Toneelspeler denkt aan de boodschappen van morgen

'Eigenlijk is toneel hetzelfde als poppenkast. Als publiek moet je de neiging krijgen om te roepen: kijk uit, achter je!' Gijs Scholten van Aschat lacht, collega-acteur Jacob Derwig valt hem bij: 'Toneel is het mooist als je in de zaal de kans krijgt mee te denken, mee te hopen, mee...

De beoogde tegenstelling tussen een klassiek acteur als Scholten van Aschat en het jonge talent Derwig kwam afgelopen zaterdag nauwelijks uit de verf. Zelfs over hun beider vertolking van Hamlet bleven ze beleefd. Hoe veelbelovend de opzet ook was van dit Acteerstijlenoverleg, onderdeel van het Theaterfestival. Na het succes vorig jaar, waarin vooral regisseurs aan het woord kwamen, kregen nu de acteurs alle ruimte. Toneelspelers van naam en faam zouden twee aan twee vertellen wat ze eigenlijk op dat toneel staan te doen.

Shireen Strooker en Porgy Franssen, Petra Laseur en Frieda Pittoors, Kitty Courbois en Henk van Ulsen aan tafel met twee piepjonge collega's, dat zou toch wat op moeten leveren? Dat de opbrengst toch schamel bleef, lag vooral aan de twee interviewsters die te weinig concrete vragen stelden. Een acteur praat niet altijd makkelijk over zijn werk. Daartoe moet hij even slinks worden verleid als hij zelf doet met het publiek.

Want dat toneel een 'waarachtige leugen' is, daar was iedereen het over eens. Al bleef men struikelen over vage begrippen als geloofwaardig, eerlijk en zuiver, zonder dat iemand daar een stokje voor stak. En al typeerde een regisseur de acteur als een 'handelsreiziger in emoties', met grote gevoelens bleek geen acteur in de weer op het toneel.

Porgy Franssen bekende zelfs dat hij vaak aan iets anders denkt tijdens de voorstelling. 'Als ik aan de boodschappen van morgen denk, wat ik inderdaad vaak doe, dan weet ik dat niemand dat ziet. Echt, ik vind dat wezenlijk. Hoe groter de afstand tot wat je doet, hoe gezonder. Het andere uiterste is hysterie.' Shireen Strooker vindt toneel het leukst als ze zich mag misdragen.

Franssen hield niet op te herhalen dat hij gewoon doet wat hij moet doen. 'Waar ik naar op zoek ben?', vroeg hij verbaasd, 'Ik ben veel te hard aan het werk op dat toneel om daarmee bezig te zijn.' Ondanks zijn nuchterheid kwam ook hij uit op het geheim, de magie van acteren. 'Wat is dat, dat je koppijn verdwijnt zodra je op het toneel staat? Dat je al spelend in een put springt wat ik als mezelf ben, voor de voorstelling, echt niet durf?'

Veel verder kwam de discussie daarmee niet. Gaandeweg gingen de anekdotes overheersen. Over het ware angstzweet ging het, over het spelen van een pot kokende spaghetti tijdens een auditie, over 'de horizon houden' en over de fameuze akoestiek van de Haagse schouwburg waar je 'maar hardop hoeft te denken om verstaanbaar te zijn'. Over de harde stem van Courbois, 'ik kom uit een groot gezin', over ouder worden en de angst voor de black-out of hoe je als acteur ongelooflijk voor lul kan staan voor vijfhonderd mensen.

Uiteindelijk streeft elke acteur naar dat ene moment waarop alles vanzelf lijkt te gaan, waarop je wordt gespeeld en er tweehonderd man ademloos naar je luisteren. Maar voor het zover is, blijft het zwoegen. Oud of jong, 'als je net van school komt, heb je een ander vuur'.

Met of zonder regisseur. Petra Laseur: 'Soms heeft een regisseur iets in zijn hoofd, maar uiteindelijk ben jij verantwoordelijk voor wat je staat te doen. Aan de andere kant, als je geen goeie regisseur hebt, kun je op het dak gaan zitten. Hij trouwens ook. Liefst wel op een ander dak.'

Meer over