Drama

Thérèse Desqueyroux

Miller weet ondanks zijn vakmanschap de kijker niet dichterbij te trekken na een heerlijk begin

Het is in de trein naar huis, na haar huwelijksreis, dat ze er opeens zo sterk aan denkt dat het echt lijkt: hier en nu kan ze een deur opengooien en zich naar buiten werpen. Dan houdt alles op.

Deze fantasie is slechts een van de weinige inkijkjes in het hoofd van Thérèse Desqeuyroux dat regisseur Claude Miller de kijker gunt. Of, tenminste, inkijkje: is het een oprechte doodswens, verveling, verlangen naar ontsnapping of gewoon spelen met de mogelijkheid wat Thérèse hier doet?

Miller baseerde Thérèse Desqueyroux, de laatste film die hij voor zijn dood in 2012 wist af te ronden, op de gelijknamige roman uit 1927 van Nobelprijswinnaar François Mauriac. Deze had zich laten inspireren door een krantenbericht over een vrouw die haar man met arsenicum had geprobeerd te vermoorden.

Miller, na Georges Franju de tweede die het boek verfilmde, komt halverwege pas met deze gebeurtenis op de proppen. Hij lijkt meer geïnteresseerd in de vrouw die Mauriac creëerde: iemand die in een tijd en omgeving die haar onwelwillend is voor pragmatisme kiest, maar leert dat individuele verlangens niet zo makkelijk zijn te negeren.

Audrey Tautou, die eerder in Coco Avant Chanel al een tegendraadse, krachtige vrouw neerzette, maakt van haar een fascinerend enigma, niet in de laatste plaats voor haarzelf. Slechts kleine gebaren verraden haar zorgvuldig weggestopte gevoelens. Het is geen vrouw om in je hart te sluiten - de ontevreden trek rond haar mond geven de lijnen van haar gezicht iets hards.

Hoe goed ook, het houdt de kijker op afstand. En ook Miller weet ondanks zijn vakmanschap de kijker niet dichterbij te trekken na een heerlijk zinnelijk begin. Onberispelijk gefilmd is het, maar het scenario is rechttoe rechtaan en er borrelt uiteindelijk te weinig onder dit zelfverkozen keurslijf.

Meer over