de week in boekenRemco Meijer

Troonopvolgers kiezen voor hun levensschets een auteur die bij de tijdgeest past

Prinses Amalia tijdens de fotosessie bij Paleis Huis ten Bosch afgelopen zomer. Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Prinses Amalia tijdens de fotosessie bij Paleis Huis ten Bosch afgelopen zomer.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

‘Als ik 18 word, mag ik dan bij jou?’ Zo ongeveer moet prinses Amalia bij cabaretier Claudia de Breij uitgekomen zijn, als gastauteur voor een persoonlijk boek over haar leven tot nu toe. Een heel andere keuze dan in de vorige generaties. Prinses Beatrix sprak voor haar 18de verjaardag in 1956 met Hella Haasse, auteur van een imposant literair oeuvre. Prins Willem-Alexander ging in 1985 in zee met schrijver Renate Rubinstein, columnist onder het pseudoniem Tamar in weekblad Vrij Nederland en publiekelijk republikein.

De Breij mag dan columns en boeken schrijven met vrolijke titels als Krijg nou tieten! en Neem een geit, ze is toch vooral bekend als kleinkunstenaar. Geëngageerd is ze ook. ‘Geen fuck zin in nieuwe verkiezingen’, liet ze deze week op Twitter weten – op welk medium het uiteraard reacties regende op Amalia’s keuze waarbij ‘de-intellectualisering’ een van de nettere kwalificaties was.

Dat de monarchie meer naar de populaire cultuur en het brede amusement neigt, is een trend die sinds het koningschap van Willem-Alexander is ingezet. Armin van Buuren bij de inhuldiging, Guus Meeuwis op Koningsdag, The Streamers op de binnenplaats van de koninklijke stallen, het mag allemaal minder deftig dan onder Beatrix. De vroegere koningin had bovendien niets op met (nieuwe) media, terwijl de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) maandag bij het persbericht over De Breij een door Amalia gemaakte selfie meestuurde.

In datzelfde bericht liet de RVD weten dat het boek half november verschijnt bij uitgeverij Pluim en als titel Amalia zal krijgen. Maar juist twee weken geleden verscheen onder die titel al een boek over de Prinses van Oranje, van voormalig Eerste- en Tweede Kamerlid Peter Rehwinkel, dat bovendien veel aandacht trekt. Is dat niet verwarrend?

Ach, zegt Rehwinkel daar zelf over, ‘ik heb gekozen voor een staatsrechtelijke en historische invalshoek, het zal toch wel duidelijk zijn dat het om twee totaal verschillende boeken gaat?’ Ook de RVD benadrukt dat De Breij een heel ander boek heeft geschreven en verwijst naar uitgever Mizzi van der Pluijm. ‘Gelet op de traditie is een andere titel niet mogelijk’, zegt zij beslist. ‘De vorige boeken waren ook naar de roepnaam genoemd, dus het is wat het is.’

Over de keuze voor De Breij zegt Van der Pluijm: ‘Alle drie de boeken zijn geschreven door een exponent van hun tijd. Dit boek is helemaal zoals de wereld er nu uitziet. Heel open.’ Wat dat inhoudt? ‘Daar ga ik nog even niet op in.’ Tot half november zullen we het dus met zinnen uit het beroemde liedje moeten doen: ‘Als ik iets moet zijn/, wat ik nooit geweest ben/, mag ik dan bij jou?’

Meer over