interviewludwig bindervoet en phi nguyen

‘Toen moest ik mensen gaan uitnodigen expliciet vanwege hun afkomst, leeftijd, gender en kleur’

Performancecollectief Urland besloot voor hun opvoering van het Middelnederlandse Elckerlijc acteurs te vragen die niet wit, man en hetero waren zoals zij.

Herien Wensink
 Phi Nguyen en Ludwig Bindervoet. Beeld Ines Vansteenkiste-Muylle
Phi Nguyen en Ludwig Bindervoet.Beeld Ines Vansteenkiste-Muylle

Het was waarschijnlijk een moetje, op de boekenlijst van de middelbare school: Den Spyeghel der Salicheyt van Elckerlijc (ca. 1500) De Middelnederlandse zinnen klonken even vreemd als in de verte ook vertrouwd. ‘Och Doot, sidi mi soe bi / Als icker alder minst op moede?’* En het was een opluchting ze daarna snel weer te vergeten.

Maar dat is dus eigenlijk jammer, vindt performancecollectief Urland. Want de Elckerlijc is zo’n beetje de beroemdste Nederlandse oertekst, en was bovendien een belangrijk exportproduct: de Britse Everyman en, later, Hugo von Hofmannsthals Jedermann (1911) danken hun bestaan aan dit Nederlandse voorbeeld.

Deze middeleeuwse ‘moraliteit’ over hoe de mens dient te leven, en vooral sterven, heeft bovendien een universele pretentie, omdat het over iedereen gaat: ‘elckerlijc’ betekent iedereen. De moraal van het verhaal is: iedereen sterft en moet verantwoording afleggen aan God. Dus je kunt maar beter goed leven (of tijdig boete doen). Nu is Urland toevallig dol op oerteksten met universele aspiraties, daarom reïncarneerde de groep eerder al klassieke Griekse tragedies en liet zich voor Ur inspireren door het Gilgamesj-epos. Urland-kernlid Ludwig Bindervoet: ‘We proberen altijd bronnen te vinden die verbinden, die een universele waarheid meedragen, omdat toneel daar bij uitstek de plek voor is.’

De Elckerlijc stond logischerwijs dus al lang op hun lijstje. Toen gooide het identiteitsdebat roet in het eten. ‘Het gaat nu juist vaak expliciet over de verschillen tussen mensen. Zijn er nog verhalen te vertellen die voor iedereen gelden? Bestaat er überhaupt wel zoiets als ‘universele kunst?’ Zo kun je je afvragen of Madame Bovary wel zo aansprekend is voor een jonge vrouw uit Togo anno nu, bijvoorbeeld. En ja, tof dat Tolstoj ook in Afrika wordt gelezen, maar is dat niet eerder eurocentrisme en neokolonialisme dan universalisme?

Elckerlijc van theatercollectief Urland. Beeld Bart Grietens
Elckerlijc van theatercollectief Urland.Beeld Bart Grietens

Bindervoet: ‘Wij twijfelden vooral ook of wij als makers een verhaal konden brengen over ‘iedereen’, terwijl we zelf zo’n eenvormig clubje zijn.’ In het persbericht omschrijft Urland zichzelf grappend als ‘het homogeenste theatercollectief van Nederland’, bestaande uit vier witte, hoogopgeleide, heteroseksuele cisgender mannen.

Nu mengt gastacteur Phi Nguyen zich geestdriftig in het gesprek: ‘Rot op, jij bent toch helemaal geen ‘witte man’.’

Bindervoet grijnst. Ze hebben er in elk geval met zijn vieren – naast Bindervoet nog Thomas Dudkiewicz, Marijn Alexander de Jong en Jimi Zoet, driftig over gediscussieerd. Waarom voelt het prima om op toneel een Brabants accent na te doen, maar Surinaams niet? Ze zouden als acteurs toch alles moeten kunnen spelen? Bindervoet: ‘De meningen liepen onderling uiteen. Zo zijn Marijn en Jimi iets strenger in de leer, terwijl ik toch hoop dat toneel een vrijplaats is waar je alles kunt zeggen.’ Hoe dan ook: met z’n vieren kwamen ze er niet uit.

Bindervoet, die hun nieuwe voorstelling regisseert, besloot hun zelftwijfel en ongemak op toneel op scherp te zetten door gastacteurs uit te nodigen die hun homogene kwartet op zo veel mogelijk manieren aanvullen. Hij noemt dit schertsend ‘een zo tokenistisch mogelijk palet’ (naar het begrip tokenisme, dat verwijst naar een oppervlakkig en opportunistisch diversiteitsbeleid). ‘Om met en via hen tot een kritisch zelfportret te kunnen komen: wat staan wij hier eigenlijk te doen? Kunnen we dat nog rechtvaardigen in deze tijd?’

