InterviewDe Vijfde Beatles

‘The Beatles veroverden de wereld met z’n vieren. De Vijfde Beatle, dat zijn ze samen’

Beeld Astrid Anna van Rooij

Voor hun rubriek ‘De Vijfde Beatle’ gingen John Schoorl en Paul Onkenhout op zoek naar, jawel, de Vijfde Beatle. Ze vonden er maar liefst 64. Bij het verschijnen van het boek met gebundelde portretten vertellen vier kandidaten wat The Fab Four voor hen hebben betekend.

Zestig jaar na het begin en vijftig jaar na het einde van The Beatles vertelt schrijver, beeldend kunstenaar en avonturier Jan Cremer over de dag, 6 juni 1964, dat hij in een veilinghal in Noord-Holland oog in oog stond met de grootste band uit de wereldgeschiedenis. Cremer bezocht in Blokker een concert van de Fab Four, maar zijn voornaamste herinnering heeft betrekking op iets wat hemzelf overkwam.

‘Ik Jan Cremer was net uit en het boek was een enorm succes. Het publiek keek steeds naar mij, niet naar The Beatles.’ Hij vertelt het 56 jaar later met plezier, een groot Beatles-fan is hij nooit geweest.

Desondanks is Cremer (80) de Vijfde Beatle – net zoals 63 anderen, onder wie Yoko Ono, George Best en Linda McCartney – in een boek dat vandaag is verschenen en waarin de portretten zijn gebundeld uit de gelijknamige rubriek in de Volkskrant, aangevuld met zestien nieuwe stukken. Net als Har van Fulpen (75), Fred Gehring (66) en Yorick van Norden (34) voldoet de schrijvende en schilderende barbaar aan de ruime definitie zoals die in het boek wordt geformuleerd: 

‘De Vijfde Beatle is een man of vrouw die een voorname rol speelde in het Beatles-universum, dan wel een niet te negeren geestverwant, soms met alle karaktertrekken of uiterlijke kenmerken van een Beatle. Hij of zij was, of is, een Beatle zonder een Beatle te zijn, of een ex-Beatle, een bijna-Beatle, een Beatles-vriend of een Beatles-bewonderaar, dichtbij of op afstand.’

Van Fulpen richtte in 1963 de fanclub van The Beatles op, bleef voorzitter tot 1979 en heeft een van de grootste Beatles-verzamelingen. In 1982 toonde hij in het Beatles dagboek een deel van zijn collectie. Gehring, oud-topman van Tommy Hilfiger, is de oprichter en drummer van The Analogues, de band die sinds 2015 voor uitverkochte zalen platen van The Beatles naspeelt.

Van Norden is popmuzikant. ‘Zo aanstekelijk dat je de nieuwe Paul McCartney er gerust even voor laat liggen’, schreef de Volkskrant in 2018 over zijn plaat The Jester. Hij werkt aan een boek over de liedjes die McCartney als soloartiest schreef na het einde van The Beatles in 1970.

In vijf thema’s beschouwen Cremer, Van Fulpen, Gehring en Van Norden The Beatles en hun relatie met de band. Het antwoord op de vraag wie de ware Vijfde Beatle is, een vraag die sinds de jaren zestig onophoudelijk is gesteld, wordt met volledige instemming van de anderen omzeild door Gehring: ‘The Beatles veroverden de wereld met z’n vieren. De Vijfde Beatle, dat zijn ze samen. Want samen waren ze veel meer dan de som der delen.’

Drove from Paris to the Amsterdam Hilton

Talking in our beds for a week

(The Ballad of John and Yoko, 1969)

De ontmoetingen

Jan Cremer: ‘Toen ik in de jaren zestig in New York woonde, zat ik midden in de muziekscene. Ik had verkering met Nico van de Velvet Underground en ik ontmoette iedereen. Jimi Hendrix, Janis Joplin, Lou Reed, Bob Dylan – ik kende ze allemaal. Ik was ook een tijd hoofdredacteur van Hullabaloo, een bekend muziektijdschrift.

