Terugkeer ongewenst

Zelfverwijt en een duivels dilemma, in de oorlogsroman van Lewinsky

Jan Luijten

Kurt Gerron (eigenlijk Gerson) was tot 1933 in Berlijn een gevierde zanger, acteur en regisseur. Op 1 april 1933, kort nadat Hitler aan de macht was gekomen, kantelde zijn leven. Gerron kreeg van de nazi's het stempel 'minderwaardige Jood' opgedrukt en moest Duitsland ontvluchten.

Hij kwam in Nederland terecht en maakte hier enkele films. Na de Duitse bezetting in mei 1940 zat hij in de val. Hij kon nog korte tijd optreden in de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam, totdat dit theater door de nazi's tot verzamelplaats werd gemaakt voor Joden, vanwaar deze werden gedeporteerd. Westerbork, Theresienstadt, Auschwitz; die lijdensweg zijn ook Gerron en zijn vrouw Olga gegaan. Op 30 oktober 1944 werden zij vermoord.

De Zwitserse schrijver Charles Lewinsky heeft over Gerrons leven een indringende roman geschreven: Terugkeer ongewenst. Als de roman begint, krijgt Gerron, gevangen in Theresienstadt, van kampcommandant Rahm de perfide opdracht een propagandafilm te maken over dit getto. Als hij weigert, betekent dit Auschwitz. Als hij de film maakt, is dit verraad. Rahm wil dat 'het lachende gezicht van Theresienstadt' wordt getoond, terwijl de rauwe werkelijkheid bestaat uit vernedering, honger, ziekte, dood en angst voor het volgende transport naar de vernietigingskampen.

Tijdens de luttele dagen bedenktijd graaft Gerron in zijn herinneringen op zoek naar zichzelf. 'Ik was een ster. Een ijdele, hufterige ster. De tekenen stonden met vette letters aan de wand, maar ik had geen tijd om ze te lezen.'

Gerron maakt de propagandafilm. Maar de hoop zichzelf en anderen op deze wijze het leven te redden, is ijdel. De medewerkers aan de film worden gedeporteerd naar Auschwitz, ook Gerron en zijn vrouw. Achter zijn naam de letters T.O., Terugkeer ongewenst.

Meer over