ReportageRestaurant Lale Pudding Shop

Terug naar de legendarische pleisterplaats van hippies in Istanbul

Namik Çolpan (links) en zijn neef Adem. Beeld Alex Kemman
Namik Çolpan (links) en zijn neef Adem.Beeld Alex Kemman

De Magic Bus stopte er in de jaren zestig voor de deur. Hippies onderweg naar Afghanistan bleven er plakken, en ook voor Turkse jongeren gold Lale Pudding Shop in Istanbul als brandpunt van het alternatieve leven. Het restaurant bestaat nog steeds, en een Turkse schrijver brengt het ook op papier tot leven.

Oost en West komen samen in Istanbul, maar waar precies? Istanbul is groot, veel te groot. Vijftig jaar geleden was er één plek in de stad die diende als knooppunt van twee continenten, waar beide werelden elkaar ontmoetten, waar jonge Turken voor het eerst kennis maakten met leeftijdgenoten uit de VS en Europa en met hun nieuwe, alternatieve levensstijl: Lale Pudding Shop.

Het restaurant in de wijk Sultanahmet, met zijn monumentale moskeeën en paleizen, was een pleisterplaats op de hippie trail, het traject van langharige backpackers die liftend of met de bus zichzelf gingen zoeken in Afghanistan, India en Nepal. Ze bleven dagen of weken hangen, al dan niet met gitaar, en op de terugweg uit Azië kwamen ze er hun zwarte Nepalese en moddervette Afghaanse hasj oproken.

De Magic Bus stopte er twee keer per week voor de deur, een beschilderde Volkswagenbus met startplaats Damrak en eindhalte Kathmandu. Legendarisch is het prikbord naast de bar, het sociaal medium van die dagen. Jonge reizigers hingen er hun annonces op: Catryn wil een lift naar Kabul, Barry zoekt contact met het roodharige Deense meisje.

Lang geleden misschien, maar in zekere zin is het nostalgische Lale-fenomeen springlevend. Ten eerste omdat de Turkse auteur Liz Behmoaras onlangs een roman uitbracht met de titel Lale Pudding Shop, een verhaal dat zich afspeelt rond deze ontmoetingsplaats voor jongeren.

Westerse hippies beleven in het boek de seksuele vrijheid, Turkse jongeren pikken voorzichtig een graantje mee, net als van de drugs. Het California Dreaming versmelt met de 11-snarige oud tot Anatolische rock. En de Amerikaanse tegencultuur vindt zijn vervormde spiegelbeeld in het anti-imperialisme van Turkse linksradicalen.

‘Het is een roman over jonge mensen in tijden van verandering’, zegt Behmoaras, een vrouw van 70 met een jeugdige uitstraling. ‘Er was een cultuurshock, ook tussen de Turkse jeugd en de westerse hippies. Eind jaren zestig wankelden in Europa alle oude waarden. Zo wilden de hippies een seksualiteit zonder grenzen. Maar Turkse meisjes, ook studenten uit de stedelijke middenklasse, moesten hun maagdelijkheid beschermen. De taboes waren groot.’

Behmoaras was zelf zo’n student. Als vrijwillige toeristengids bezocht ze geregeld het restaurant. ‘Het was interessant. We kenden tot dan geen buitenlanders, in Lale konden we ze ontmoeten. Vooral mijn jongere broer Metin kwam er vaak, hij had westerse vriendinnetjes. Hij bracht me op het idee een boek te schrijven.’

Een deel van de bezoekers - niet de hippies - kwam uit Frankrijk, waar de reisorganisatie Nouvelles Frontières jongeren de wereld liet ontdekken. Als Joods-Turkse sprak Behmoaras vloeiend Frans. ‘Alle Turkse Joden spraken Frans in die tijd, dat was chic.’

Autobiografisch is de roman niet. Wel mengde de auteur eigen belevenissen, verhalen van haar broer en anderen, oude krantenknipsels en fragmenten uit de Turkse politieke woelingen van die dagen tot een tragikomisch, filmisch geheel. Westerse en Turkse jongeren experimenteren met vallen en opstaan met de nieuwe vrijheden, totdat politiek geweld een eind maakt aan alle illusies.