Toen kwam het ècht ongemakkelijke deel. ‘Want toen moest ik mensen gaan bellen en ze uitnodigen, expliciet vanwege hun afkomst, leeftijd, gender en kleur.’ Dus nu staan straks naast die paar witte jongens op toneel een actrice van kleur (Valerie Jane), een oudere witte Rotterdammer (Paul van Soest), een 11-jarig meisje (Rikki Besse), een transgender klein persoon (Elyne Notebaert) en de Vietnamees-Nederlandse Nguyen. Bindervoet: ‘Niet-ikken, noemen wij ze.’

En hij wil wel nog even benadrukken dat dit allemaal interessante acteurs zijn, met wie hij hoe dan ook een keer zou willen werken.

Phi Nguyen lacht. ‘Wij wilden al langer samen iets maken, en jij bleef maar zeggen: sorry dat ik je nu vraag om oppervlakkige redenen.’

Bindervoet: ‘Ik baalde daarvan.’

Nguyen: ‘Ik vond dat helemaal niet erg. Ik ben daar veel simpeler in. Het is nu eenmaal zo dat je bij toneelspelen uiterlijk ook iets communiceert.’

Bindervoet: ‘Ik had al wel besloten dat dit expliciete, smalle identiteitsdenken alléén zou meewegen in het castingproces. Dat was genant, maar nu gaan we met elkaar gewoon de Elckerlijc spelen.’

Nguyen: ‘In de voorstelling speelt onze ‘identiteit’, wat die ook mag zijn, verder ook helemaal geen rol. Ik speel geen Aziaat, nee, ik ben God, en de ‘Vijf Sinnen’ (de vijf zintuigen). Maar onze verschillende verhalen, ervaringen, voorkeuren, speelstijl, inspiratiebronnen en associaties verrijken wel het palet.’

Zo liet Nguyen zich voor zijn spel onder meer inspireren door de films van de Japanse filmregisseur Akira Kurosawa en Mongoolse keelzangers, ziet Besse er op toneel uit als een kleine Greta Thunberg en kan Jane voor de vertolking van een Gregoriaans lied putten uit haar musicalachtergrond: ze speelde eerder in The Lion King en The Color Purple. Zo nu en dan pakt Paul van Soest zijn mondharmonica erbij.

Bindervoet: ‘Dat zijn allemaal dingen die wij met zijn vieren nooit hadden bedacht.’

Elckerlijc van theatercollectief Urland. Beeld Bart Grietens
Elckerlijc van theatercollectief Urland.Beeld Bart Grietens

God, de Vijf Sinnen, De Duecht, Neve en Maghe: waar ging die Elckerlijc in hemelsnaam ook weer over? In het kort: God is boos omdat de mensen zondig leven. (Bindervoet: ‘Bij ons is God héél teleurgesteld.’). Hij roept de Dood bij zich, die een opdracht krijgt: Elckerlijc moet sterven. Eerst probeert die zich daar nog onderuit te sjoemelen, maar dan moet hij toch echt vertrekken op zijn laatste reis. Hij vraagt Gheselscap, Maghe, Neve (vrienden en familie) en Tgoet (Bezit) mee, die allemaal op weg naar het einde afhaken. Elckerlijc zou graag zien dat De Duecht (de deugd, deugdzaamheid) meegaat, maar die is te zwak. Pas als hij via Kenisse bij Biechte belandt en boete doet (hij kastijdt zichzelf met een zweepje), herstelt Duecht en kan hem begeleiden. Onderweg ontmoetten ze nog Scoenheit, Vroescap (Wijsheid), Cracht en Vijf Sinnen. Maar elk van hen verlaat hem uiteindelijk, alleen de deugd vergezelt hem in de dood. Zo kan hij gelouterd voor God verschijnen.

Bijzonder aan deze productie van Urland is dat de acteurs de tekst, ooit geschreven als toneelstuk, volledig in het middeleeuws Nederlands spelen. Dat klinkt dus zo, in dit citaat van De Deugd: ‘Ick ligghe hier al verdwenen/ te bedde, vercrepelt ende al ontset./ Ick en kan geroeren niet een let./ So hebdi mi ghevoecht mit uwen misdaden.’ (Vrij vertaald door Bindervoet: ‘Ik lig hier vernietigd, kreupel en ontdaan in bed. Ik kan me niet meer verroeren. Dit heb jij mij aangedaan met je misdaden.’)

De vier makers van Urland hebben wel hedendaagse bewerkingen bestudeerd, waaronder die van Ludwigs vader, de dichter en vertaler Erik Bindervoet, uit 2010. In lockdowntijd hebben Zoet en De Jong die tekst bij wijze van vooronderzoek al rappend op stuwende, stuiterende beats gezet (Urland doet de Iedereen, terug te zien op YouTube).

