Triennale moet angst voor nieuwe muziek wegnemen

Een paar honderd punks hebben zich tegen de machtige flanken van de Kölner Dom genesteld. Een speciale eenheid van de politie staat ontspannen in de voorjaarszon paraat te wezen bij dit jaarlijkse Pfingsttreffen van de Duitse punkélite op het Keulse Roncalliplein....

Van onze medewerkster

Pay-Uun Hiu

KEULEN

Toeristen staren naar de sierlijke, zorgvuldig opgespoten hanenkammen en de bizarre kostuums. Tussen de Dom en het Römisch-Germanische Museum staat een levensgroot videoscherm, omgeven door wapperende vlaggen van de MusikTriennale Köln en even is er verwarring: zou dit de openingsact van de Triennale zijn die van 18 mei tot 15 juni Keulen tot festivalstad heeft gebombardeerd?

Zou in de 'balans van de twintigste eeuwse muziek' die in deze Triennale wordt opgemaakt de punkcultuur een geïntegreerd onderdeel zijn?

Bij het publiek dat die Pinksterzondag enkele uren later de Kölner Philharmonie binnenstroomt voor het officiële openingsconcert van de tweede MusikTriennale, bestaat het overheersende modebeeld echter uit colbert, stropdas en avondjurk. Er wordt geen bier uit blik gedronken, maar sekt uit een glas met een pootje.

En op het programma - dat live door de WDR-televisie wordt uitgezonden - staat geen muziek van de Sex Pistols, maar van Maurice Ravel, uitgevoerd door het Kölner Rundfunk-Sinfonie-Orchester onder leiding van Sir André Previn met sopraan Roberta Alexander als soliste. De balans die hier wordt opgemaakt, zoveel is duidelijk, betreft vooral de muziek van de klassieke concertzaal en niet die van de straat.

'We kunnen onmogelijk compleet zijn', zegt Franz Xaver Ohnesorg, initiatiefnemer en Gesamtleiter van deze MusikTriennale. Zelfs in de drie geplande edities (de eerste was in 1994, de laatste is in het jaar 2000) kan de muziek van deze eeuw alleen maar fragmentarisch worden weergegeven, vindt hij.

Even goed omvatten de 99 concerten op het programma een diversiteit aan muziek: tango (door Sexteto Major en later in het festival door Gidon Kremer), jazz (onder meer de jazz/rock-opera Escalator over the hill van Carla Bley), klankinstallaties (met een 'tunnelconcert' door Bill Fontana in het nieuwe metrostation Wiener Platz).

Naast experimentele klanken, opdrachtcomposities (door Michael Obst en Matthias Pintscher) en 'Grenzgänge' door de muziekgeschiedenis van deze eeuw, zijn er reguliere orkestconcerten (onder andere met het Chigago Symphony Orchestra en City of Birmingham Symphony Orchestra) en ensembleconcerten met bijvoorbeeld op 12 juni de première van de complete Trilogie van de laatste dag van Louis Andriessen door Ensemble Modern.

Publiekstrekker van het slotconcert op 15 juni is Liza Minelli. Het programmaboek (gratis af te halen in de Philharmonie) levert behalve een uitgebreid programma-overzicht en een Festival-Fahrplan, achtergrondbeschouwingen in vier talen.

Ohnesorg, in het dagelijks leven intendant van de Kölner Philharmonie, benadrukt nog eens dat dit festival absoluut niet alleen voor nieuwe muziek-specialisten is, zoals de Musiktage in Donaueschingen of de zomercursussen in Darmstadt.

'De tijden zijn voorbij dat men zich daarvoor moet inzetten', is zijn overtuiging. 'Een belangrijke opgave van dit festival is het wegnemen van de angst die nog steeds voor nieuwe muziek bestaat.'

En Keulen is daarvoor een uitstekende locatie. Niet alleen is Keulen een lebensfrohe stad en is de Keulenaar, volgens de uit München afkomstige Ohnesorg, zeer op 'zinnelijk genot' gesteld.