Liz Behmoaras. Beeld Alex Kemman
Liz Behmoaras.Beeld Alex Kemman

Springlevend is Lale Pudding Shop ook omdat het, nou ja, springlevend is. Het restaurant bestaat nog altijd, op de strategische plek tegenover de Aya Sophia, halverwege het Topkapi Museum en de Blauwe Moskee. Middelpunt van de drie grootste toeristische trekpleisters van Istanbul.

Springlevend bovendien omdat de eigenaar van destijds er nog steeds de scepter zwaait. Een trefpunt voor avontuurlijke backpackers is Lale al lang niet meer, maar Namik Çolpan (74) koestert zijn herinneringen aan de sixties als het mooiste wat hij ooit heeft beleefd.

Terwijl hij anekdote na anekdote oplepelt, serveert hij thee, bonbons en zoete gele toetjes te midden van het verleden. De muren van het restaurant hangen vol vergeelde foto’s en knipsels. Ook het prikbord is er nog, met briefjes en al, recent en jaren oud, hoewel niet meer die uit de hippietijd. ‘Verloren gegaan bij een brand’, zegt hij.

Het in 1957 geopende eethuis kreeg zo’n tien jaar later zijn bijzondere status, toen Çolpans broer Idris op het idee kwam van het mededelingenbord. Jonge westerse toeristen kwamen erop af als vlinders op een vlinderstruik. Ook de toetjes vonden ze heerlijk, maar de naam ‘Lale Pastanesi’ vonden ze moeilijk uit te spreken, dus maakte een Duitse jongen er ‘Pudding Shop’ van.

‘We hadden een jukebox’, zegt Çolpan. ‘De hippies zongen en speelden gitaar. En ze brachten cassettes mee. De Rolling Stones, Pink Floyd. De hele dag Pink Floyd!’ Hij gooit zijn hoofd achterover, als iemand die stoned op de bank muziek ligt te luisteren.

Zelf had Çolpan, een jonge twintiger toen, lang haar noch gebleekte jeans. ‘En hasj heb ik nooit geprobeerd. Binnen mocht dat niet gerookt worden, dat deden ze in het park hier tegenover.’ Vermoedelijk is dat de gekuiste versie, want Behmoaras herinnert zich van het restaurant vooral de geur van patchoeli en hasjiesj. ‘Namik en Idris knepen vaak een oogje toe.’

Voor buurtbewoners waren het maar rare lui, de backpackers. ‘Zijn het echt mensen?’, vroeg iemand. Maar Çolpan en zijn (overleden) broer Idris beschermden hun gasten. ‘Soms vielen Turkse jongens de buitenlandse meisjes lastig. Zo nodig gaven we ze een pak rammel, met toestemming van de politie.’

De broers verkochten zelfs kaartjes voor de Magic Bus. ‘Op een dag was de bus vol, maar een Duitse knaap wilde per se mee. Ik heb hem een stoel uit het restaurant gegeven. Op de terugweg uit India kwam hij de stoel terugbrengen.’

null Beeld Alex Kemman
Beeld Alex Kemman

Turkse kranten publiceerden wilde verhalen over de hippies, vol seks en drugs. ‘Ze maakten ze belachelijk en schreven dat ze een slechte invloed hadden op de Turkse jeugd’, zegt Çolpan. Niet altijd onwaar: beroemd was Hippi Perihan, een Turks meisje dat aan een overdosis overleed.

Als ‘Perran’ duikt ze op in het boek Lale Pudding Shop. Het is een van de getormenteerde zielen in Behmoaras’ roman, waarin nogal wat vreemde vogels rondfladderen. De Amerikaanse Lilian raakt verslaafd aan vermageringspillen, verstrekt door de Nederlandse dealer Constantijn, en de manisch-depressieve operazangeres Ayla legt het aan met een jonge Engelse aristocraat.

Ayla’s dochter Leila, hoofdpersoon van het boek, houdt als enige het hoofd koel. Aan het eind vertrekt ook zij naar Kathmandu, voor een reis die haar leven moet verrijken, maar niet dan nadat zij en haar vriend Tommy op het Taksimplein in Istanbul betrokken zijn geraakt in een linkse demonstratie tegen het Amerikaanse imperialisme. Het mondt uit in geweld; Tommy belandt in het ziekenhuis.

