interview

Theatermaker Jörgen Tjon A Fong is de nieuwe directeur van cabarettempel De Kleine Komedie Amsterdam. Wat zijn zijn plannen?

Het werk van de veelzijdige kunstenaar (47) is uitdagend en controversieel.

Jörgen Tjon A Fong. Beeld Pauline Niks
Jörgen Tjon A Fong.Beeld Pauline Niks

‘Ik maak kunst om onbekende of vergeten verhalen onder de aandacht te brengen’, zegt theatermaker Jörgen Tjon A Fong (47) in zijn repetitieruimte in Amsterdam. Hier werkt hij aan De Gouden Koets, een jeugdvoorstelling (8+) over de opmerkelijke geschiedenis van het koninklijk rijtuig.

Tjon A Fong is een veelzijdig kunstenaar: theatermaker bij zijn eigen gezelschap Urban Myth, parttime curator en vanaf 1 december directeur van De Kleine Komedie in Amsterdam, gericht op kleinkunst en cabaret. Tjon A Fong: ‘Of je het nou hebt over theater, cabaret of een tentoonstelling, je probeert altijd een publiek mee te nemen in een thema waarvan ze het fijne niet weten. Je laat een nieuw perspectief zien.’

Dat klinkt misschien vrijblijvend, maar dat is zijn werk niet. Vaak is het juist uitdagend en controversieel. Zo maakte hij ooit de voorstelling The Right Thing, waarin hij speelde met racistische stereotyperingen, om het publiek te confronteren met hun eigen vooroordelen. Ook was hij verantwoordelijk voor de tentoonstelling Hollandse Meesters Her-Zien, in samenwerking met het Amsterdam Museum, waarvoor prominente Nederlanders van kleur gefotografeerd werden als historische Nederlanders uit de 17de en 18de eeuw. Vervolgens besloot het museum ‘na lange discussies’ de term ‘Gouden Eeuw’ niet meer te gebruiken, omdat die de negatieve effecten van het koloniale verleden zou verdoezelen.

Ook een thema als de Gouden Koets is licht ontvlambaar materiaal. De gelijknamige tentoonstelling in het Amsterdam Museum, waar Tjon A Fong als curator aan meewerkte, vormde de inspiratie. ‘Er is veel wat de mensen niet weten over de koets. Bijvoorbeeld dat hij was geschonken aan koningin Wilhelmina, toen die op 18-jarige leeftijd het eerste vrouwelijke staatshoofd van Nederland werd, maar dat zij helemaal niet op dat ding zat te wachten.’ En natuurlijk is er de controverse over de potentieel racistische schildering op de koets.

In de voorstelling brengt hij deze verhalen samen door een ontmoeting te ensceneren tussen Wilhelmina (Birgit Schuurman) en Kwadjo (Urvin Monte), een jongen die samen met andere Surinamers werd tentoongesteld tijdens de wereldtentoonstelling in Amsterdam in 1883.

Net als bij zijn vorige familievoorstelling Martin Luther King, die in 2019 de Gouden Krekel voor beste jeugdtheaterproductie won, wil hij dat het publiek onderdeel wordt van de voorstelling. ‘Ik wil dat ze medeplichtig worden aan het onderwerp. Zeker voor kinderen werkt dat goed. Door ze op het podium te trekken, laat je hun leefwereld raken aan die van het onderwerp.’

Die licht brutale manier van werken had Tjon A Fong al toen hij in 2000 afstudeerde aan de Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie. Hij was aanvankelijk opgeleid als acteur, maar maakte op school al de overstap naar theatermaker. ‘Ik ontdekte al snel dat er geen plek was waar ik graag wilde spelen. Ik zag mezelf niet vertegenwoordigd in de toenmalige theaters. Daarom heb ik Urban Myth opgericht. Zo kon ik het soort theater maken dat ik miste, verhalen vertellen, waarin ik mezelf en mijn vrienden kon herkennen. Van daaruit kon ik mijn palet verbreden.’

Jörgen Tjon A Fong. Beeld Pauline Niks
Jörgen Tjon A Fong.Beeld Pauline Niks

En zo kon het gebeuren dat hij nu directeur wordt van ‘het oudst werkende theater van Amsterdam’, De Kleine Komedie, de cabarettempel. Geen heel gekke stap volgens hemzelf. Hij ziet het als onderdeel van de ‘ontschotting’, de trend waarbij de grenzen tussen de theatergenres vervagen. ‘Alida Dors, danser en choreograaf, wordt leider van Theater Rotterdam. Daria Bukvić, die werkt in film en theater, leidt nu Oostpool. Die grenzen tussen genres zijn kunstmatig. Het is in ieders belang dat die verdwijnen. Ik heb Toon Hermans nog zien optreden. Ik ben opgegroeid met Wim Kan, Wim Sonneveld en Seth Gaaikema. En laatst zag ik het geweldige duo N00b het Amsterdams Kleinkunst Festival winnen. Ik ben razend benieuwd naar de volgende generatie cabaretiers en kleinkunstenaars.’

Wat wordt voor hem als directeur een speerpunt? ‘Op de website staat dat De Kleine Komedie een theater is voor alle Amsterdammers. Dat vind ik wel een goed motto voor mezelf, zodat het ook echt zo is.’ Op de vraag of hij daarmee bedoelt dat het theater nu te wit is, schudt hij stellig zijn hoofd. ‘Nee, nee, dat is veel te simpel gesteld. Wij stonden er met Urban Myth, Nasrdin Dchar stond er, George & Eran. De Kleine Komedie is een belangrijk cabaretpodium, maar er zijn ook eigen producties, literaire en muzikale voorstellingen. Er is veel meer dan wat de meeste mensen kennen. Dat wil ik laten zien.’

Wat er met Urban Myth gaat gebeuren zodra hij directeur wordt, blijft spannend. Hij hoopt dat de groep blijft bestaan, zonder zijn dagelijkse aanwezigheid. Daar moeten de subsidiegevers nog over beslissen. Twijfels over zijn overstap heeft hij zeker niet. ‘Als je de mogelijkheid hebt om poortwachter te worden bij zo’n belangrijk podium, dan kan ik niet zeggen: nu even niet. Ik sta al jaren op het toneel te roepen om een grotere diversiteit aan perspectieven in de theaterwereld. Dan moet ik die verantwoordelijkheid nemen ook.’

De Gouden Koets, tournee t/m 20/2.

Wat moeten we met de Gouden Koets?
De echte Gouden Koets is tot februari 2022 in het Amsterdam Museum te zien. En daarna? Laten staan of weer in gebruik nemen op Prinsjesdag? Jörgen Tjon A Fong denkt dat de koning met deze vraag in zijn maag zit. Er reist nu een installatie rond, waarmee de mening van het volk hierover wordt opgehaald. Ook tijdens het Krakeling Festival, waar De Gouden Koets in première gaat, kunnen kinderen hierover hun mening geven.

Meer over