‘Mijn advocaat was Lee Eastman. Ik was bij hem terechtgekomen via Willem de Kooning, de kunstenaar. Ik had wat problemen en hij zei: ga naar Eastman, dat is mijn advocaat. Eastman vertelde dat hij een dochter had die graag wilde fotograferen. Het was net uitgegaan met haar vriend. Linda, heette ze.

‘In die tijd kwamen The Beatles naar Amerika. Ze zouden met een boot om Manhattan heen varen. Nou Linda, zei ik, ga jij daar maar heen voor Hullabaloo, om een beetje te fotograferen. Zo is Linda dankzij mij bij die Paul McCartney terechtgekomen. Toen ik weer een paar centen nodig had, wilde ik hem interviewen. Ik had een ingang, dacht ik, maar ik moest achter in de rij gaan staan. Godverdomme, dacht ik, je moest eens weten, zonder mij had je geen vrouw gehad.’

Har van Fulpen: ‘Met nog een stuk of vijftig journalisten stond ik ze in 1964 op te wachten op Schiphol-Oost. In die tijd mocht je nog op het platform staan. Toen het vliegtuig was geland en naar het platform was gereden, renden al die journalisten ernaartoe. Dat kon gewoon. The Beatles kwamen eruit ze kregen allemaal een petje. Ik had het geluk dat John Lennon bijna tegen me opliep. Ik raakte zijn leren jasje aan. Jarenlang is dat een van de hoogtepunten in mijn leven geweest.

‘Dat weekeinde was ik ook bij het tv-optreden in Hillegom, in Treslong, en bij de twee concerten in Blokker. Bij de bed-in for peace in het Hilton in 1969 was ik ook. De platenmaatschappij wilde de fanclub niet toelaten, maar uiteindelijk mocht ik toch naar binnen. Ik heb nog bij John Lennon en Yoko Ono op bed gezeten. Ik had blaadjes bij me en daar hebben ze toen hun handtekeningen op gezet. Ze waren aardig. In Groningen heb ik later McCartney geïnterviewd. Dat was in 1972, ik heb hem toen ook een hand gegeven.’

Fred Gehring: ‘Mijn vrouw is Amerikaans, ik woon deels ook in New York. De huidige vrouw van McCartney, Nancy Shevell, is ook Amerikaans. Net als wij hebben ze een huis op Long Island, in de Hamptons. Ik heb lang gehoopt dat ik hem een keer zou tegenkomen. Dat gebeurde eindelijk toen ik met mijn vrouw en mijn twee dochters op een terras zat. He is here, zei mijn vrouw ineens. Ik draaide me om en zag hem met een gezelschap aan tafel zitten.

‘Ik pakte mijn telefoon en probeerde een fotootje te maken. Toen werd ik op mijn schouder getikt. Het was de serveerster. Leave the man alone, zei ze. Ik werd héél klein. Ik heb hem alleen gelaten en heb niet meer geprobeerd een foto te maken.’

Yorick van Norden: ‘Ik heb alleen tientallen mensen ontmoet die Paul McCartney hebben ontmoet of die met hem hebben samengewerkt. Ik ben vaak één stap van hem verwijderd geweest. En ik heb de handtekeningen van John Lennon en Yoko Ono uit 1969, toen ze in het Hilton verbleven. Die heb ik van een vrouw uit Haarlem gekregen die in het Hilton was geweest, Fredie Kuiper.’

Cremer: ‘Via mijn Amerikaanse agent heb ik ooit contact gehad met die Brian Epstein, de manager van The Beatles. Het ging over de filmrechten van mijn boek Ik Jan Cremer. De film ging niet door, die Epstein ging dood. Begin jaren zeventig heb ik een keer contact gehad met John Lennon, via via. Hij woonde een uur van Londen vandaan, in een kasteel. Lennon zou de muziek componeren voor de rockopera Ik Jan Cremer. Ik heb Lennon zelf niet aan de lijn gehad, maar wel zijn manager. Die afspraak in dat kasteel is uiteindelijk niet doorgegaan, net als die plannen. Het was allemaal toch te duur.’