Deze ‘Bloedige Zondag’ (Kanli Pazar, 16 februari 1969) was een kantelmoment in de naoorlogse geschiedenis van Turkije. Tienduizenden veelal jonge linkse betogers protesteerden tegen de Amerikaanse Zesde Vloot, die voor anker ging in de Bosporus. Zij werden aangevallen door rechtse Grijze Wolven en islamisten. De politie liet de agressors hun gang gaan. Twee betogers bleven dood achter.

‘Het opende de doos van Pandora’, zegt Behmoaras. ‘Het was het begin van de geweldsspiraal tussen extreem-rechts en extreem-links, die leidde tot de staatsgreep van 1980.’ De coup op zijn beurt versterkte de macht van de staat, een fenomeen dat doorwerkt tot in de autoritaire Erdogan-periode.

Wat aan Bloedige Zondag voorafging, zegt Behmoaras, was juist een periode van vrijheid. ‘De grondwet van 1961 had veel rechten gegeven. Het werd weer mogelijk om bijvoorbeeld Marx te lezen, en de linkse Turkse dichter Nazim Hikmet. Studenten ontdekten het socialisme. Dat creëerde een universitaire jeugd die de samenleving wilde veranderen.’ Helaas was de nieuwe grondwet ‘een maatje te groot’ voor Turkije, zegt de schrijver. ‘Het gaf te veel vrijheden, naar de zin van het leger.’

De zucht naar vrijheid en de roep om maatschappelijke verandering hadden de jeugd in zowel Turkije als het Westen in beroering gebracht. Voor Turkije waren 1968 en 1969 evenzeer scharnierjaren. De overeenkomsten zijn opmerkelijk. Ook in Istanbul en Ankara werden universiteiten bezet, nog geen twee weken na de studentenopstand van mei ’68 in Parijs. En net als in Duitsland en Italië koos een (klein) deel van de opstandige jeugd voor de gewapende stadsguerrilla. ‘Alles moest anders, ook bij ons’, zegt Behmoaras. ‘Maar op onze eigen manier. Hier was het politieker.’

‘Sommigen gingen begin jaren zeventig naar Palestijnse trainingskampen’, zegt journalist/academicus Kenan Behzat Sharpe. ‘Ze kwamen terug en beroofden banken.’ Drie gearresteerde links-radicalen werden in 1972 opgehangen. Een van hen was Deniz Gezmis, medeoprichter van het Volksbevrijdingsfront van Turkije. De ‘Turkse Che Guevara’ kreeg de status van martelaar.

Het prikbord dat in de jaren zestig fungeerde als sociaal medium avant la lettre. Beeld Alex Kemman
Het prikbord dat in de jaren zestig fungeerde als sociaal medium avant la lettre.Beeld Alex Kemman

Sharpe schreef een proefschrift over de tegencultuur van de jaren zestig in Turkije en de VS. Hij zet kanttekeningen bij het bestaande beeld van de Turkse protestgeneratie: dat van een radicaal-linkse, Jacobijnse en humorloze beweging.

Veel leden van die generatie deden (en doen) veel om dat beeld te bevestigen: zij beschouwden zichzelf als onderdeel van de anti-imperialistische strijd in de Derde Wereld. Turkije zou ‘een tweede Vietnam’ worden, meenden ze.

Volgens Sharpe is dat onterecht. Hij situeert Turkije (net als Griekenland) tussen de twee verzetsgolven van de zestiger jaren in - tegencultuur in het Westen, anti-imperialisme in het Zuiden. Turkse linksradicalen keken, zegt hij, neer op de ‘softe’ kant van het jongerenprotest in Europa en de VS, met zijn hippies, hasj, vredesidealen en popmuziek. De wereld van Lale Pudding Shop was niet de hunne. ‘Waar ze geen oog voor hadden - en hebben - is dat de beweging in Turkije rijk was aan muziek, kunst en literatuur.’

We spreken Sharpe op het terras van een eigentijdse koffieshop in Osmanbey, een mondaine wijk in Istanbul. Hij is zelf het product van de ontmoeting van Turkse en westerse jeugd op de hippietrail. Zijn Amerikaanse vader - lange baard destijds - ontmoette zijn Turkse moeder in Teheran. ‘Hun huwelijksreis was naar Afghanistan, ze rookten hasj in Kabul.’

