Theater kan ook zonder echte acteurs indrukwekkend zijn

Wekelijks nemen de cultuurspecialisten van de Volkskrant stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst. Deze week: Hein Janssen.

Marleen Scholten in Wie is de echte Italiaan Beeld
Marleen Scholten in Wie is de echte ItaliaanBeeld

De lezer van deze krant die geregeld theaterrecensies leest, zal intussen wel doorhebben dat ik veel van acteurs (m/v) houd. Van de meeste althans. Zij zijn als het ware de schakel tussen datgene wat de schrijver heeft bedacht en wat het publiek tot zich neemt. Uiteraard zit daar nog de regisseur tussen, die vorm en inhoud zo fraai mogelijk samenbrengt. Of de voorstelling nu is gebaseerd op een klassiek of modern toneelstuk, of helemaal vanuit het niets is gemaakt - je kijkt hoe dan ook aan tegen acteurs. Zij verdienen het dan ook in een serieuze theaterkritiek te worden besproken. Vaak positief, soms negatief, dat hoort nu eenmaal bij ons beider vak.

Opmerkelijk genoeg zag ik de afgelopen periode een aantal geweldige voorstellingen die één ding gemeen hadden: de afwezigheid van acteurs. Althans, van professionele, daartoe opgeleide toneelspelers. Nog opmerkelijker: ik miste ze niet. Integendeel, al die acteurloze producties maakten om verschillende redenen nogal indruk.

Om te beginnen de zeven kinderen die in Five Easy Pieces van de Vlaamse groep Campo met elkaar de affaire-Dutroux naspeelden. De gruweldaden van een man die een heel land bijna aan de afgrond brachten, werden in simpele toneelstukjes vanuit de verkleedkist aangrijpend maar niet zwaarmoedig samengevat. De kinderen namen het woord, de volwassenen waren met stomheid geslagen.

Nog een voorbeeld: Marleen Scholten van de groep Wunderbaum verhuisde naar Milaan en vroeg haar Italiaanse buren samen met haar op zoek te gaan naar de ware Italiaan. Juist door het ongekunstelde acteren van de dilettanten (chic woord voor amateurs) leerde je veel over de even eigenaardige als theatrale ziel van dit volk.

Voor de ultieme afwezigheid van acteurs staat het Berlijnse collectief Rimini Protokoll garant, dat nog tot en met dit weekeinde te gast is in de Stadsschouwburg Amsterdam. Hun producties zijn een mix van performance en community art, zonder acteurs, maar met gewone mensen in ongewone omstandigheden. Zo kregen in Adolf Hitler: Mein Kampf 1 & 2 doorsneeburgers het woord; ze namen het publiek in een soort theatercollege bij de hand over de geschiedenis en impact van het boek. In Nachlass (nalatenschap) waren acteurs volledig afwezig; de toeschouwer dwaalde door een labyrint van lege kamertjes, waar alleen in beeld en geluid de geest van overledenen te horen waren. De gehandicapte vrouw die in Qualitätskontrolle zou vertellen over haar gruwelijke ongeluk en de wil om door te leven, bleek deze week ziek en kon niet naar Amsterdam komen. De voorstelling ging niettemin door, in de vorm van een vooraf opgenomen hoorspel.

Amateurs, buren, kinderen of helemaal niemand meer op het podium - het kan allemaal. Voor het theater van de toekomst schijnen ook robots in aantocht te zijn, zoals in allerlei andere geledingen van de maatschappij (verpleging, wetenschap, seksindustrie).

Ondanks al die nieuwe ontwikkelingen blijf ik nieuwsgierig uitkijken naar de echte acteurs. Naar Carine Crutzen en Warre Borgmans bijvoorbeeld, die binnenkort Martha en George spelen in Edward Albees klassieker Who's Afraid of Virginia Woolf? Of naar Ariane Schluter in De Meeuw en Roelant Fernhout in Ivanov. Dat zijn bij uitstek rollen die vragen om vakmanschap, inleving en bezieling. Daar kom je als robot of dilettant niet mee weg.

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Hein Janssen, Rutger Pontzen of Wieteke van Zeil stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst.

Meer over