Theo Maassen is de ‘beste’, Sara Kroos ‘opvallend’

Theo Maassen heeft na de Prins Bernhard Cultuurfonds Theaterprijs en de Prijs van de Kritiek ook de Poelifinario 2006 voor zijn programma Tegen beter weten in gewonnen....

Van onze verslaggever Patrick van den Hanenberg

Vorig jaar vloog de uitreiking tijdens de aftiteling van het televisieprogramma De wereld draait door voorbij. Dit keer had men gekozen voor de rust en de best denkbare plek: De Kleine Komedie, hét kleinkunsttheater van Nederland, dat zondagmiddag gevuld was met meerdere generaties Nederlands/Vlaamse kleinkunst, van Kees van Kooten tot Wim Helsen.

Maassen is een sterk maatschappelijk geëngageerde cabaretier. Deze soort dreigde uitgestorven te raken, maar de jury zag het engagement weer overal opduiken. Andere genomineerden waren onder anderen Jan Jaap van der Wal en Maarten van Roozendaal. Van de winnaars wordt door Maarten Corbijn een foto gemaakt voor de Kleinkunst Hall of Fame die in De Kleine Komedie is ingericht.

De prijs werd in ontvangst genomen door Martijn Bouwman, regisseur van Theo Maassen, die op dit moment op vakantie is in de Verenigde Staten. Bouwman maakte van de gelegenheid gebruik om in zijn dankspeech op geestige wijze de rol van Maassen tot een minimum terug te brengen en zijn eigen inbreng tot gigantische proporties op te blazen.

De Neerlands Hoop, het kleine broertje van de Poelifinario, bestemd voor ‘de cabaretier met een opvallend programma en/of opvallende ontwikkeling’ ging naar Sara Kroos voor haar programma Zoetgevooisd. Zij liet onder anderen Kasper van Kooten en Claudia de Breij achter zich.

De scheidslijn tussen de twee prijzen is erg vaag. Het zou niet onlogisch zijn om te kiezen voor één grote prijs, waar nóg meer autoriteit van uitgaat. De VSCD maakte bekend dat volgend jaar de term cabaret officieel wordt ingeruild voor kleinkunst. Dan vallen dus ook mime, muziek en toneel-cabaret binnen de criteria van de prijs.

Eerder op de middag hekelde Paul Haenen in zijn ‘cabaretlezing’ de alom aanwezige humor (of wat daarvoor moet doorgaan) in onze samenleving. Om aan de humorterreur te ontkomen opperde hij het instellen van een humorverbod in openbare ruimten en de media. Dan wordt het volgende station in de trein weer normaal aangekondigd en hoeft de krantenlezer niet bang te zijn de ironie te missen.

Een prachtig gevolg zou volgens Haenen zijn, dat de werkelijke humor vervolgens zou opduiken in de illegaliteit, in humorschuilkelders en kleine theaters, zoals (Haenens eigen) Betty Asfalt Complex en De Kleine Komedie. De aanwezige cabaretiers en bezoekers knikten instemmend.

Meer over