’ dan wel de juiste term voor mensen die klimaatbeleid een ‘hoax’, ‘kolder’ en ‘hysterie’ noemen? Is dat de taal van iemand die geneigd is tot twijfel en open staat voor feiten?

Nee, het is is vooral slimme framing. Als jij de scepticus bent, is je tegenstander dus de bijgelovige. Dan heb jij de feiten aan jouw kant, en die ander niet. Een scepticus zal nooit liegen, het is zijn tegenstander die met oogkleppen op achter zijn eigen gelijk aanrent.

Maar in de klimaatdiscussie zijn het de ‘sceptici’ die hoge stapels rapporten terzijde schuiven en zich vastklampen aan een geloof: het is niet waar. Hun houding is niet sceptisch, maar ontkennend. Je zou ze beter ‘klimaatontkenners’ kunnen noemen.(Niet dat zij het klimaat ontkennen, maar ‘klimaatprobleemontkenner’ is weer zo’n mond vol.)

Of ‘klimaatcynicus’, want wat mensen als Wilders en Baudet ook gemeen hebben is dat zij de motieven van klimaatactivisten niet vertrouwen. Die worden niet gedreven door oprechte zorg voor de planeet, menen zij, maar door haat tegen de fossiele industrie, het kapitalisme, de gevestigde orde, enzovoorts, aangestuurd door duistere krachten. George Soros waarschijnlijk.

Je hebt ook nog —> euroscepsis. Wilders, Baudet, Johnson, Farrage, Le Pen, noemen zich ‘eurosceptici’.

Onderzoeksbureau Motivaction definieert ‘europscepsis’ als: ‘principieel verzet tegen het bestaan en/of lidmaatschap van de Europese Unie’. Hetzelfde probleem: ‘principieel verzet’ en echte scepsis gaan niet samen. Als genoemde ‘eurosceptici’ iets níét hebben, dan zijn het twijfels over Europa. Le Pen: ‘De EU lijkt een beetje op het totalitaire communisme.’ Farrage: ‘Het Europese project zou wel eens tot de wedergeboorte van het nazisme kunnen leiden.’ Die quotes stonden in het Vlaamse weekblad Knack onder de kop: ‘Eurosceptische uitspraken van Europese politici’. Noem het maar scepsis! Een kruisridder veegt het bloed van zijn zwaard en omschrijft zijn werk als een vorm van ‘islamscepsis’.

Dit is wat de Amerikaanse socioloog Marcello Truzzi —> pseudoscepticisme noemt, een houding waarbij wantrouwen en ontkenning gecamoufleerd worden als twijfel en voorbehoud. De pseudoscepticus accepteert geen enkel bewijs dat hem niet uitkomt, en doet tegelijk alsof zijn eigen positie evident is en geen onderbouwing behoeft.

Onthoud dus: als deelnemers aan het publieke debat ‘sceptisch’ genoemd worden, gaat het meestal om mensen die alles behalve sceptisch zijn. En is enige scepsis op haar plaats.

Meer over