De 33-jarige Sharpe groeide op in Californië. Hij bezocht Turkije geregeld, maar pas sinds een jaar woont hij in Istanbul. Hij werkt aan een boek over de ‘Anatolische rock’ (Turkse popmuziek) vanaf de jaren zestig.

Rockmuziek is in zijn ogen een van de onderschatte elementen van de Turkse sixties. Amerikaanse soldaten in Turkije brachten lp’s en gitaren mee. Cem Karaca, een van de grote namen van de Anatolische rock, had zijn eerste hit in 1967. Een van de romanfiguren in Lale Pudding Shop is Erol, een Karaca-achtige muzikant die het politiek elan van het tijdvak verwoordt op een mix van jazz, rock en türkü-volksmuziek.

In hetzelfde jaar 1967 stapte Erkin Koray, eind jaren vijftig de eerste vertolker in Turkije van de pure rock ’n roll, over naar de psychedelische pop. ‘Koray had lang haar, net als de westerse popmuzikanten', zegt Sharpe. ‘Hij werd in elkaar geslagen door macho types. Lang haar was een oorlogsverklaring. Maar radicaal-links moest er ook weinig van hebben. Er was altijd spanning tussen de sociaal-conservatieve activisten en de artistieke types.’

Het onderling wantrouwen was groot. Karaca zong linkse teksten, maar speelde daarbij op de elektrische gitaar. ‘In de jaren zeventig was er binnen links Turkije een debat: is rock ’n roll imperialistisch? Conservatief-links beschouwde de elektrische gitaar als een imperialistisch muziekinstrument. Cem Karaca werd door hen uitgejouwd. Ze vonden dat hij saz moest spelen.’

Dichters waren een andere tak van de culturele tegenstroom. Sharpe noemt met name Ikinci Yeni (Tweede Nieuw), vanaf midden jaren vijftig de avant-garde van de Turkse poëzie. Ze dronken en discussieerden in de cafés van Beyoglu, rond het Taksimplein, en in de bohèmebuurten van Ankara. Met een schuin oog keken ze naar het Franse surrealisme.

null Beeld Alex Kemman
Beeld Alex Kemman

‘Ik noem ze de Turkse beats’, zegt Sharpe. ‘Ze schreven onder andere over seks. Links haatte hen, noemde ze ‘formalisten’. De marxisten wilden sociaal realisme. Toch waren de mensen van Ikinci Yeni zelf ook socialisten. Velen waren lid van de Turkse Arbeiderspartij.’

‘De culturele scene van Turkije in de jaren zestig’, schrijft de journalist in een artikel over die tijd, ‘met zijn modernistische poëzie, radicale cinema, psychedelische protestrock, feministische fictie en iconische posterkunst had San Francisco en Parijs jaloers kunnen maken, als de mondiale uitwisseling van cultuur maar wederzijds was geweest.’

Ikinci Yeni bestaat niet meer, net als de Turkse Arbeiderspartij en de hippie trail. Toch zijn er lijntjes te trekken tussen toen en nu. In de massale Gezi-protestbeweging van 2013 klonken de echo’s van de Turkse tegencultuur van de jaren zestig. Op de muur van het Atatürk Cultureel Centrum aan het Taksimplein, brandpunt van het protest, hingen grote portretten van Deniz ‘Che’ Gezmis. ‘Voor de betogers belichaamde hij de continuïteit van het verzet’, zegt Sharpe.

In de protestleuzen werden dichtregels gebruikt van Ikinci Yeni en van de ooit verguisde communistische dichter Nazim Hikmet, inmiddels een nationaal icoon. Artistieke types en linkse activisten vonden elkaar in de Gezi-beweging. Zelfs de hooligans van Fenerbahce en Galatasaray verbroederden zich met lhbti’ers.

De Turkse rock intussen groeide en bloeide, met alle vertakkingen van dien - van heavy metal tot punk en van rap tot grunge - zonder ooit de oosterse eigenheid te verliezen. En over de ontmoeting van Oost en West gesproken: de half-Amsterdamse band Altin Gün speelt Turkse psychedelische folkrock uit de jaren zestig en zeventig.

