Tobben met de ruis van alledaags leven

De toekenning van de Nobelprijs voor Literatuur aan Harold Pinter kwam als een verrassing. Maar de kwaliteit van zijn oeuvre is onomstreden....

Hein Janssen

‘Meneer Pinter, u bent een van de belangrijkste toneelschrijvers ter wereld, maar...’

Voordat de interviewer van het BBC-programma Face to Face zijn vraag kon afmaken, werd hij door Harold Pinter in de rede gevallen: ‘Hoe bedoelt u, een van de?’

Het is al weer een tijdje geleden dat dit gesprek plaats had, maar Harold Pinter (1930) zal de eerste zijn die de toekenning van de Nobelprijs voor de Literatuur als volkomen terecht zal onderstrepen.

Terwijl kenners een niet-Europese dichter verwachtten, is het een oer-Britse toneelschrijver geworden. Na de bekroning van de Italiaan Dario Fo in 1997, wordt in relatief korte tijd opnieuw een schrijver van dramateksten met de belangrijkste literaire prijs ter wereld bekroond.

‘Harold Pinter, die in zijn toneelstukken de afgrond onder het alledaagse gezwets blootlegt en de gesloten deur waarachter onderdrukking heerst, loswrikt.’ Dat is de enige zin waarmee het Nobelprijscomité donderdag de toekenning motiveerde. Omstreden zal deze toekenning niet echt zijn, want de woorden van het comité kloppen tot de laatste letter. Hooguit wordt het wellicht gezien als een veilig compromis, uitgebroed in de boezem van een ruziënde jury. En in Groot-Brittannië zullen er zeker botsende meningen zijn over de politieke en maatschappelijke standpunten die de schrijver Pinter in het openbare debat geregeld inneemt.

De kwaliteit van Pinters toneelwerk staat niettemin onomstotelijk vast. Hij is de aartsvader van het naoorlogse moderne toneel en introduceerde daarin een nieuwe vorm van absurdisme. Hij debuteerde in 1957 met The Room. In zijn grote stukken daarna als The Birthday Party (Het Verjaardagsfeest, 1958), The Caretaker (De Huisbewaarder, 1960) en The Homecoming (De Thuiskomst, 1965) schetst hij een dreigende wereld in een uiterlijk zeer realistische setting.

Zijn vroege toneelstukken worden vaak bevolkt door mensen uit de arbeidersklasse die zich met veel omhaal van woorden uit de ellende proberen te werken. Later kroop Pinter meer en meer in de richting van de kunstminnende upperclass en werd het getob met de alledaagse werkelijkheid in steeds kalere taal verwoord. Betrayel (Bedrog) en Ashes to Ashes over wederzijds huwelijksbedrog behoren tot zijn beste werk. Het heeft misschien ook te maken met Pinters eigen levensloop. Geboren in een eenvoudig arbeidersgezin trouwde hij in 1980 uiteindelijk (en voor de tweede keer) met Lady Antonia Fraser, waardoor hij van de wereld van de pinten bier in die van de zilveren theelepeltjes belandde.

De personages van Pinter praten in een taal die zich juist loszingt van het alledaagse gebabbel en gekabbel, maar die in dat alledaagse toch wanhopig verstrikt raken. Het maakt ze tot intens eenzame mensen, die zich verschansen op de vluchtheuvels van gezin of relatie. En daarvan vervolgens weer een puinhoop maken.

Is een toneeltekst ook een literaire tekst? Die discussie zal – voor zo lang het duurt – ook wel weer oplaaien, nu Pinter de Nobelprijs krijgt. Voor Gerard Reve was dat destijds geen vraag: hij wilde maar al te graag Pinter vertalen omdat hij in hem een groot literair schrijver zag.

Het lezen van een toneelstuk van Pinter is dan ook een groot genoegen: de dialogen zijn geschreven op het scherp van de snede, en als een muziekstuk gestructureerd – muziek over de ruis van het dagelijks leven. Pinterese language is de Engelse term daarvoor.

Pauze. Stilte. Dat zijn begrippen die veelvuldig in zijn teksten voorkomen en die voor verschillende manieren van woordloze expressie staan. Het is aan de acteur daaraan gestalte te geven en van de uiterst bedachtzame papieren Pintertaal een levende taal te maken, zoals dat in het theater hoort.

Pinters stukken staan wereldwijd steevast op het repertoire. En in de perioden dat zijn werk in eigen land even niet zo populair was, veroorzaakte hij zelf veel publiciteit door felle politieke standpunten in te nemen. Zo nam hij het op voor de onderdrukte Koerden en schreef met zijn korte stuk Bergtaal een pamflet voor het behoud van een eigen taal. Pinter schreef ook verscheidene filmscenario’s, zoals voor de verfilming van Prousts A la recherche du temps perdu en The French Lieutenant’s Woman.

Van meet af aan is het toneelwerk van Pinter in Nederland veelvuldig opgevoerd. Van de gloriejaren van Toneelgroep Centrum in de jaren zestig tot Toneelgroep Amsterdam in de jaren negentig. Vorig seizoen speelde Toneelgroep Amsterdam nog Bedrog en het Nationale Toneel Niemandsland.

Die laatste voorstelling behoort tot de hoogtepunten in 45 jaar Pinter-spelen in Nederland. De acteurs Lou Landré en Carol Linssen maakten met woorden kamermuziek. Dat was Pinter op zijn best: duister, onheilspellend, vragen oproepend en grote gevoelens verbergend.

Een paar jaar geleden luidde ineens de alarmbel: Harold Pinter (vier dagen geleden 75 jaar geworden) leed aan kanker. Maar de ziekte is vooralsnog overwonnen en de schrijver zelf inmiddels een groot winnaar. Om met de interviewer van Face to Face te spreken: Meneer Pinter, u bent een van de grootste toneelschrijvers ter wereld.

Meer over