Wakkerlandsjan kuitenbrouwer

Transgender

null Beeld

Meepraten voor beginners: Jan Kuitenbrouwer schrijft het woordenboek van de verbale burgeroorlog die we het ‘openbaar debat’ noemen. Het woord ‘gender’ moest duidelijkheid scheppen maar sekse en gender worden meer dan ooit verward.

Nikkie –Tutorials – de Jager, die ons hart veroverde als stoere, ontwapenende medepresentator van het Songfestival, is —> transgender. Althans, zo omschrijft zij zichzelf, maar strikt genomen is zij —> transseksueel. De termen —> sekse en —> gender worden de laatste tijd door elkaar gebruikt, alsof zij synoniem zijn, maar het zijn twee verschillende dingen.

In het Nederlands is ‘gender’ een vrij nieuw begrip. Tot voor kort kende onze taal alleen de termen ‘geslacht’ en ‘sekse’. ‘Gender’ komt uit het Engels. Het Engelse ‘sex’ staat voor biologisch geslacht, hoe je geboren wordt, en ‘gender’ is geslacht in sociaal-culturele zin, hoe je jezelf ziet en gezien wilt worden. Het Nederlands had daar nooit een woord voor, daarom leenden wij ‘gender’.

Ook in het Engels is gender vrij nieuw. Het werd in 1955 geïntroduceerd door de seksuoloog John Money, in zijn boek Man & Woman, Boy & Girl. Op zoek naar een sociale tegenhanger voor sex speelde hij leentjebuur bij de taalkunde, die woorden vanouds een geslacht toekent, een ‘gender’. (Een wonderlijk gebruik eigenlijk, ’boekwinkel’ is mannelijk maar ’bibliotheek’ vrouwelijk – hoezo? Soms gedraagt de natuur zich als een adviescommissie.)

Enfin, dankzij John Money hebben we nu dus twee termen voor geslacht, een voor nature , de andere voor nurture. Testikels zijn geslacht, stropdas is gender. Borsten zijn geslacht, lipstick is gender. De feministische beweging omarmde de term, de genderstudies ontstonden, onderzoek naar de machtsverhouding tussen man en vrouw.

Waar de grens ligt tussen sekse en gender is een punt van strijd. Conservatieven en antifeministen willen überhaupt niets weten van gender, het enige relevante verschil der seksen is biologisch en alles vloeit daaruit voort, vinden zij. Feministen en genderactivisten hebben de neiging om in de andere richting door te schieten: álles is gender.

Het gevolg was dat ‘gender’ een hypercorrectie werd. Uit angst om op de vingers getikt te worden of conservatief over te komen zijn mensen alles ‘gender’ gaan noemen, ook wanneer ze het over geslacht hebben. De term ‘transseksueel’ werd bijvoorbeeld in de ban gedaan ten gunste van ‘transgender’. Maar strikt genomen is een transgender persoon iemand die alleen van uiterlijk en gedrag verandert. Onderga je met behulp van hormonen en chirurgie ook een lichamelijke transformatie, zoals Nikkie, dan verander je van sekse, en ben je dus transseksueel. Net als Nikkie doen de meeste transseksuele personen allebei. Zij werd lichamelijk een vrouw en gedraagt zich vrouwelijk. Taaltechnisch wordt het dan lastig – ben je dan transgenderseksueel? Vandaar misschien dat transseksuele en transgender personen zich vaak gewoon ‘trans’ noemen. Probleem opgelost.

Ook in de medische wereld zijn ‘gender’ en ‘sekse’ door elkaar gaan lopen. Veel vrouwenartsen en verloskundigen spreken nu ook over ‘gender’, terwijl een ongeborene of een zuigeling alleen nog een biologisch geslacht heeft. Sociale conventies spelen in de baarmoeder nog geen rol, voor zover bekend.

Of neem de —> gender reveal party. Aanstaande ouders organiseren een feestje om het geslacht van het verwachte kindje te onthullen, liefst met een geinige ceremonie. Dat heet een gender reveal party. Maar er ís nog geen gender, dus het is een sex reveal party.

Fysiologen waarschuwen tegen de begripsverwarring van sekse en gender. Als een arts het heeft over ‘gendergerelateerde’ ziekteverschijnselen, gaat het dan om complicaties bij een geslachtsverandering, of bijvoorbeeld om stressklachten als gevolg van genderissues? Hou die twee gescheiden, bepleiten zij. Reserveer ‘sekse’ voor nature en ‘gender’ voor nurture. Een verstandig advies, denkt Wakkerlands. Maar darling Nikkie mag natuurlijk zeggen wat ze wil.