It’s been a hard day’s night,

and I’ve been working like a dog

(A Hard Day’s Night, 1964)

John Lennon of Paul McCartney? 

Gehring: ‘Oei. Lastig. Van nature neigt iedereen meer naar de een dan naar de ander. Toen ik op de middelbare school The Beatles ontdekte, neigde ik naar McCartney. Nu zie ik de genialiteit van beiden.’

Van Norden: ‘Dit is een duivels dilemma.’

Cremer: ‘Sowieso Lennon. McCartney staat meer voor de zoetgevooisde Beatles. Daar moest ik helemaal niks van hebben. Zeikliedjes zoals Yesterday, daar hou ik helemaal niet van.’

Gehring: ‘Als soloartiesten vind ik ze niet zo goed als samen, ook niet toen de samenwerking niet meer zo denderend verliep. Ze waren allebei al solistisch bezig, maar realiseerden zich dat de ander meeluisterde; ze zouden worden beoordeeld door de ander. Terwijl McCartney meer de diepte in ging, werd Lennon opportunistischer en commerciëler.’

Van Norden: ‘Als ik alleen moet oordelen over de periode 1960-1970, wordt het heel moeilijk. Lennon was aanvankelijk de leider en hij behield dat leiderschap op een bepaalde manier tot het einde. Een van de grote drijfveren van McCartney was het verlangen naar aanzien. Hij wilde komen waar Lennon was.

A Hard Day’s Night is bijna een soloalbum van Lennon; er staan maar twee liedjes van McCartney op. Het was een explosie van Lennon. Veel uitschieters zijn echt van zijn hand. Maar tegelijkertijd hadden The Beatles nooit het niveau kunnen bereiken zonder de creativiteit, inventiviteit en vaardigheden als muzikant en zanger van McCartney.

Van Fulpen: ‘Mijn favoriet was John Lennon. De strijd is vervaagd doordat Paul McCartney sinds het uiteenvallen van The Beatles is doorgegaan en doorgegaan en doorgegaan. Ik heb hem vaak zien optreden, maar met zijn soloalbums heb ik niet veel. Maar vorig jaar ben ik ze allemaal opnieuw gaan beluisteren en heb ik bijgehouden wat ik echt goede nummers vond. Toen kwam ik toch aan een stuk of honderd liedjes.’

Gehring: ‘Hij heeft heel mooie liedjes gemaakt. En ook bagger.’

Van Fulpen: ‘Dat is zijn makke. Hij heeft niet voldoende zelfkritiek.’

Gehring: ‘Daar was Lennon voor.’

Cremer: ‘Ik was meer een man van The Pretty Things, een zooitje schorem op het toneel, lekker ruige muziek. Eigenlijk ben ik meer een jazzfan en een liefhebber van klassieke muziek. Sibelius, Wagner en Grieg, dat zijn componisten naar mijn hart. Moderne muziek laat ik aan me voorbijgaan als verkeersberichten op de radio. Als ik aan het werk ben, luister ik nooit naar muziek. Het geluid van een tikmachine is voor mij al genoeg muziek.’

Love, love me do

You know I love you

(Love Me Do, 1962)

Beeld Astrid Anna van Rooij

De kennismaking

Van Fulpen: ‘Ik hoorde The Beatles voor het eerst in bed in Leiden, op Radio Luxemburg. Dat was een op Engeland gerichte zender. Onder de dekens was de ontvangst het best. Voor de jeugd was er op de radio verder bijna niks. Een halfuurtje Tijd voor teenagers op zaterdag en twee keer een kwartier Tussen tien plus en twintig min, dat was het. Maar daar hoorde je alleen maar brave liedjes.

‘Mijn beslissende moment was Love Me Do. Ik had nog nooit zoiets gehoord. Avond na avond lag ik te wachten tot het weer op de radio zou komen. Ik wilde alles weten van die groep. Toen later Please Please Me uitkwam, met op de achterkant Love Me Do, heb ik meteen een brief naar Engeland geschreven met de vraag of ik een fanclub mocht beginnen. Een maand of negen later, in november 1963, was mijn brief bovenaan de stapel gekomen en kreeg ik antwoord: het mocht.’

