Toneel is een vrijplaats in Soedan

Op het achtste theaterfestival in Khartoem komen Soedanese traditie en actualiteit samen...

Van onze medewerker Michaël Zeeman

De scène is meer dan vertrouwd: die van een sitcom, een kamer met een bankstel in het midden, narigheid aan de wand en links en rechts een deur. Maar de positie waarin wij, de toeschouwers, ons bevinden is hoogst ongebruikelijk: onder de majestueuze sterrenhemel, op krakkemikkige plastic stoeltjes, die over de terrassen van een ommuurd amfitheater zijn opgesteld. Alleen de toneelvloer is overdekt, als een enorme kijkkast aan de einder van ons zichtveld. Welkom in het Nationale Theater van de Soedan, aan de oever van de Nijl, in de door Arabische handelaren en hun waren gekruide stad Omdoerman, juist benoorden Khartoem.

Daar vond de achterliggende tien dagen het jaarlijkse theaterfestival van de Soedan plaats, het achtste in successie. Dat is tegelijkertijd een parade van nieuwe stukken én ensceneringen uit alle windstreken van het land, en een competitie. In die laatste komen alle facetten van de toneelproducties aan bod, van ‘beste stuk’ tot ‘beste acteur of actrice’. Avond aan avond kunnen er, direct na zonsondergang en luttele tijd nadat er onderaan de muur die de zaal omringt even devoot als gymnastisch gebeden is, twee en soms drie stukken bekeken worden.

Wonderlijke kennismaking, met mijnerzijds een respectabele reeks handicaps. Zodra, in die eerste voorstelling, een danig gedecoreerde militair door één van die zijdeuren de scène opstrompelt, breekt het menigvuldige publiek in gejoel uit. De kreten drukken de herkenning uit, zowel van de acteur als van diens personage, en zij dragen de ondertoon van opwinding in zich. Dat komt, zegt iedereen die ernaar gevraagd wordt, doordat de toneelvloer de vrijplaats is: daar wordt verwoord waar men in het dagelijks leven in dit door burgeroorlogen verscheurde land niet over spreekt. Zo’n oude militaire brekebeen, dat wordt lachen: in het dagelijks leven in de Soedan spelen militairen een meer dan aanzienlijke rol. Daar dulden zij tegenspraak noch spot, eenmaal in het theater kunnen zij in al hun potsierlijkheid te kijk worden gesteld.

Hier gaat het om de botsing tussen de militair en zijn aanstaande schoonzoon, een slungel in een spijkerbroek. Traditie en modernisering gaan nagenoeg met elkaar op de vuist wanneer blijkt dat de generaal verwachtingen koestert die de jongeman bespottelijk vindt – en omgekeerd. De theatrale sitcom is een spiegel voor de belevenissen van het publiek, voor de spanning tussen opvattingen die uit de complexe tribale en islamitische cultuur van de Soedan aan de ene kant, en de machtige stoomwals van de globalisering aan de andere, optreden. De generaal verlangt naar een graf aan de oever van de Nijl, maar de schoonzoon weet dat juist daar het internationale durfkapitaal staaltjes bravoure-architectuur wil planten. Daar gaan die mannen niet uitkomen en hun meningsverschil wordt geleidelijk aan tragisch.

Dat format keert herhaaldelijk terug. Zoals de toeschouwers hun acteurs, regisseurs en toneelschrijvers in het theater van de televisie herkennen, zo loopt ook de verschijningsvorm van de een over in die van de andere. In één voorstelling wordt een demonstratie voor een gefingeerd koninklijk paleis, compleet met arrestatie van de voornaamste oproerkraaier en symbolische marteling in een kerker, gepresenteerd als een nieuwsreportage. Protest, arrestatie en ontknoping, zij worden ononderbroken begeleid door een verslaggever met een microfoon in de hand, opgewonden reagerend op de gebeurtenissen. Het schouwspel vermenigvuldigt zich en is tegelijkertijd een verslag van het protest tegen de regering als een commentaar op de wijze waarop de staatsmedia dat doorgeven.

Het interessantst zijn de voorstellingen waarin geput wordt uit de Soedanese traditie. Die kan gevonden worden in de dans: drie tanige hardlopers in een rijglijfje dat eruit ziet als een ribbenkast demonstreren de hybride van traditionele tribale dans en een moderne choreografie, van Stephen Ochalla. Maar ook in de klassieke toneelliteratuur: er was een voorstelling die de tragische lotgevallen van Antigone naar de Soedan had verplaatst, wat aan Antigone’s obsessies een frisse dimensie verleende.

In De dief heeft het huis tweemaal gestolen draait het ogenschijnlijk om een liefdesverhaal. Maar cruciaal is de aanwezigheid van een tafel op het achtertoneel, waaraan karikaturale figuren, ieder voor zich oud en tamelijk zonderling, de handeling gadeslaan en kennelijk sturen. Alle figuren zijn typetjes, als in een marionettenvoorstelling. Het gaat erom dat de geschiedenis samenkomt in de ogenschijnlijk vrije vrijage van het liefdespaar: de ouden en de voorvaderen zijn ook in het heden present.

Daar manifesteerde ‘Afrika’ zich nadrukkelijk in het theatrale idioom. Het stuk, opgeluisterd met sterk gestileerde kostuums, bewegingen en muziek, werd buiten het theater gepresenteerd. De regisseur, Nourredine Mohammed Abdoerahman, is een charismatische figuur die zijn voorstellingen zelf schrijft en zo dicht mogelijk bij zijn publiek gespeeld wenst te zien.

Twee voorstellingen hadden de burgeroorlog in Darfoer tot thema. Eén daarvan, De mensen van de grot, werd ten slotte door een internationale jury als beste verkozen. Daarin ontwaakt een groep mannen na een doodsslaap van 312 jaar en begeven die mannen zich bedremmeld om beurten naar buiten om kennis te maken met de moderne wereld. Zij keren terug met hedendaagse apparaten en de nieuwsberichten van ellende en geweld. Hun inzet is de vraag of zij het moderne leven in de Soedan onder ogen durven zien, om de stilering van hun vrees en hun nieuwsgierigheid beide.

Het Soedanese theater speelt een wezenlijke rol in de wijze waarop de samenleving haar eigen vragen onder ogen ziet en trauma’s tracht te verwerken. Dat kan alleen maar met middelen die subiet herkend worden. De voor het festival geselecteerde voorstellingen waren afkomstig uit het gehele land. Daar worden zij gemaakt in lokale gemeenschappen, veelal met amateurspelers.

Meer over