BOEKRECENSIEJaag je ploeg over de botten van de doden

Tokarczuks tijdloze lofzang op de natuur is precies op het goede moment vertaald ★★★★☆

Nobelprijswinnaar Olga Tokarczuk schreef een tijdloze lofzang op de natuur en haar complexiteit, die nu is vertaald – precies op het goede moment.  

Beeld Tzenko

Hoog in de bergen staat een handvol huizen, ver weg van de rest van de wereld. Op deze plek, omgeven door wildernis, vinden we Polen in het klein. De invloed van de katholieke kerk, demonstraties voor vrouwenrechten en dierenactivisten bijgenaamd ‘antichristelijke ecoterroristen’ – het komt allemaal samen in een gehucht waar de fluitende wind ervoor zorgt dat het nooit stil is. 

Janina Duszejko is een van de drie permanente dorpsbewoners, en de hoofdpersoon in de roman Jaag je ploeg over de botten van de doden van Olga Tokarczuk. Janina is lerares Engels en voormalig bruggenbouwer in het bergachtige Pools-Tsjechische grensgebied, waar de provider continu verspringt en waar afwisselend de Poolse of Tsjechische ambulancedienst opneemt. De vrouw woont boven aan het dorp in een klein huis, verzorgt tijdens de ijzige winters de buitenhuizen van stedelingen, vertaalt William Blakes gedichten en vindt houvast in het observeren van de planeten. Haar omgeving pint zij vast met zelfverzonnen namen. Zo zijn er de buren Eunjer en Grootvoet, de kwaadaardige Buikman en Commandant. Ook Gebeurtenissen, Duisternis, Dieren, Woede en Nacht krijgen een hoofdletter, waardoor de elementen van de natuur samen een gelijkwaardig geheel vormen met één allesbepalende hoofdrolspeler: de mens.

Dicht op de personages

Weinigen kunnen een personage zo trefzeker neerzetten als de Poolse Olga Tokarczuk (1962), die in 2019 de Nobelprijs voor Literatuur won. Alleen al zulke portretten, die soms maar enkele regels beslaan, zijn een reden om De rustelozen (2007) te lezen. In dat boek, bekroond met de Man Booker International Prize, zit de auteur telkens op een paar stoelen van haar romanfiguren, kijkend en schrijvend op postzegels en papiersnippers. ‘Op den duur wordt de tijd mijn bondgenoot, zoals bij elke vrouw: ik ben onzichtbaar, transparant geworden’, zegt een van de personages. Als een schaduw beweegt Tokarczuk zich naast hen voort. In de opvolger, het nu vertaalde Jaag je ploeg over de botten van de doden (2009), laat ze Janina Duszejko hetzelfde doen. 

Het verhaal begint met de dood van buurman Grootvoet. Als meer leden van de lokale jachtvereniging dood worden gevonden, mengt Janina zich in het onderzoek. Uit alle macht probeert ze de politie te overtuigen van haar kijk op de zaak. Tevergeefs: ze zou oud, gek en irrelevant zijn. In deze ‘feministische ecothriller’ sleurt Janina je met veel bravoure mee door de seizoenen in het desolate Poolse landschap (waarvan regisseur Agnieszka Holland dankbaar gebruikmaakte in de boekverfilming Spoor uit 2017). Zij onderbouwt haar theorieën met astrologie, wat af en toe gekunsteld aandoet. Ook de jagende vijanden balanceren op het randje van de karikatuur. Ruimte voor gedeeld verdriet is er niet in het dorp: het maakt Janina’s queeste extra hard nodig.

Tokarczuk opent de deur naar een wereld waar ze zelf middenin lijkt te staan, ook als het boek begint in 1752 (De Jacobsboeken) of twee wereldoorlogen beslaat (Oer en andere tijden). Haar handen slaan de archiefpagina’s om en haar fantasie zet het verhaal voort. Er volgen steeds nieuwe vertakkingen, originele gedachten, om telkens uit te komen op de vraag: wat betekent het om mens te zijn? 

Nieuw perspectief

En dat voor iemand die tot 1995 klinisch psycholoog was. Na jaren van intensief werken voelde Tokarczuk zich opgebrand. Op haar 35ste, met een jong kind en enkele boektitels op haar naam, gaf ze de zekerheid op. Uitvogelen hoe een mens in elkaar steekt doet ze nog steeds, alleen nu ‘zonder de belofte iemand beter te maken’. Geen genezingen, wel pogingen tot. Telkens biedt Tokarczuk de lezer een nieuw perspectief. In dit boek is dat het onderscheid tussen mens en dier, waarom de ene dood moord is en de andere straffeloos blijft, in De rustelozen was dat het ‘panoramische kijken’ waardoor we geen concrete voorwerpen zien, maar relaties en een netwerk van reflecties. De auteur legt de verbanden en verleidt de lezer hetzelfde te doen.

Tokarczuk vergeleek schrijven eens met bloed doneren: het lichaam went eraan wanneer je het vaker doet. Overal verzamelt ze haar informatie. ‘Het gebeurt in vele dimensies en het gebeurt altijd, dus ik ben nooit op vakantie.’ Dat doet denken aan Janina’s astrologische werk, wanneer ze vertelt dat we onze ogen en oren moeten openhouden en de feiten met elkaar in verband brengen. Alles, ‘zelfs het allerkleinste onderdeel van de wereld’, doet mee, ‘in een gecompliceerde Kosmos van verbanden, die met het gewone verstand moeilijk is te doorgronden. Zo werkt het. Als een Japanse auto.’

Jaag je ploeg over de botten van de doden is een tijdloze lofzang op de natuur en haar complexiteit. Met deze Nederlandse vertaling komt Janina Duszejko als onze mentale medicijnvrouw precies op het goede moment.

Olga Tokarczuk: Jaag je ploeg over de botten van de doden. Uit het Pools vertaald door Charlotte Pothuizen en Dirk ZijlstraDe Geus; 293 pagina’s; € 22,50.

De Volkskrant Boeken

Mooie romans, spannende non-fictie, interviews en pittige recensies: alles over de wereld van de letteren

Meer over