Wel veranderden de dimensies. De Magic Bus maakte plaats voor KLM en Turkish Airlines. Het prikbord van Lale voor Instagram en Facebook. Wie tegenwoordig in Istanbul rondloopt in wijken als Cihangir en Kadiköy, met hun macchiato-cultuur en vegarestaurantjes, kan zich in één groot Lale Pudding Shop wanen. Turkse hipsters en westerse soortgenoten vormen er een vrijzinnige mix.

Het binnentuinterras van cultureel centrum Nazim Hikmet in Kadiköy doet denken aan het Quartier Latin van de jaren zestig. Want hé, zou dat de nieuwe Sartre van Turkije zijn, die daar twee tafeltjes verderop zit te oreren??

‘De huidige jeugd van Turkije is zoveel vrijer dan toen’, zegt Behmoaras. ‘In mijn tijd was alles taboe en officieel. De schooldag begon met het opdreunen van de leus ‘Ik ben Turks, ik werk hard, ik bescherm de kinderen en ik respecteer de ouderen.’ Ook als de ouderen het niet hadden verdiend.’

‘Als ik nu met jongeren praat, is dat totaal anders. Over alles durven ze iets te zeggen. Ze zijn politiek minder fanatiek, meer gericht op gelukkig zijn, maar niet minder betrokken. Ze geloven in de vrouwenzaak, bijvoorbeeld.’

In Lale Pudding Shop is de klok zowel blijven stilstaan als blijven tikken. Çolpan heeft meer dan vijf decennia een goed lopend restaurant draaiend weten te houden. Bussen vol toeristen kwamen er eten, althans tot de corona toesloeg.

null Beeld Alex Kemman
Beeld Alex Kemman

Soms keerden backpackers van destijds terug voor een sentimental journey. De beroemdste is zonder twijfel Bill Clinton. Op staatsbezoek als president, eind jaren negentig, kon hij de verleiding niet weerstaan het restaurant in zijn reisschema op te nemen. Een foto van Clinton en Çolpan hangt in het raam.

Grote indruk maakte ook het bezoek van een Nederlandse ‘Erica’, zo valt op te maken uit Çolpans enthousiaste relaas, en de Duitser die als straatarme toerist een zoutvaatje meenam uit het restaurant en het voorwerp 35 jaar later - inmiddels als rijke zakenman - kwam terugbrengen. Als een relikwie zet de eigenaar het zoutvaatje op tafel.

Met dezelfde behoedzaamheid opent hij een dik cahier vol vergeelde brieven van dankbare gasten. ‘Vandaag is een wonder geschied!’, schrijft Hanneke Kuyt uit Purmerend. ‘Ik kom na 29 jaar terug in de Pudding Shop en tot mijn verrassing zit daar nog dezelfde eigenaar (die altijd mijn favoriete muziek op zette en vrolijk eitjes stond te bakken voor het ontbijt).’

En krijg nou wat: ‘Met mijn televisiecrew een mooi interview opgenomen voor het programma Erica op reis. Wat een mooie geschiedenis van de Pudding Shop! En lekker eten bovendien! Echt een aanrader, ook in 2013. Erica Terpstra.’

Tevreden glimlachend slaat Namik Çolpan de map dicht. De politieke en maatschappelijke woelingen van Turkije heeft hij aan zich voorbij laten gaan. De hasjwolken zijn sinds lang vervlogen. Peace of mind krijgt hij vooral van de heerlijkheden van de Lale-keuken.

‘Wil je nog een puddinkje?’

Midnight Express

Restaurant Lale Pudding Shop speelt een rol in de film Midnight Express (1978). Het script van Oliver Stone is gebaseerd op het gelijknamige boek van Billy Hayes, die in 1970 als student werd gearresteerd toen hij probeerde 2 kilo hasj Turkije uit te smokkelen. Hij kocht het spul in het restaurant van een taxichauffeur. De jongen weet te ontsnappen uit de barbaarse gevangenis. Stone heeft later excuses aangeboden omdat hij alle Turken in de film aftekende als wreed en onbeschaafd. Midnight Express werd overigens opgenomen op Malta.

Meer over