Gehring: ‘Ik heb twee oudere broers, zij wezen me de weg. Voor mij begon het pas na het singlestijdperk, met de albums: Revolver, Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band, Magical Mystery Tour. Het beslissende moment was de dag dat The White Album verscheen. Ik was verkocht. Op school analyseerde de leraar Engels de teksten. Ook dat droeg bij aan de mystiek.’

Van Norden: ‘Eind 1995 zat ik met mijn ouders in de auto toen Free as A Bird op de radio kwam, de reüniesingle van The Beatles. Tot dat moment had ik nooit veel interesse in muziek getoond. De kinderen uit mijn klas luisterden naar Smurfenhouse, daar werd ik niet door gegrepen. Mijn ouders zeiden dat er op zolder nog wel wat platen van The Beatles lagen. Op een oude platenspeler ben ik ze gaan draaien. Ik wist op dat moment dat ik in mijn leven iets met The Beatles zou gaan doen.’

Cremer: ‘Met mijn toenmalige verloofde Loesje Hamel bezocht ik een van de concerten van The Beatles in Blokker, in 1964. De eigenaar van de hal had me uitgenodigd, we waren eregasten. Ik zat op de eretribune, vrijwel vooraan, met allerlei bekende Nederlanders. Cees Nooteboom was er ook bij, die ging toen met Liesbeth List.

‘Het lawaai was enorm. Door het geschreeuw van het publiek waren The Beatles nauwelijks te horen. Iedereen draaide zich om, naar mij toe. Ik moest handtekeningen geven. Serieus hoor, er zijn veel foto’s van gemaakt. Hé Cremer, klonk het steeds. En die jongetjes op dat podium maar spelen.’

Van Fulpen: ‘Ik was er ook bij in Blokker, als voorzitter van de fanclub, maar vooral als fan. Ik had ook een Beatles-pruik. Dat vonden journalisten leuk. Als ik werd geïnterviewd vroegen ze of ik hem wilde opzetten voor de foto. Op mijn bed lag een Beatles-deken en ik had ook Beatles-kussens.’

Van Norden: ‘Ik heb er niet bewust voor gekozen om The Beatles te laten doorklinken in mijn eigen werk. Dat gaat vanzelf als je tot je 15de op een dieet hebt geleefd van Beatles-liedjes. Ik heb een grote, brede platencollectie. Ik luister echt niet alleen naar The Beatles, maar de ontdekking van hun muziek is wel levensingrijpend geweest. Ik ben gitaar gaan spelen omdat ik ook zulke liedjes wilde maken.’

I’m back in the USSR

You don’t know how lucky you are, boy

(Back in the U.S.S.R., 1968)

De favorieten

Cremer: ‘Back in the U.S.S.R., dat vond ik lekker klinken. Stond dat nummer niet op een dubbel-lp? Was die niet wit? The White Album, ja, die bedoel ik. Dat vond ik een goeie plaat, met goeie nummers zoals Rocky Raccoon.’

Van Fulpen: ‘Ik ontkom er niet aan om Sgt. Pepper de beste lp te noemen. Het is bijna niet uit te leggen hoeveel indruk die plaat in 1967 maakte. Het was een artistieke explosie die naadloos in de tijd paste, qua muziek, politiek, mode, cultuur. Swinging London, de Vietnamoorlog, dat was allemaal rond die tijd.’

Gehring: ‘In het blad Rolling Stone is net een top-500 van de beste platen gepubliceerd. Twintig jaar geleden stond Sgt. Pepper op 1, nu op 24. Abbey Road staat op 5, Revolver op 11. Kennelijk neemt de waardering af.’

Van Fulpen: ‘Ik weet nog goed wat we dachten toen Abbey Road uitkwam. God, wat krijgen we nou op ons dak?’