Bindervoet: ‘Tof aan die tekst vind ik dat Erik God bijvoorbeeld heeft vervangen door Moeder Natuur. Maar in andere opzichten was hij een tikje gedateerd. Mijn vader gaat er bijvoorbeeld volledig van uit dat Elckerlijc een man is, maar dat vind ik niet zo vanzelfsprekend. Dat is maar de halve Elckerlijc.’

Dus kozen ze uiteindelijk toch voor het origineel, en dus het Middelnederlands. Zonder boventiteling.

 Phi Nguyen en Ludwig Bindervoet. Beeld Ines Vansteenkiste-Muylle
Phi Nguyen en Ludwig Bindervoet.Beeld Ines Vansteenkiste-Muylle

Nguyen: ‘Het is een heel wonderlijke taal, de basis van de taal die wij spreken: je hoort er Nederlands, in, maar ook Frans, Engels en Duits.’

Bindervoet: ‘Heel universeel eigenlijk. In die zin is het haast ook een taal van de toekomst. Een soort Esperanto, een verbindende, gezamenlijke taal die landsgrenzen, nationaliteiten en culturen overstijgt.’

Inhoudelijk heeft Bindervoet als regisseur wel een paar accentwijzigingen doorgevoerd. ‘Het origineel heeft natuurlijk een wel heel christelijke moraal. Ik wilde niet eindigen met zoiets als: als de witte man maar boete doet, dan komt het uiteindelijk allemaal goed. Bij ons is zijn loutering meer ambigu.’

Tegelijk moeten we ook weer niet denken dat hier aan het slot de witte man ten grave wordt gedragen.

Nguyen: ‘De spreekwoordelijke ‘witte man’ bestaat helemaal niet. Waar we het over hebben zijn machtsverhoudingen; wat is het dominante perspectief?’

Bindervoet: ‘Voor mij gaat er straks symbolisch dus wel een dominant idee de put in. De vanzelfsprekendheid waarmee ‘wij’ overal machtsposities bekleden, het feit dat wij toch vaak nog de norm zijn.’

De voorstelling moet wat hem betreft een stip zijn aan de horizon. Ja, het identiteitsdebat is belangrijk en nodig, maar soms ook beperkend. Daarom wil Urland ook kijken naar: hoe gaan we met elkaar verder? Wat nu?

Bindervoet: ‘Ik hoop dat we toe bewegen naar een fase waarin iedereen alles kan spelen. Ik zou willen dat toneel voor iedereen die vrijplaats wordt die het voor mij altijd was.’

* ‘Och Dood, ben je al zo nabij? / Maar ik was echt niet op mijn hoede.’ (vertaling Willem Wilmink)

Elckerlijc door Urland. Première 13/11, op tournee door Nederland en België t/m 22/1.

Citaten uit de Elckerlijc, vertaald en toegelicht door Ludwig Bindervoet:

‘Allendich, arm katijf, o wach!

Nu en weet ick mijns selfs ghenen raet

van rekennighe te doen: mijn pampier

Es so verwerret ende so beslet,

ic en sier gheen mouwen toe geset.’

Vrij vertaald: ‘Ellende! arme ik, wee mij, ik weet me geen raad, hoe moet ik verantwoording afleggen? Mijn ‘dossier’ is zo verwaarloosd en bevuild, ik zie niet hoe ik hier nog iets moois van kan maken.’

*

‘Ay, Elckerlijc, wat dede ik ye gheboren?

Ick sie mijn leven al verloren,

Nu ic doen moet dese langhe vaert,

Daer ic so qualic teghen ben bewaert.

Ic en hebbe noyt goed bedreven…’

Vrij vertaald: ‘O, iedereen, waarom ben ik ooit geboren? Mijn leven is verloren, nu ik weet dat ik deze reis moet ondernemen, waar ik zo slecht op ben voorbereid. Ik heb nooit het goede gedaan.’

Bindervoet: ‘Elckerlijc is hier voor het eerst eerlijk: ik heb niet goed geleefd. Eerst was hij zich niet van zijn fouten bewust, en nu gaan langzaam zijn ogen open. In onze versie gaat dat ook over de ‘witte man’ en zijn blinde vlekken en privileges. Het besef, het bewustzijn daarover daalt langzaam in. Niet voor niets neemt Kennis halverwege de voorstelling een belangrijke rol in.’

De film Elckerlyc van Jos Stelling

In 1975 gaf regisseur Jos Stelling, die eerder ook Mariken van Nieumeghen succesvol had verfilmd, een geheel eigen draai aan de Elckerlijc. Zijn Elckerlyc (George Bruens) is een doodgewone, scrupuleuze levensgenieter. Als hij verliefd wordt op een meisje dat vervolgens wordt vermoord, drijft dit hem tot waanzin, waarop hij zich wreekt op alles en iedereen: moordend, rovend en verkrachtend. Uiteindelijk geeft hij een schilder de opdracht God als een monster af te schilderen, en komt daarop ongelukkig aan zijn einde. Anders dan de originele Elckerlijc komt hij in de hel terecht.

Meer over