Drama

The Good Shepherd

Een geheime herenclub

Ronald Ockhuysen

Het duurde na A Bronx Tale 14 jaar voordat Robert De Niro opnieuw een regie op zich nam. The Good Shepherd is een chique versie van zijn debuut: ook nu gaat het over een zoektocht naar een alternatieve familie. Wat in 1993 de maffia was, is nu de CIA.

De poëziestudent Edward Wilson heeft een lekke band. Dat wordt lopen met de fiets aan de hand, beseft hij zuchtend. Net als hij zijn eerste stap zet, duikt geheim agent Sam Murach op. Of hij met Wilson kan oplopen, luidt de vraag, waarna Murach meteen begint te praten over de hoogleraar Fredericks. Die moet in de gaten worden gehouden. Het zou mooi zijn wanneer Wilson die taak op zich neemt.


'U vraagt mij te spioneren?', reageert Wilson verbaasd. 'Ik vraag u een goed burger voor ons land te zijn', stelt Murach. Hij wijst naar de fiets. 'Die band kunt u weer gewoon oppompen. Er is verder niets mis mee.'


The Good Shepherd, Robert De Niro's tweede speelfilmregie, gaat over de pioniersjaren van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA. De film stelt de vraag in welke mate een individu zijn persoonlijke leven opzij kan zetten voor het landsbelang. Bovendien onderzoeken De Niro en scenarioschrijver Eric Roth de morele standvastigheid van de geheim agenten; hoe lang is het mogelijk helder te denken wanneer het leven draait om geheimhouding, argwaan en complotdenken?


167 Minuten trekt De Niro, een kind van de Koude Oorlog, voor zijn film uit. In die tijdspanne benadrukt hij dat de CIA een gesloten, elitaire familie is, bestaande uit mensen die beslissingen moeten nemen die eigenlijk te groot zijn voor het dagelijkse leven. De aandacht ligt op Edward Wilson (Matt Damon). Hij wordt als talentvolle student gerekruteerd en maakt als spion al snel carrière. The Good Shepherd is het verslag van zijn 35 jaar durende loopbaan, die a-chronologisch uit de doeken wordt gedaan.


Door heen en weer te schakelen tussen de Tweede Wereldoorlog, de Cuba-crisis in 1962, de jaren dertig op de Yale Universiteit en de na- oorlogse spanningen in Europa en Azië ontstaat er een portret van een onbekende en ondoorzichtige cultuur. Ook benadrukt De Niro met deze springerige vertelstijl dat The Good Shepherd geen film is over spannende avonturen, maar een inkijk in de psychologie van een abstract fenomeen. Een onzichtbaar leger dat al meer dan een halve eeuw een grote rol speelt in de wereldpolitiek.


Het duurde na A Bronx Tale 14 jaar voordat Robert de Niro opnieuw een regie op zich nam. Welbeschouwd is The Good Shepherd een chique versie van zijn debuut: ook nu gaat het over een buitenstaander die binnen een mannenwereld op zoek gaat naar een nieuwe vader en een alternatieve familie. In A Bronx Tale was dat de maffia; nu zijn het hoeden en aktetassen dragende CIA-leden, door De Niro neegezet als een zwijgzame herenclub.


Wie hebben het binnen die club uiteindelijk voor het zeggen? De president? De lobbygroepen? Of de CIA zelf? Op die vragen geven De Niro en Roth geen antwoord, en dat wekt in eerste instantie een vreemde indruk - alsof de makers heel lang het woord nemen zonder de intentie te hebben iets zinnigs te zeggen. Maar gaandeweg blijkt er iets anders aan de hand; de onbestemde toon, waarin heldenverering, grote woorden en triomfantalisme ontbreken, maakt The Good Shepherd juist tot een noodzakelijke en actuele film. Het persoonlijke getob van Edward Wilson, die opgejaagd door argwaan, plichtsbesef en geldingsdrang zijn eigen geluk opzij zet, staat symbool voor de praktijk van de 30 duizend CIA-agenten die momenteel in alle delen van de wereld actief zijn. Ook hun wereld is vol van achterdocht en angst voor het vreemde. Ook zij leven in een gepolariseerde maatschappij, die hen onder grote druk plaatst. Zo groot dat de huidige CIA vlak voor de inval van Irak onbetrouwbare informatie over de aanwezigheid van massavernietigingswapen als onomstotelijk feitenmateriaal heeft gepresenteerd.


Op het Filmfestival van Berlijn, waar de film deze wee

ijn Europese première beleefde, vermeden De Niro en hoofdrolspeler Matt Damon elke vraag over de politieke lading van hun werk. Het is aan het publiek de betekenissen te vinden, stelde De Niro, die een afkeer heeft van duiding en analyses. 'You have to look behind the words to understand the meaning,' zegt professor Fredricks in de film. Het zou het motto van De Niro's intrigerende regie kunnen zijn.


Meer over