Tjielp, tjielp, tjielp, etcetera

De van geboorte Valkenburgse popzanger Tom America vatte in zijn jongelingsjaren een liefde op voor het werk van Jan Hanlo....

Hoe kan een muzikant beter een hommage brengen dan door gedichten van zijn held te zingen? Aldus geschiedde: tjielp tjielp heet het resultaat. Op de cd wordt America bijgestaan door onder anderen Vincent van Warmerdam (gitaar), Hein Offermans (contrabas), Henny Vrienten (fado- bas) en Rococo. Dat is zijn cavia. Op de track Jossie piept Rococo enkele seconden nerveus in de microfoon. Het zal de eerste take van zijn leven zijn geweest.

Om meteen maar met de voorgevoelens voor de draad te komen: het gevaar voor gekneuter, de precieze schoonheidsdichter Hanlo onwaardig, was niet denkbeeldig. Het deuntje De Mus, waarin America tekstvast twintig keer 'tjielp' plaatst, ontkomt er dan ook niet aan. Een paar weken geleden hoorde ik America dit lied in het radio-programma Spijkers met koppen uitvoeren. Presentator Jack Spijkerman gilde het uit, toen hij begreep dat deze tjielpen in 1949 door een heus dichter waren voorgeschreven. America hield zich kranig, maar moet zich in de rol van halve zool niet geheel op zijn gemak hebben gevoeld.

Voor het laatste woord uit het gedicht had Spijkerman geen geduld. De thuisluisteraar, die op de cd tal van kleine effecten en geluidjes kan registreren, wordt echter niet teleurgesteld: 'Etcetera' komt luid en duidelijk over. Zo zal Hanlo het gewild hebben. De dichter neemt afscheid, maar de mus tjielpt verder, bedoelde hij met dat slotwoord. Het tekent de consciëntieuze America dat hij er aandacht aan schenkt.

Je zou Vogels verwachten ('Laten hier hun klanken dwalen/ Tureluren dromend samen') of Vers ('Op mijn gitaar kan ik zacht een snaar aanslaan'), maar die heeft America niet opgenomen. Misschien omdat ze voor de hand liggen. 't Is waar, dat de keuze voor zeventien andere verzen eens te meer toont, hoe muzikaal die Hanlo altijd was, wiens Verzamelde Gedichten (Van Oorschot) 120 in niets verouderde bladzijden beslaan.

America zingzegt de meeste nummers met een bedeesd stemmetje en zuidelijk accent. Eerst komt de tekst, daar onder en achter ruiselt wat muziek. Hanlo wordt niet verklankt, maar omklankt. Zo blijft hij overeind, en is het karakter van het eerbetoon evident. Van een vergrijp is geen sprake.

In 's Morgens komen vogelgeluidjes langs, wellicht die van de grote lijster die Hanlo graag wilde benaderen, toen hij op zekere vroege ochtend de St. Louis Blues floot. De Ontboezeming in het Antwerps, door gast Ed Kooyman uitgesproken, is ook zonder vertolking al pure muziek: k Zieng oe gere Guske en ge meuget wete, oemda ge zoe veul trekt oep n mus en oep n mieëw . Maar zo als hier kan het ook. Tweemaal staat America zijn medewerkers toe, na het zingzeggen van de tekst met z'n allen even iets te doen wat op een compositie lijkt. De elektrische gitaar in Zo meen ik dat ook jij bent, en het vrolijke samenspel in Programma redden de nummers van een te serviel Poëzie Hardop-gehalte.

Bij alle waardering voor zoveel zorgzaamheid om een schrijver met een jammerlijk klein publiek, moet er ook een punt van kritiek uit. Hanlo kon dagen lopen tobben over de plaatsing van een komma of spatie, zoals Ed Schilders in het begeleidende tekstboekje opmerkt. Hoe America het waagt, in het nummer over de lijster en de blues 'Mocht mijn fluiten gelijken op de zang' te verhaspelen in 'Mocht mijn fluiten lijken op de zang', is me ook na herhaaldelijk luisteren een raadsel.

Op ge- na, is Hanlo niet te kort gedaan. Eerlijk is eerlijk: de liefhebber krijgt er hier en daar zelfs iets bij.

Arjan Peters

Tjielp tjielp: Tom America zingt Jan Hanlo. Dureco/ Zaika CD 62912.

Meer over