Een belangrijke overweging van meer politieke aard is, dat de deelstaat Nordrhein-Westfalen met het op handen zijnde vertrek van de regering uit Bonn naar Berlijn, wel een nieuwe impuls kan gebruiken.

In een korte toespraak voorafgaand aan het openingsconcert verwees bestuursvoorzitter van de BV KölnMusik Heinz Lüttgen er al fijntjes naar: 'Het verlies van de regering brengt ons dichter bij elkaar. Waarom zouden Bonn, Düsseldorf en Keulen hun muziekfeesten niet gemeenschappelijk vieren?' Het idee werd met applaus begroet.

'Bonn heeft een nieuwe identiteit nodig', stelt Ohnesorg, en Keulen zou die 80 duizend bezoekers per jaar uit Bonn (12,5 procent van het totaal) niet willen missen. 'Waarom zouden we het vacuum dat ontstaat geen culturele inhoud geven: het ene jaar een Schumannfest met het zwaartepunt in Düseldorf, het jaar daarop een Beethovenfest dat zich hoofdzakelijk in Bonn afspeelt en daarna weer een Triennale met Keulen als hoofdkwartier. Dan hebben we elk jaar iets te vieren', straalt Ohnesorg.

Tegen die achtergrond is wellicht de financiële daadkracht te verklaren waarmee overheden en sponsors de benodigde 17 miljoen Duitse marken op tafel hebben gelegd. In ieder geval blijken de Stadt Köln, de Stiftung Kunst und Kultur des Landes NRW en de Westdeutsche Rundfunk dit jaar festivalfreudig genoeg voor 12 miljoen en is een indrukwekkende lijst van particuliere bedrijven goed voor het resterende bedrag.

Ter vergelijking: het Holland Festival had vorig jaar een budget van acht miljoen voor 66 voorstellingen, die bij elkaar 52 duizend bezoekers trokken. De Triennale van 1994 telde 60 duizend bezoekers en dit jaar worden er 80 duizend verwacht.

'Wij hebben een iets ander concept', reageert Ohnesorg op de problemen van het Holland Festival. 'Wij doen alleen muziek en dan ook voornamelijk concertuitvoeringen.' Maar ook de Triennale is na de eerste editie met twee weken ingekort tot een totale duur van een maand. 'Het is veel slimmer een korter, maar intensiever festival te organiseren', concludeert hij. Bovendien is de Triennale van meet af aan een groots, maar duidelijk begrensd project geweest dat uit drie afleveringen bestaat. Hoe graag Ohnesorg ook jaarlijks wat te vieren wil hebben, het is nog de vraag of na 2000 de Triennale wordt voortgezet.

In dat geval zal er hoe dan ook een nieuwe opzet moeten worden bedacht, want de twintigste eeuw is dan ten einde. Het muzikale beeld dat na het laatste Triennaleconcert in herinnering blijft is er één uit vele mogelijkheden. Het festival pretendeert weliswaar 'een balans te trekken', maar een exacte uitkomst is onmogelijk, weet ook Ohnesorg: 'De grote verscheidenheid die er nu leeft, is onderdeel van ons concept.' En in zijn inleiding bij het dikke boekwerk Die Befreiung der Musik dat door de MusikTriennale is uitgegeven, stelt hij dat het er niet om gaat muziek in categorieën in te delen. 'Veel belangrijker is het zonder vooroordelen na te gaan in hoeverre een bepaalde muzieksoort of een bepaald muziekwerk de ziel van een luisteraar bereikt.'

'Ach, weet u', zegt hij in zijn werkkamer in de Philharmonie, 'het mooie van muziek is toch dat ieder mens haar op zijn eigen manier mag ervaren. Over Beethoven en Mozart durft ieder zo zijn eigen opvattingen te hebben omdat het over historische muziek gaat. Maar bij nieuwe muziek bestaat opeens de angst het niet goed te begrijpen.'

Dat is nu precies de angst die de Triennale naar zijn idee moet wegnemen. En liefst nog vóór deze eeuw helemaal voorbij is.

Kaarten en informatie: KölnTicket (0049)221-2801.

Meer over