Thuiskomst van Etruskisch kannetje

Expositie in Rome toont ommekeer in omgang met illegaal opgegraven en verhandelde kunstschatten...

Van onze medewerker Michaël Zeeman en Michaël Zeeman

Het is onvermijdelijk besmet te raken met een zeker triomfalisme op de tentoonstelling Nostoi: Capolavori ritrovati die vlak voor de kerst werd geopend in het Palazzo del Quirinale in Rome, de officiële zetel van Italië’s president.

Want die tentoonstelling demonstreert een reeks overwinningen van het Italiaanse Ministerie van Cultuur en een mogelijke ommekeer in de internationale omgang met illegaal opgegraven archeologische vondsten en wederrechtelijk verhandelde kunsthistorische artefacten. Dat de Italianen juist op die plek tonen wat zij met hun geduldige maar straffe beleid hebben bewerkstelligd, onderstreept hun trots en tevredenheid.

De bijschriften naast de 69 getoonde objecten doen de rest: ‘Voorheen in het J. Paul Getty Museum in Malibu’ staat er in bijna veertig gevallen bij. ‘Voorheen in het Metropolitan Museum of Art in New York’ of ‘voorheen in het Museum of Fine Arts in Boston’ in de overige dertig. Eén kunstwerk, een ivoren masker uit de eerste eeuw voor onze jaartelling, komt van een Londense kunsthandelaar en werd al eerder in beslag genomen.

Nostoi, heet de tentoonstelling, wat Grieks is voor ‘thuiskomst’ (meervoud) – en de ondertitel Capolavori ritrivati suggereert zoetsappig dat de voorname werken eenvoudigweg zoek waren en nu teruggevonden zijn. Dat daar een juridische en diplomatieke strijd aan vooraf ging, is kennelijk een verhaal dat in de huidige voorname ambiance niet past. Tijdens de formele opening presenteerde de Italiaanse Minister van Cultuur, Francesco Rutelli, de expositie als ‘een kerstcadeau aan het Italiaanse volk’.

Een zwaar bevochten kerstcadeau is dat wel, een ‘mijlpaal in de complexe internationale discussie over cultureel erfgoed’, schrijft de directeur van het in de achterliggende affaire meest geplaagde museum, Michael Brand van het Getty Museum, in een introductie-brief voor de tentoonstelling. Het was de conservator oude kunst van zijn museum, Marion True, die enkele jaren geleden tegen de lamp liep omdat zij via de gerenommeerde Frans-Zwitserse handelaar in oude kunst, Robert Hecht, voorwerpen voor het museum had aangekocht waarvan zij volgens de Italianen had kunnen weten dat die illegaal waren opgegraven en het land uitgesmokkeld. Tegen zowel True als Hecht lopen in Rome processen.

Zo ver hebben het Metropolitan Museum in New York en het Museum of Fine Arts in Boston het niet laten komen. Zij hebben de Romeinse en Griekse objecten uit Zuid-Italië, waarvan de herkomst volgens de Italiaanse overheid in het criminele circuit van de illegale kunsthandel lag, zelf op voorhand teruggegeven en kregen daar als beloning van de Italianen enkele vorstelijke bruiklenen voor terug.

De huidige tentoonstelling laat zien hoe hard de klap vooral voor het J. Paul Getty Museum moet zijn aangekomen. De vazen, kruiken en schalen die dat museum heeft moeten teruggeven zijn stuk voor stuk van topkwaliteit. De meeste ervan zijn afkomstig uit het gebied van de Griekse kolonisatie in Zuid-Italië, ‘Magna Grecia’. Het beroemdste stuk, de ‘Euphronios krater’ – een rijk versierd vat waarin water en wijn werden vermengd – komt pas medio januari vanuit New York terug naar Rome. Maar ook de huidige collectie, die vooral bestaat uit aardewerk met rode figuren, is imposant. Hoogtepunten zijn een ‘askos’ in de vorm van een figuur die half sirene is, half duif, een wettekst uit het Siciliaanse Selinunte op een strip lood, een Etruskisch kannetje in de vorm van een eend en enkele vazen met een masker in reliëf erop.

De Italianen hebben de afgelopen vijf jaar een politiek gevolgd van morele overreding en juridische dreiging, ondersteund met een gewiekste campagne in de media, om hun spullen terug te krijgen. Toen zij het Metropolitan Museum in New York ervan hadden overtuigd dat de Euphronois Krater illegaal was opgegraven en Italië was uitgesmokkeld en dat museum tot teruggave besloot, konden andere belangrijke musea niet achterblijven.

Daardoor lijkt een nieuwe gedragscode te ontstaan voor de omgang met uit het schemercircuit van de kunsthandel afkomstige voorwerpen.

Meer over