Van Norden: ‘Het is de modernste Beatles-plaat. Abbey Road geeft een inkijkje van waar The Beatles naartoe hadden kunnen gaan als ze in 1970 niet uit elkaar zouden zijn gegaan. Dat is zo veelbelovend. Het is een pioniersplaat. Maar als ik moet antwoorden, met het mes op de keel, zeg ik meestal Rubber Soul. Die plaat roept bij mij door de melancholie het sterkst het gevoel op dat ik had toen ik als 10-jarige op mijn kamertje naar muziek luisterde.’

Gehring: ‘Eigenlijk zeggen we allemaal min of meer hetzelfde. In de ene periode heb je een andere voorkeur dan in de andere. Zo’n associatie met Rubber Soul heb ik niet. Wat jij met die plaat hebt, heb ik met The White Album, maar ik snap ook wel dat je dit moeilijk het beste album van The Beatles kunt noemen. Het gaat tussen Sgt. Pepper en Abbey Road. Sgt. Pepper was vernieuwender en unieker, maar ik luister het liefst naar Abbey Road.’

Cremer: ‘Ik heb aan Eleanor Rigby heel nare herinneringen. Als ik het hoor, denk ik nog steeds, godverdomme. Ik lag in een scheiding, Loesje en ik gingen uit elkaar. Er gebeurden allemaal nare persoonlijke dingen. Die plaat kon ik niet horen. Nog steeds niet. De scheiding van Loesje was een heel donkere periode in mijn leven.’

The love you take

Is equal to the love you make

(The End, 1969)

De erfenis

Cremer: ‘Wie de grootste invloed heeft gehad, The Beatles of Jan Cremer? Ik denk de laatste. Ik heb hier weer een nieuw boek voor me liggen, Ik Jan Cremer 1, 2 en 3 samen. Het wordt weer goed verkocht. The Beatles zijn een begrip, maar dat is Cremer ook. Na 56 jaar worden mijn boeken nog steeds verkocht. Ik hoor jongeren nooit meer over The Beatles praten, maar je hoort wel dagelijks iemand vragen of hij Jan Cremer heeft gelezen. Denken jullie nou echt dat anno 2020 The Beatles nog steeds indruk maken in Holland?’

Gehring: ‘Dit is muziek voor altijd, daar twijfel ik niet aan. Maar de mensen die The Beatles pas in de jaren zeventig en later leerden kennen, zullen vooral de hits koesteren. De vraag is wat er gebeurt als de generatie die The Beatles bewust heeft meegemaakt, er niet meer is. Zou er nog naar albums worden geluisterd? Aan de andere kant: laat een hedendaagse muzikant naar Abbey Road luisteren, en hij zal meteen herkennen dat hij iets unieks hoort.’

Van Fulpen: ‘De muziek van The Beatles zal blijven voortbestaan. In alle mogelijke vormen. De nummers zullen eeuwig worden gecoverd.’

Van Norden: ‘Pr-man Derek Taylor schreef in 1964 op de hoes van Beatles for Sale deze mooie zin: ‘The kids of AD 2000 will draw from the music much the same sense of well being and warmth as we do today.’ Hij heeft gelijk gekregen. Naar The Beatles luisteren nog steeds veel jongeren. Het is niche geworden, maar jongere generaties zijn de band niet vergeten.’

Paul Onkenhout en John Schoorl: De Vijfde Beatles. Nieuw Amsterdam; 158 pagina’s; € 17,50.

 Zie ook: www.volkskrant.nl/vijfdebeatle

Black Beatles

Een van de verrassingen in het Vijfde Beatles-boek is Vijfde Beatle Kahlif ‘Swae Lee’ Brown, die in 2016 een grote hit scoorde met het hiphopnummer Black Beatles. Hij deed dat samen met zijn broer Aaquil ‘Slim Jxmmi’ Brown als het duo Rae Sremmurd, met gastrap van Gucci Mane. Er zijn meer hiphoppers die samples van The Beatles hebben gebruikt, zoals Jay-Z en de Wu-Tang Clan, maar geen van hen wisten The Beatles zo expliciet in het hiphopzonnetje te zetten en een grote hit te scoren als de gebroeders Brown.

Meer over