Tv-recensieharoon ali

The Boys in the Band voelt wat gedateerd, maar de spanning tussen homomannen is van alle tijden

Zelfs als trotse homoman wist ik eigenlijk niet waar The Boys in the Band over ging. Het is dus een toneelstuk uit 1968 (verfilmd in 1970), over een groep homovrienden in New York die samenkomen voor een onschuldig verjaardagsfeestje, dat natuurlijk volledig uit de hand loopt. Het theaterstuk werd destijds verguisd, omdat de personages zo uitgesproken zichzelf waren, wat de homoseksuele toeschouwers juist empowerde. De maatschappelijke ophef over The Boys in the Band heeft toen ook het Amerikaanse lhbti-activisme flink aangewakkerd.

Ryan Murphy vertelt dit verhaal nu aan een nieuwe generatie, op Netflix, nadat hij het stuk in 2018 al naar Broadway haalde ter ere van het vijftigjarig jubileum. Tot zover de tijdlijn. Het is leuk om te weten dat de volledige cast van de Broadway-revival ook in deze film speelt. Ook zijn alle acteurs – onder anderen Matt Bomer, Jim Parsons en Zachary Quinto – openlijk homo. (Er is dus veel veranderd sinds de sixties.) Zij werkten ook al vaker samen met tv-tovenaar Murphy, die series produceerde als Glee, Pose en Ratched. Murphy sloot vorig jaar een exclusieve deal met Netflix, ter waarde van 250 miljoen euro

Zachary Quinto (links) en Robin de Jesús in ‘The Boys in the Band’.Beeld Netflix

The Boys in the Band is zeker niet tijdloos. Het verhaal is zelfs wat gedateerd. Zo schrikken de vrienden als Alan – de vroegere, heteroseksuele huisgenoot van Michael – het feest verstoort. De boys moeten hun gedrag censureren om Alan niet te alarmeren. De personages lopen ook over van aangeleerde zelfhaat. Met name gastheer Michael kan zijn katholieke demonen niet van zich afschudden. Als hij tijdens een kwade dronk voorstelt dat iedereen de man opbelt van wie ze echt hebben gehouden, zien we een carrousel van onderdrukte verlangens en weggestopte gevoelens.

Toch komen er veel thema’s aan bod waarmee homomannen vandaag de dag nog worstelen, ondanks alle verworven rechten. Denk aan de onverzadigbare obsessie met schoonheid en de angst om ouder (en dus onzichtbaar) te worden. De seksuele vrijheid en jaloezie tussen gays blijft ook altijd een issue. Daarnaast bedwelmen de vrienden hun opgekropte woede graag met alcohol en andere middelen. Ook het onderwerp racisme wordt niet geschuwd. Vooral de discussie tussen de twee personages van kleur is interessant, waarbij de een de ander een ‘Uncle Tom’ noemt.

De speelfilm kijkt nog steeds als een toneelstuk, dat zich in één huis afspeelt, met soms een flashback. Maar in dat New Yorkse appartement gebeurt van alles. Vooral de verbale oorlogsvoering tussen frenemies Michael (Jim Parsons) en Harold (Zachary Quinto) is genieten. Het is ook ontroerend dat Netflix een bijbehorend making-of-filmpje maakte over scenarioschrijver Mart Crowley, vlak voordat hij in maart van dit jaar op 84-jarige leeftijd overleed. Die korte docu benadrukt hoe belangrijk het is om de roze geschiedenis te herinneren en lhbti-helden van weleer te blijven eren.

Meer over